Nederland wordt warm noch koud van Europa

Terwijl de Britten zich massaal en hevig opwinden over Europa, blijft het onderwerp in Nederland een zaak van `la classe politique'. Over vervreemding door gebrek aan emotie, of: hoe begint men een Europa-debat?

De Britse radiozender BBC Five Live heeft voor een avond de studio verplaatst naar het Amsterdamse café Schiller en Europarlementariër Michiel van Hulten (31, PvdA) beantwoordt vragen van inbellende Britse luisteraars. Onderwerp: Europa, aan de vooravond van `Nice'. Bijna elke Britse beller is tégen Europa. Over de Duitse en Franse intenties met Europa nemen de bellers soms termen in de mond die je in Nederland met de rechter in aanraking zouden brengen.

Ook bij meer extreme discussiebijdragen blijft Van Hulten geduldig uitleggen waarom Nederlanders over het algemeen enthousiast zijn over het verenigd Europa: wegens de praktische voordelen. ,,Ik schrik er niet zo van. Ik heb zeven jaar in Engeland gewoond'', legt hij uit. ,,Alleen die mevrouw die steeds `wij zijn superieur' riep, daar kijk je toch wel even van op.''

Jammer, vindt Van Hulten, dat wij in Nederland niet zo heftig over Europa discussiëren. ,,Als er in Nederland scherp debat op emotioneel niveau bestond, was er misschien meer democratisch draagvlak voor de Europa-politiek. Nu leven gevoelens — twijfels over de euro bijvoorbeeld — alleen onder de oppervlakte. Het resultaat is vervreemding.''

Radicaal anti-Europees stelt in de Nederlandse politiek alleen de Socialistische Partij zich op, en dan nog met mate: algemeen secretaris Tiny Kox is naar Nice gereisd om deel te nemen aan een `alternatieve top' van Eurosceptici. Van stenen- en taartengooiers houdt ook de SP zich verre. SP-leider Jan Marijnissen zit op Cyprus — om over mogelijke aansluiting van dit eiland bij de EU te spreken.

De opstelling van de SP wordt door de andere partijen in het Nederlandse parlement niet als een bedreiging ervaren. Toch is in politiek Den Haag verontrusting troef: er is in ons land niet alleen geen echte oppositie tegen het verenigd Europa, er is — buiten een kleine kring van politici en specialisten — zelfs nauwelijks enig debat. ,,Europa is typisch iets voor la classe politique'', meent Kamerlid Eimert van Middelkoop (ChristenUnie). Daarbuiten maakt niemand zich er druk over.

Of dat zo blijft is de vraag.

Europa zal de komende jaren dieper ingrijpen in het leven van de burger: de euro, de uitbreiding van de Unie naar Oost-Europa en het daarmee afnemende politiek gewicht van een land als Nederland. Menig parlementariër vreest onvoorspelbare gevolgen: zonder tegenstand ontstaat ook geen expliciete steun voor beleid.

Wat de onrust nog vergroot is dat Nederlandse parlementariërs zelf niet veel mogelijkheden hebben, effectieve oppositie tegen het Europees beleid te voeren. Als premier Kok volgende week uit Nice terugkeert, zijn de mogelijkheden van het parlement om aldaar in de onderhandelingen ingenomen Nederlandse standpunten terug te draaien, buitengewoon gering. ,,In Nederland heeft over Europa altijd brede consensus bestaan, omdat we er zo veel voordeel van hadden'', meent Maxim Verhagen (CDA). Als klein land konden we door aansluiting bij de Unie een relatief gewichtige rol spelen, en economisch is Nederland ook sterk bij internationale samenwerking. Nu de burger echter in toenemende mate ook mogelijk met schaduwzijden van Europa te maken krijgt, zou die brede consensus wel eens een handicap kunnen worden.

Dat Europa bij ons meer inzet van politiek debat moet zijn, is zelfs regeringsbeleid. Op de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken (www.minbuza.nl) is een opzet voor propagandacampagnes te vinden, die ten doel hebben het maatschappelijk debat over uitbreiding van de Unie en hervorming van de Unie-instituties, de voornaamste programmapunten in Nice, `te initiëren en te voeren'. Het kwam er nog niet van: door de algehele desinteresse van het publiek, zouden campagnes maar `op rotsige bodem vallen' - constateert het document.

In de Tweede Kamer wordt vooral aan institutionele hervormingen gedacht, om Europa te politiseren. PvdA-fractieleider Ad Melkert zei vorige week op een partijbijeenkomst dat het hoog tijd werd een eind te maken ,,aan de fictie dat het centrum van de wereld zich aan het Binnenhof bevindt''. Hij herhaalde zijn voorstel om aan alle regeringen in Europa in Brussel gestationeerde vice-premiers toe te voegen, als trait d'union tussen Europa en de nationale regeringen. Dit idee heeft in Den Haag nog geen wortel geschoten.

Beter gaat het met de Europese Senaat. PvdA en CDA hebben een werkgroep gevormd die deze gedachte nader moet uitwerken. Buiten deze twee partijen ondervindt het plan geen steun. ,,Je kunt beter de controle door de nationale parlementen versterken'', meent de VVD-er Frans Weisglas. Naast het ook al moeizaam functionerende Europese parlement, zegt hij, vormt zo'n Senaat alleen maar een uitbreiding van de `afschuifmogelijkheden'. Dat menen ook de meeste Nederlandse europarlementariërs.

Hoe moeizaam de politisering van Europa in het Nederlandse parlement verloopt, bleek gisteren in de commissie voor Europese zaken van de Tweede Kamer. VVD, CDA en ChristenUnie hadden eerder het plan opgevat premier Kok, desnoods per Kamermotie, te dwingen af te zien van instemming van het Europees Handvest - vanwege strijdigheid met bestaande Nederlandse en Europese wetgeving. Kok zei dat er wat hem betreft weinig te dwingen viel: het debat tussen de regeringsleiders over het Handvest had al op de informele top in Biarritz plaatsgevonden, in Nice gaat het vandaag alleen nog om de feestelijke ondertekening - zonder spreektijd.