`Overheid wilde niet van gevaar horen'

De overheid heeft jarenlang niet willen horen van de gevaren van professioneel vuurwerk. Dat verklaarde vuurwerkexpert H. Kodde van onderzoeksinstituut TNO gisteren voor de rechter-commissaris in Den Haag.

Kodde was als getuige opgeroepen door de advocaten van slachtoffers van de vuurwerkramp in Enschede. Bij een onderzoek naar aanleiding van de vuurwerkramp in Culemborg in 1991 stelde hij vast dat bepaalde stukken professioneel vuurwerk, shells, onder omstandigheden massa-explosief konden reageren. In de milieu-voorschriften wordt er nu nog van uitgegaan dat ze dat niet doen, vandaar dat de shells in de gevaarklasse 1.3 zijn ingedeeld. Kodde concludeerde begin 1992 dat ze thuishoren in de gevaarklasse 1.1. Bij het rampbedrijf S.E. Fireworks in Enschede lagen ook shells opgeslagen.

Omdat het destijds geen officiële classificatietest betrof, had het TNO-rapport geen gevolgen voor de regels voor de opslag van vuurwerk, aldus Kodde. En voor een officiële classificatietest van shells had geen ministerie geld over. Ook voor andere onderzoeksvoorstellen kon Kodde de overheid niet interesseren. Zo stelde hij vijf jaar geleden tevergeefs voor onderzoek te doen naar de opslag van vuurwerk in zeecontainers. Zeecontainers hebben een grote rol gespeeld bij de ramp in Enschede. Toen de brand daar geblust leek, explodeerde een container die vervolgens het bunkercomplex in brand zette.

Kodde is ook betrokken geweest bij NAVO-onderzoeken naar explosieven en met name naar de afstand waarover bepaalde explosieven schade aanrichten. De NAVO-richtlijnen hiervoor zijn volgens Kodde direct bruikbaar voor vuurwerk van de zwaarste categorie en bestaan ten minste vanaf 1990.

Koddes verklaring is bezwarend voor het ministerie van VROM. Gisterochtend verklaarde minister Pronk tegenover de rechter-commissaris dat hij ná de ramp opdracht had gegeven ,,te zoeken naar objectiveerbare gegevens'' over de opslag van vuurwerk. Dat leidde op 8 november van dit jaar tot het advies dat nieuwe opslagplaatsen niet meer dan 6.000 kilo vuurwerk mogen bevatten. Bij S.E. Fireworks lag ruim 158.000 kilo vuurwerk opgeslagen. Pronk zei gisteren dat hij zijn richtlijn ,,mede gebaseerd had op een NAVO-document''. Hij kon zich niet herinneren hoe oud dit document was.

Volgens Kodde is de vuurwerkexpertise bij de overheid in de loop der jaren afgenomen. ,,Het onderwerp vloog van het ene ministerie naar het andere, en steeds andere mensen hielden zich ermee bezig. Alleen bij Defensie was nog expertise aanwezig, aldus Kodde. Na afloop van zijn verhoor lichtte de TNO-onderzoeker nog toe dat hij de afgelopen maanden ,,zeer veel'' stukken verkeerd geclassificeerd, te zwaar vuurwerk in handen heeft gekregen. Dat gebeurt in het kader van een onderzoek dat de Inspectie Milieu-hygiëne (van VROM) uitvoert bij vuurwerkbedrijven in Nederland.

DOSSIER ENSCHEDE www.nrc.nl