Op stage aan het bed in Antwerpen en Bocholt

Er is een groot tekort aan stageplaatsen in Nederlandse ziekenhuizen.

De leerling-verpleegkundigen wijken noodgedwongen uit naar België en Duitsland. ,,Het is tof. Ik heb geen heimwee.''

Om de drie uur verschoont ze een aantal baby's, ze geeft ze de fles en ook medicijnen. ,,Het is best een heftige job'', zegt Marleen Smit (21) uit Stroe.

Ze loopt twintig weken lang stage op de intensive care neonatologie van het St. Augustinusziekenhuis in Antwerpen.

,,Ik heb niets tegen Belgen, maar ik ben hier wél wat eenzaam'', vertelt de vierdejaars leerling middelbaar beroepsonderwijs (mbo) van het Neder-Veluwe College in Ede. ,,Ik had liever een stageplaats in Nederland gehad. Daarvoor heb ik ook mijn best gedaan, maar mijn telefoontjes naar ziekenhuizen leverden niets op. En van de school hoorde ik het ook al: er zijn voor ons nu eenmaal te weinig stageplekken in Nederlandse ziekenhuizen.''

Volgens de vakbond AbvaKabo is er een landelijk tekort van twintigduizend stageplaatsen in ziekenhuizen. De schaarste is het grootst in Groningen en Limburg. Vorige week dinsdag boden duizend leerling-verpleegkundigen minister Borst (Volksgezondheid) vierduizend handtekeningen aan, om haar te wijzen op dit ,,nijpende probleem''.

Marleen Smit vindt het maar vreemd dat haar ,,eigen land'' haar in de kou laat staan. Ze is blij dat het Neder-Veluwe Collega kans heeft gezien stagiairs in het buitenland te plaatsen, want ze wilde ,,dolgraag met vroeggeborenen aan het werk''.

Maar aan zo'n verblijf ver van huis zitten ook nadelen, legt ze uit. ,,Je zit niet alleen in je uppie, je hebt ook behoorlijke reiskosten. Verder betaal ik 450 gulden voor de studentenflat, die ik samen met twee Belgische en een Duitse studente deel. Voor mijn bijbaantje in Stroe heb ik nog maar drie uur per week tijd. Ik heb een `uitwonende beurs' van 300 gulden. Ik red het financieel lang niet, mijn ouders moeten flink bijspringen.''

Hoofd verpleegkundige dienst Eric Verbist van het St. Augustinusziekenhuis zegt dat hij ,,blij'' is met de ,,Hollandse stagiaires''. ,,De drie studentes die hier vorig jaar waren, bevielen goed. In februari komen er weer acht vierdejaars bij'', vertelt hij. ,,De tevredenheid is wederzijds. De kennis en de vaardigheid die de leerlingen opdoen wordt door hen goed gesmaakt.'' Verbist verbaast zich erover dat de aspirant-verpleegkundigen niet in Nederland terechtkunnen. ,,Ik kan het me niet inbeelden. Stel je voor: Belgische stagiairs moeten naar het buitenland. Uitgesloten.''

Minister Borst heeft de Nederlandse ziekenhuizen vorige week opgeroepen ,,meer stageplaatsen te creëren voor mbo'ers''. Maar de ziekenhuizen voelen daar vooralsnog weinig voor. Directeur patiëntenzorg N. Zeller van het Edese ziekenhuis De Gelderse Vallei zei in het tv-programma Barend & Witteman dat ,,zorg in een ziekenhuis rechtvaardigt dat er een hbo'er [hoger beroepsonderwijs] aan je ziekbed staat''. ,,De mbo'er is niet goed genoeg. Die steekt op een lager niveau in.''

Woordvoerder R. Vosveld van het Catharinaziekenhuis in Eindhoven: ,,We hebben, net als andere ziekenhuizen, te weinig praktijkbegeleiders voor stagiairs. Toch nemen we mbo'ers, voor de echte zorgkant. Maar we zijn royaler met hbo'ers wegens hun grotere verpleegkundige kwaliteiten.''

De hogescholen en Regionale Opleidings Centra (ROC's) hebben kritiek op het stagebeleid van de ziekenhuizen.

Stagecoördinator Greet Visser-Schoon van het Neder-Veluwe College stelt dat er bij de ziekenhuizen blijkbaar wél tijd, geld en personeel beschikbaar is voor het inwerken van buitenlandse verpleegkundigen om het personeelstekort weg te werken, maar dat ,,onze eigen stagiairs niet welkom zijn''. Visser: ,,De ziekenhuizen zeggen dat hbo'ers beter kunnen managen, en dat ze meer overzicht over de verpleegkundige zorg hebben dan mbo'ers. Als de mbo'ers goed zijn ingewerkt, zijn ze uitstekende verpleegkundigen aan het bed. Ze kunnen de zorg voor de individuele patiënt goed coördineren.''

De perikelen rond de stages doet hier en daar de roep weerklinken om het in 1997 afgeschafte zogenoemde in-service-onderwijs, waarbij instellingen zelf hun personeel opleiden, weer in te voeren. Het in-service-onderwijs bestaat nog in België en Duitsland, waar tal van Nederlandse stagiairs er ervaring mee opdoen. Jerney Liebrand (20) en Iris Welcker (19), bijvoorbeeld, beiden leerling van het Neder-Veluwe College, lopen sinds vier weken stage op de gastro-enterologische afdeling van het St. Agnes Hospital in het Duitse Bocholt. ,,Ik was liever in Nederland aan de slag gegaan, maar dat zat er vreemd genoeg niet in'', zegt de uit Ulft afkomstige Jerney. ,,Hoe het hier bevalt? Het is tof. Ik heb geen heimwee, ik zie het als een uitdaging. Ik heb al enkele opvallende verschillen tussen Duitse en Nederlandse patiënten ontdekt. De Nederlandse zijn mondiger, de Duitse aardiger. Zo aardig heb ik ze bij mijn stages in Nederlandse verzorgingshuizen niet meegemaakt. De Duitsers nemen genoegen met minder privacy: zo zijn er geen bedschermen op de kamers.'' Iris, wier (Nederlandse) ouders pas naar het naburige Duitse Hamminkeln zijn verhuisd: ,,In België mogen stagiairs méér dan in Nederland en in Bocholt. Het geven van moeilijke injecties, bijvoorbeeld. Wij hebben op school geleerd een infuus aan te leggen, maar daar komen we hier als derdejaars niet aan toe.''

Jerney Liebrand (,,Het Duits is geen probleem, we zijn op school bijgespijkerd'') woont in Bocholt gratis in een met twee meisjes gedeelde flat. Ze ontvangt maandelijks tachtig D-mark als bijdrage voor haar maaltijden. ,,Best mooi'', zegt ze. Maar het steekt haar dat Duitse stagiairs een stagevergoeding krijgen, en zij niet. Verder ziet ze nog een klein bezwaar: ,,Wij dragen een lichtblauw shirt, Duitse collega's een wit. We zijn toch niks minder?''

In het Antwerpse St. Augustinusziekenhuis is Marleen Smit precies zo gekleed als alle andere verpleegkundigen. In het wit. Ze verschoont de baby's en geeft ze de fles. Met veel plezier. Maar ze weet nog niet of ze gaat doorstuderen om verpleegkundige neonatologie te worden. Misschien wordt het iets anders, zegt ze, ,,want ik zie van dichtbij ook droevige dingen gebeuren met de kindjes''.