Turks Cyprus dreigt VN-macht te weren

De VN-vredesmacht is niet meer welkom in de Turkse Republiek van Noord-Cyprus als de Verenigde Naties de eenzijdig uitgeroepen `republiek' niet als onafhankelijke staat erkent. Dat heeft de president van Noord-Cyprus, Rauf Denktas, gisteren gezegd. De `republiek', die werd uitgeroepen nadat Turkse troepen in 1974 een deel van Cyprus hadden bezet, wordt vooralsnog alleen door Turkije erkend.

Denktas maakte zijn opmerkingen naar aanleiding van een nieuw rapport van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, dat gisteren werd vrijgegeven. Daarin pleit Annan voor verlenging van het mandaat van de vredesmacht met zes maanden. Volgens de secretaris-generaal is de macht ,,essentieel voor het behoud van de wapenstilstand op het eiland''.

Het is niet de eerste keer dat de Turks-Cyprische autoriteiten de vredesmacht ter discussie stellen. Eerder al kregen de blauwhelmen een groot aantal restricties opgelegd, nadat de Verenigde Naties onder druk van de Grieks-Cyprioten een rapport aanpasten. In de eerste versie van het rapport stond — tot grote vreugde van Denktas — een passage die zo gelezen kon worden dat zij steun verleende aan de Turks-Cyprische eis tot onafhankelijkheid en gelijkwaardigheid met Grieks-Cyprus (dat wel door de internationale gemeenschap wordt erkend).

Volgens Denktas ,,bestaat Noord-Cyprus''. ,,Niemand kan van ons verwachten dat wij de vredesmacht in onze armen sluiten waarvan wordt gezegd dat zij bestaat door instemming van de nep-regering (van de Grieks-Cyprioten, red.).'' Denktas wil nu praten met de VN om een ,,kader op te stellen dat uitgaat van ons bestaan en onze gelijkwaardigheid''.

Enige tijd geleden verklaarde Denktas al niet naar de nieuwe ronde van vredesbesprekingen over de toekomst van het verdeelde eiland te komen, als zijn staat niet als gelijkwaardig wordt erkend. Een woordvoerder van de VN verklaarde gisteren dat de positie van de volkerenorganisatie met betrekking tot Cyprus niet is veranderd. De VN-gezant verwacht in januari in Genève met beide leiders van de Cyprische gemeenschappen te praten. ,,Onze hoop is dat beide zijden acte de présence zullen geven.''