Nice mag niet mislukken

Tijdens de Europese top die vandaag in Nice begint, mogen geen moeilijke beslissingen worden uitgesteld. Om de besluitvorming doeltreffender te maken, moet gekozen worden voor stemming bij gekwalificeerde meerderheid, meent Romano Prodi.

Het is mogelijk dat bij velen de mening heeft postgevat dat de hervorming van de Europese instellingen een saai onderwerp is, te abstract om relevant te zijn en te vermoeiend om er veel aandacht aan te schenken. De Europese top in Nice is niettemin van cruciaal belang voor ons allen omdat tijdens deze top zal worden beslist of de Europese Unie in de toekomst kan blijven functioneren.

De Unie zal alleen vooruitgang kunnen blijven boeken indien zij, wanneer zij is uitgebreid met nieuwe lidstaten, in staat zal zijn tot een doeltreffende besluitvorming. Het resultaat van Nice moet een verdrag zijn dat ons daadwerkelijk de middelen in handen geeft om snel en doeltreffend te reageren op de uitdagingen die ons wachten.

De belangrijkste kwestie is de uitbreiding van de stemming bij gekwalificeerde meerderheid. Alleen wanneer terzake veranderingen worden aangebracht waarbij kwaliteit belangrijker moet zijn dan kwantiteit, zal de besluitvorming doeltreffender worden. Wanneer in Nice geen vooruitgang wordt geboekt op het gebied van buitenlandse handel, fiscale bepalingen in relatie tot de interne markt, asiel -en immigratiebeleid alsmede op sociaal beleid en de structuurfondsen, kan niet van een succes gesproken worden. Indien wij echter op dit gebied tastbare vorderingen kunnen boeken, zal het Verdrag zodanig gewijzigd kunnen worden dat dit voordelen zal opleveren voor de bevolking van het hele Europese continent.

Het is van essentieel belang dat de besluitvorming in aangelegenheden betreffende de handel wordt verbeterd. Voortgaan op basis van eenstemmigheid doet niet alleen afbreuk aan de efficiëntie binnen de Unie maar brengt ook het gevaar met zich mee dat het aanzien van Europa in de wereld vermindert. De concurrenten weten dat zij te maken hebben met een Gemeenschap waarin ieder lid over een veto beschikt en gemakkelijk tegen elkaar kunnen worden uitgespeeld.

Europa is voor zijn welvaart en werkgelegenheid afhankelijk van de handel. De regels voor de besluitvorming op dit gebied werden opgesteld in een tijd waarin de Gemeenschap uit zes lidstaten bestond, en de handelspolitiek voornamelijk gericht was op de opheffing van technische belemmeringen voor het goederenverkeer. Op dit moment vertegenwoordigt de dienstensector 25 procent van de handel van de Unie met de rest van de wereld. De helft van onze investeringen in het buitenland vindt plaats in de dienstensector. De Europese ondernemingen rekenen erop dat wij hun belangen kunnen verdedigen. Indien wij er niet in slagen om toegang te krijgen tot buitenlandse markten of om voor voldoende bescherming te zorgen voor onze culturele of industriële productie, zal de werkgelegenheid daaronder lijden.

Ik begrijp hoe gevoelig de belastingpolitiek voor sommige landen ligt. Laat er dus geen twijfel over bestaan: ik ben niet van mening dat de EU de belastingniveaus in de lidstaten dient vast te stellen, en ik stel dit ook niet voor. Dit zijn aangelegenheden die de nationale begrotingen betreffen. Evenmin ben ik tegen een redelijke mate van belastingconcurrentie, die belangrijk is voor een gezonde economie en goed voor de consument.

Ik ben echter wel van mening dat moet worden begonnen om bepaalde fiscale beslissingen bij meerderheid van stemmen te nemen, wanneer alleen daardoor de interne markt soepel kan blijven functioneren. Dit zijn bescheiden veranderingen, die de fundamentele aspecten van de nationale belastingssystemen niet aantasten. Overigens zou eenstemmigheid de regel blijven in alle andere belastingaangelegenheden.

Wat asiel en immigratie betreft is het in het belang van eenieder om ervoor te zorgen dat de besluitvorming niet wordt gehinderd door de eenstemmigheidsregel. Het dient nergens toe indien aspirant-immigranten in de Unie de kans krijgen of worden gestimuleerd uitgebreid te wikken en te wegen bij hun keuze van de lidstaat die de gunstigste voorwaarden en procedures biedt. Maar het is moeilijk overeenstemming te bereiken over het gemeenschappelijk actiekader waartoe door de Europese Raad van Tampere in 1999 werd opgeroepen, zolang één lidstaat de anderen kan tegenhouden. Dus: stemming bij meerderheid.

Met betrekking tot de coördinatie betreffende het sociaal beleid heeft eveneens stemmen bij meerderheid de voorkeur. Niet omdat ik de sociale wetgeving van de lidstaten geharmoniseerd wil zien. Waar het om gaat is dat vergroting van de mobiliteit niet mogelijk is zonder een betere beleidscoördinatie voor burgers die van woonland veranderen. Indien een Franse gepensioneerde in Italië gaat wonen, een Spaanse zelfstandige zich in België vestigt of een Duits onderdaan in Zweden gaat studeren, moet de betrokkene zeker kunnen zijn van zijn of haar sociale rechten. Dat kan alleen indien beslissingen op het gebied van coördinatie bij meerderheid van stemmen worden genomen.

Ten slotte kunnen ook de structuurfondsen niet onderworpen blijven aan de eenstemmigheidsregel. Uiteraard is dit een gebied waarop de lidstaten altijd vastbesloten voor hun belangen zullen opkomen. Maar gezien de worstelingen die nu plaatsvinden terwijl de Unie nog maar vijftien lidstaten telt, kan niemand optimistisch zijn waneer een akkoord moet worden bereikt tussen bijna dertig lidstaten. Ofwel zal welk akkoord dan ook onmogelijk blijken, ofwel zullen wij voortdurend het gevaar lopen besluiten te nemen waardoor de financiële middelen zonder enig werkelijk effect over geheel Europa worden versnipperd.

Op al deze vijf gebieden worden de argumenten voor stemming bij meerderheid niet ingegeven door ideologie, maar zijn zij pragmatisch. Het gaat om de besluitvorming en het is niet de bedoeling nieuwe bevoegdheden voor de Gemeenschap in de wacht te slepen.

Uiteraard zijn de gebieden waarop de lidstaten moeite hebben hun veto af te staan verschillend. Maar indien iedere lidstaat voet bij stuk houdt, zal iedere lidstaat er bij verliezen, en zal iedere burger minder baat hebben bij de Unie.

Behalve over de regels voor het stemmen zal in Nice duidelijke taal worden gesproken over de omvang van de Commissie. In zekere zin is het aantal leden van de Commissie niet de belangrijkste kwestie. Waar het op aankomt is ervoor te zorgen dat de instelling soepel en doelmatig blijft functioneren. Het aantal leden beneden een bepaald maximum te houden is één mogelijke oplossing. Maar even belangrijk is het aandacht te besteden aan de manier waarop de Commissie intern is georganiseerd, en ervoor te zorgen dat de voorzitter de bevoegdheid heeft om zijn team samen te stellen, ongeacht de omvang ervan.

Een andere belangrijke kwestie zal de invoering zijn van nieuwe regelingen met het oog op nauwere samenwerking tussen groepen van lidstaten. Dit is geen nieuw idee, en het Verdrag van Amsterdam bood reeds de mogelijkheid om op flexibeler wijze samen te werken. Maar de voorwaarden zijn strikt, en de lidstaten die niet bereid of in staat zijn mee te doen, kunnen de anderen nog steeds beletten voortgang te maken, met als gevolg dat de bevoegdheden van Amsterdam nooit zijn gebruikt.

De bepalingen inzake nauwere samenwerking moeten vereenvoudigd worden. Voorts moet er voor gezorgd worden dat alle lidstaten zonder onderscheid zich kunnen aansluiten, hetzij meteen van meet af aan of op een later tijdstip. Ook is het van belang dat de Raad, de Commissie en het Europees Parlement steeds hun rol blijven spelen, ook wanneer een kleinere groep lidstaten gaat samenwerken.

De deelnemers aan de Intergouvernementele Conferentie mogen niet de illusie koesteren dat de moeilijke beslissingen waarmee wij in Nice geconfronteerd worden, kunnen worden uitgesteld. Er mogen ditmaal geen onafgedane zaken overblijven, geen knopen om later te ontwarren. De buren in het Oosten kloppen aan de poort. Zij spannen zich in om in aanmerking te komen voor het lidmaatschap van de Unie, en wij moeten klaarstaan om hen te ontvangen.

Na Nice zal ik geen twijfel laten bestaan over de vraag of wij al dan niet doeltreffend kunnen optreden in een groter wordende Unie.

Romano Prodi is voorzitter van de Europese Commissie.