Nog voldoende ruimte voor creatieve geesten

Het nieuwe belastingstelsel gaat volgende maand in. In de aangifte over 2000 verandert er nog niets, maar het eerste loonstrookje zal er al anders uitzien. Wie niet voor verrassingen wil komen te staan, moet vaak voor het einde van het jaar al het nodige regelen. `De meeste belastingplichtigen hebben geen flauw benul van wat hun te wachten staat.'

Frauderen zou in het nieuwe belastingstelsel nagenoeg onmogelijk worden. Maar belastingadviseurs hebben her en der alweer nieuwe gaten gevonden.

EENVOUD SIERT DE MENS, en ook het nieuwe belastingstelsel. Dat was althans de bedoeling. Maar na een jaartje fiscale wetgeving in de Kamer is er van die eenvoudige opzet weinig meer over.

Willem Vermeend, de vorige staatssecretaris van Financiën, was er altijd duidelijk in. De door hem bedachte stelselherziening was (onder meer) nodig omdat de belastinginkomsten worden uitgehold door fiscale ontwijkingsconstructies. ,,We waren het bestaande stelsel voortdurend aan het repareren, maar het hielp niet meer'', zei Vermeend vorig jaar in een vraaggesprek met NRC Handelsblad. Het nieuwe stelsel zou vele zegeningen moeten brengen: goedkopere arbeid, een beter milieu, meer economische zelfstandigheid, stabielere belastinginkomsten en bovenal: meer eenvoud.

Die eenvoud moet vooral komen uit het schrappen van een groot aantal aftrekposten. Die zijn bijna per definitie fraudegevoelig, omdat de verleiding om bijvoorbeeld meer kosten op te voeren dan daadwerkelijk zijn gemaakt, voor sommigen haast onweerstaanbaar groot is. Ook de invoering van de vermogensrendementsheffing, de belasting op vermogen tegen een vast (fictief) rendement (vier procent) en een vast tarief (30 procent), moet fraude tegengaan.

De overzichtelijkheid van het nieuwe stelsel is in de Tweede Kamer al behoorlijk onderuit gehaald. De Kamerleden wilden namelijk niet alle aftrekposten schrappen, er zijn immers altijd wel bevolkingsgroepen te vinden die wél baat hebben bij bepaalde aftrekposten. En aftrekposten die ten gunste komen van het milieu zijn natuurlijk bij nagenoeg alle fracties populair. De Kamerbehandeling stond kortom in het teken van scoren. Hoe meer nieuwe aftrekmogelijkheden de Kamerleden voor hun electoraat wisten binnen te slepen, des te beter, zo leek het wel. Mede daardoor is er weer genoeg te frauderen voor de belastingbetaler die graag een beetje minder kwijt is aan de fiscus.

De grote vraag is nu: wat zijn de ontwijkmogelijkheden in het nieuwe stelsel? Bert Bongers, directeur van het College Belastingadviseurs (CB), maakt een duidelijk onderscheid tussen fraude en `fiscale grensverkenning', trucs dus. ,,Fraude is van alle tijden'', zegt hij. ,,Het opvoeren van niet gemaakte kosten, het verzwijgen van inkomsten, onkosten verzwijgen, dat soort zaken.'' En natuurlijk de categorie telfouten, die altijd in het voordeel van de belastingplichtige schijnen uit te vallen. Dat is volgens het CB niet de bedoeling. ,,De wet is de wet en daar heb je je aan te houden'', zegt Bongers.

Anders ligt het bij fraudegevallen die specifiek mogelijk zijn geworden door het nieuwe belastingstelsel. ,,Dat zou je in sommige gevallen uitlokking kunnen noemen'', meent Bongers. ,,Een slechte wet maakt het slechte in mensen wakker, zo werkt het nu eenmaal.''

Voorbeelden van `uitlokking' zijn er genoeg, zo blijkt. Allereerst de veelbesproken autokostenfictie. De belasting op de eigen auto die gebruikt wordt voor het werk, wordt opgehangen aan het aantal privé-kilometers dat ermee gereden wordt. De autorijder wordt uitgelokt om zoveel mogelijk werkkilometers op te geven, ook als hij deze niet werkelijk maakt. De controle daarop is ingewikkeld en de verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de werkgever, die immers de declaraties moet goedkeuren.

Hetzelfde geldt eigenlijk voor een ander buitenbeentje van het belastingpakket, de fietsaftrek. Onder druk van de Kamer is deze tijdens de behandeling van het plan geïntroduceerd. Iedereen die ten minste drie dagen in de week minimaal tien kilometer naar zijn werk fietst, krijgt een aftrek van ongeveer 700 gulden. Wie gaat dat controleren? De werkgever, die dagelijks een tocht door de fietsenstalling moet maken om te kijken of zijn werknemers wel echt zijn komen fietsen? Dat lijkt onwaarschijnlijk. Een beetje koude of regenachtige herfst en winter zouden de fraude met deze regeling wel eens tot grote hoogte kunnen opdrijven. Nog een geluk dat de onlangs gekscherend voorgestelde stepaftrek de eindstreep niet heeft gehaald. Overigens wordt de fietsaftrek eind volgend jaar alweer geëvalueerd. Mochten er te veel problemen ontstaan rond de regeling, dan wordt hij gewoon weer geschrapt.

Een andere potentiële vluchtweg is vorige week door de Europese ministers van Financiën zelf gecreëerd. Het betreft de belasting op vermogen. In Nederland geldt vanaf 1 januari de zogenoemde vermogensrendementsheffing. De Belastingdienst gaat ervan uit dat over het vermogen een rendement van 4 procent gehaald wordt. Dit bedrag (4 procent van het vermogen) wordt tegen 30 procent belast. In Europa is nu afgesproken dat vanaf 2003 over buitenlandse spaartegoeden in het eigen land een zogeheten bronbelasting van 15 procent wordt geheven. Dat scheelt voor Nederlandse spaarders de helft. Overigens geldt dat alleen voor spaartegoeden in België, Oostenrijk en Luxemburg. De andere EU-lidstaten melden gewoon hoeveel buitenlands spaargeld er op hun rekeningen staat, zodat de belastingdienst van de spaarders de belastingontduikers alsnog kan aanslaan.

Nog eentje dan: het boxhoppen. Het tweede huis wordt vanaf 1 januari ondergebracht in Box 3, waar een vermogensrendementsheffing van 1,2 procent geldt (30 procent over 4 procent). Voor sommige mensen pakt dat goed uit, voor anderen slecht; dat is afhankelijk van de huurinkomsten en de kosten voor het onderhoud van het tweede huis. Zeker is in ieder geval dat de hypotheekrente op het tweede huis vervalt. Mensen voor wie het wegvallen van de hypotheekrente slecht uitpakt, kunnen hun tweede huis op naam van hun partner zetten en tegen de Belastingdienst zeggen dat men geen relatie heeft, althans, geen samenwonend stel is. De fiscus kan dat op papier niet controleren en zal dus, om uitsluitsel te krijgen over deze constructie, daadwerkelijk moeten gaan posten bij beide huizen.

Tot zo ver de echte fraude. Let wel, deze `ontwijkmogelijkheden' zijn allemaal verboden bij wet. ,,Als de fiscus erachter komt, ben je zuur'', zegt Bongers van het CB. De sancties zijn een dikke boete (vaak 100 procent van het oorspronkelijk verschuldigde bedrag) plus ten minste vijf jaar lang `een rode stip' (een meer dan gemiddelde aandacht van de Belastingdienst voor de fraudeur).

Anders ligt het bij de trucs, de specialiteit van de belastingadviseurs. Hierbij gaat het niet zozeer om wetsovertredingen alswel om het aftasten van de ,,fiscale grensverkenning'', zoals de adviseurs dat noemen. Een van de regelingen waarbij dat zeker zal worden toegepast, is de zogenoemde meesleep- en meetrekregeling. In de nieuwe wet wordt de opbrengst van de verhuur van bijvoorbeeld een bedrijfspand aan een familielid of een verwante zwaar belast (in Box 1, tegen een progressief tarief dus). Een ontwijkmogelijkheid is relatief simpel te regelen. De ondernemer verkoopt zijn pand aan de bank en huurt het vervolgens terug. Hij krijgt zo de verkoopopbrengst van het pand en ontloopt tegelijkertijd de hoge belasting op de huurinkomsten op het pand. De vraag is of de fiscus deze regeling accepteert.

Een andere `truc' die de toets der kritiek wellicht niet zal doorstaan, is de regeling waarbij de relatief lage bijtelling voor oldtimers gebruikt wordt om `fiscaal te gaan feestrijden'. De stelselherziening maakt daar een einde aan door niet meer de cataloguswaarde van de oldtimers als grondslag te nemen, maar de werkelijke waarde. Zo hoopt de fiscus te voorkomen dat oldtimers voor nagenoeg niets aan bijtelling worden gebruikt. Door echter een oude `onverwoestbare' auto te nemen die aan de oldtimer-eisen voldoet (ofwel: ouder dan 25 jaar), zeg een oude Mercedes of Volvo, ontloop je die hoge bijtelling. Een oude Volvo of Mercedes mag dan officieel een oldtimer zijn, dergelijke wagens zijn voor een relatief laag bedrag (werkelijke waarde) te koop. Dat wordt dus `fiscaal feestrijden' in oude Volvo's en Mercedessen.

Al met al biedt het nieuwe belastingstelsel voldoende ruimte voor creatieve geesten. Daaraan is niet alleen de Tweede Kamer schuldig. Een constructie met drie verschillende tarieven in drie verschillende belastingboxen nodigt per definitie uit tot boxhoppen. Onduidelijke en af en toe discriminatoire regels voor de belasting van stakingswinsten of bedrijfsoverdrachten van ondernemers maken het er niet helderder op. De doelstellingen van Vermeend blijken op sommige punten hopeloos achterhaald. De stelselherziening op zichzelf is een verbetering, zeker, maar eenvoud? Gemakkelijker hadden ze het in ieder geval wel kunnen maken, maar dan was het er niet leuker op geworden.