Steuntje in de rug voor ouder

Vanaf volgend jaar heeft iedereen recht op zijn eigen belastingmeevaller. De belastingvrije voet, die partners zonder inkomen tot nu toe konden overhevelen naar de kostwinner, vervalt per 1 januari. Daarvoor in de plaats komt iedereen straks in aanmerking voor een algemene heffingskorting, die is vastgesteld op 3.473 gulden. Bij mensen met een inkomen uit werk of een uitkering wordt die korting direct verwerkt door de werkgever of uitkeringsinstantie; partners zonder inkomen moeten de korting zelf aanvragen via een zogeheten Voorlopige Teruggaaf. De formulieren hiervoor zijn eind oktober door de Belastingdienst verspreid. Wie het formulier voor 1 december heeft ingeleverd, krijgt vanaf januari het bedrag van 3.473 gulden in maandelijkse termijnen uitgekeerd.

Heeft de partner eigen inkomsten, maar zijn die te laag om de algemene heffingskorting te kunnen verrekenen, dan kan het geld ook direct worden uitbetaald. Voorwaarde is dat de kostwinner voldoende belasting en premies betaalt (minimaal tweemaal de algemene heffingskorting).

De Belastingdienst beschouwt gehuwden en mensen met een geregistreerd partnerschap automatisch als partner. Ongehuwd samenwonenden moeten aan enkele voorwaarden voldoen om fiscaal als partner te worden beschouwd.

Hebben beide partners een baan, dan komen zij naast de algemene heffingskorting allebei in aanmerking voor een arbeidskorting; de hoogte daarvan varieert met het inkomen. Die korting vervangt de vaste aftrek van beroepskosten.

Om gezinnen met kinderen een steuntje in de rug te geven, zijn in het nieuwe belastingstelsel allerlei kortingen geïntroduceerd. Zo is er een kinderkorting van 84 gulden per jaar voor gezinnen die één of meer kinderen onder de twaalf jaar verzorgen en waar het gezinsinkomen beneden de 120.104 gulden blijft. De korting gaat in eerste instantie naar de meestverdienende partner. Hetzelfde geldt voor de aanvullende kinderkorting van 84 gulden per jaar voor gezinnen met een gezamenlijk inkomen van minder dan 60.053 gulden.

Om ouders beter in staat te stellen om arbeid en zorg voor kinderen te combineren, is in het nieuwe stelsel ook een zogeheten combinatiekorting opgenomen: die bedraagt 304 gulden per jaar voor iedere ouder die ten minste zes maanden per jaar voor zijn kind (jonger dan twaalf jaar) zorgt en ten minste 8.678 gulden per jaar verdient.

Voor alleenstaande ouders zijn er nog twee aparte heffingskortingen in het leven geroepen. De eerste komt neer op 2.779 gulden per jaar voor alle alleenstaande ouders die minimaal zes maanden per jaar een of meer kinderen tot 27 jaar verzorgen. Om het werken te stimuleren, kunnen alleenstaande ouders met een baan ook nog een aanvullende korting krijgen van 4,3 procent van het buiten het huishouden verdiende inkomen. Deze korting is gebonden aan een maximum van 2.779 gulden per jaar en geldt alleen wanneer de kinderen jonger zijn dan twaalf jaar.