Staat en stemmen

NEDERLAND WIL EEN status aparte binnen de Europese Unie — althans Den Haag wekt naar buiten toe die indruk. Het wil de vijf stemmen waarover het in de raden van ministers beschikt opgewaardeerd zien wanneer de geldende stemmenweging wordt aangepast. Nu verkeert het in één categorie met België, Portugal en Griekenland. In Haagse ogen rechtvaardigt de bevolkingsomvang een Nederlandse positie die zich onderscheidt van dit drietal.

De kwestie is actueel als gevolg van de voorgenomen uitbreiding en het daarmee samenhangende plan in meer kwesties dan tot dusver het vetorecht van de lidstaten te vervangen door besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid. Grote partnerlanden, Frankrijk voorop, wensen een striktere relatie tussen bevolkingsomvang en aantal toegemeten stemmen. In de praktijk zal dat ten koste gaan van de kleine landen die nu nog zijn overbedeeld. Tegen deze achtergrond spelen de specifieke verlangens van Duitsland en Nederland. Duitsland is na de hereniging op afstand het grootste land geworden, Nederland onderscheidt zich als gevolg van de gerealiseerde bevolkingsgroei. Het noemt zich bij voorkeur de grote onder de kleinen.

De bestaande praktijk doet recht aan het feit dat er verschillende categorieën lidstaten zijn — qua omvang van grondgebied en bevolking en qua politieke en economische betekenis. Tegelijkertijd hebben de kleine landen een steuntje in de rug gekregen, maar ook weer niet te veel. Met het instrument van de zogenoemde blokkerende minderheid kunnen drie grote landen samen voorkomen dat ze overlopen worden. Anderzijds vinden de kleine landen weer extra bescherming in de rol van de Europese Commissie in de besluitvorming.

DE BESTAANDE STEMMENWEGING moet worden aangepast. Het aantal lidstaten zal op termijn bijna worden verdubbeld. Alleen al de toetreding van Polen, gerekend naar bevolkingsomvang vergelijkbaar met Spanje, zal de balans verstoren. Het uitgangspunt van de rekenarij zal blijven de handhaving van een zeker evenwicht tussen grote en kleine landen. Onder het geldende regime zou het na uitbreiding mogelijk zijn dat een gekwalificeerde raadsmeerderheid slechts wordt gedekt door een minderheid van het Unievolk. Aanpassing van de spelregels moet dat voorkomen. Meer dan de bestaande grove indeling in categorieën landen is daarbij niet nodig. Alleen al de demografische dynamiek zou van een vaste band per staat tussen aantal inwoners en aantal toebedeelde stemmen een chronische belasting van de Europese besluitvorming maken.