Olieprijs beweegt als een jojo

Ruwe olie is de afgelopen dagen fors goedkoper geworden. Maar vanochtend trad weer een prijsstijging op als gevolg van een koudegolf in de Verenigde Staten die de vraag naar huisbrandolie en benzines opjaagt.

Gistermiddag bereikte de prijs van de toonaangevende Noordzeeolie Brent op de termijnmarkt in Londen 26,65 dollar per vat (159 liter). Dat was het laagste niveau sinds eind juli van dit jaar. Oorzaken waren licht stijgende voorraden van ruwe olie in de Verenigde Staten en de verwachting dat spoedig een akkoord kan worden bereikt tussen de Verenigde Naties en Irak dat hervatting van de olie-export door dit land mogelijk maakt.

Maar de slotnotering voor Brent-olie was gistermiddag in Londen toch weer hoger: tegen de 28 dollar per vat. Vanochtend kwam daar bij de opening van de markt nog 30 dollarcent bij. De handel in termijncontracten werd gistermiddag laat en vanochtend beïnvloed door nieuwe cijfers van het Amerikaanse ministerie van Energie die aangeven dat de vraag naar huisbrandolie en aardgas stijgt, bij krappe voorraden.

Ook op de termijnmarkt in Singapore trok de prijs vanochtend vroeg aan. Lichte Amerikaanse olie werd 41 dollarcent per vat duurder en kwam op 30,26 dollar.

Gistermiddag bewoog de prijs zich voor het eerst in vijf maanden even binnen de prijsmarge van 22 tot 28 dollar per vat die de Organisatie van olie-exporterende landen (OPEC) gewenst acht. De Venezolaanse president Chávez drong er direct bij OPEC op aan een te sterke prijsval te voorkomen.