Met muziekonderwijs is het slecht gesteld

Volgens het Cito presteren basisschoolleerlingen bij het vak muziek onder de maat. De Albert Plesmanschool in Rotterdam voelt zich niet aangesproken.

,,Zijn jullie hier in Rotterdam weleens in de `Koopgoot' geweest?'' De leerlingen van groep 5 van basisschool Albert Plesman kijken hun leraar H. de Koning verbaasd aan. Ja, daar zijn ze allemaal weleens geweest. Maar wat heeft dat met de muziekles te maken?

Dat zal snel duidelijk worden als De Koning begint met het vertellen van een verhaal over een vader en een meisje die aan het winkelen zijn in de Rotterdamse `Koopgoot'. ,,De vader is wel twee meter lang en maakt enorme stappen. Zijn dochtertje is heel klein en loopt de benen uit haar lijf om haar vader maar bij te houden.''

De leerlingen schateren.. ,,Goh, wat was dat een gek gezicht zeg'', gaat de Koning verder. ,,En ze hadden ook nog eens allebei van die klompjes aan. En dat klonk ongeveer zo...'' De Koning beent met grote stappen door het lokaal en klapt het langzame ritme dat de klompen van de grote man voortgebracht moet hebben. Een voor een beginnen de leerlingen nog wat onwennig met het ritme mee te klappen. Als De Koning dan vraagt of hij het wat moeilijker zal maken, klinkt er een volmondig `ja' uit de kelen van de leerlingen.

De muziekverrichtingen van de Albert Plesman zijn gerust opmerkelijk te noemen. Andere basisscholen brengen het er slechter van af. Het Cito deed onderzoek naar de kwaliteit van het muziekonderwijs op 250 Nederlandse scholen. Deze week werden de resultaten van dit uitgebreid onderzoek gepresenteerd.

De resultaten liegen er niet om. Zo wordt er op de scholen die in het onderzoek niet nader zijn uitgesplitst, niet goed gezongen en scoren de leerlingen slecht als het gaat om het begeleiden van liedjes. Vergeleken met eerdere onderzoeken, in 1987 en 1992, is er weinig vooruitgang geboekt, aldus het Cito. Zo maakt, net als tien jaar geleden, slechts dertig procent van de scholen gebruik van een muziekmethode en wordt er per week gemiddeld 45 minuten muziekles gegeven. Dit bedroeg in tien jaar geleden nog een kleine 53 minuten. ,,Wij hebben bijna elke dag muziekles'', zeggen de leerlingen van de Albert Plesman in koor.

Ondertussen zet De Koning nog een lied in. Zittend aan de piano kijkt hij tevreden toe. ,,Geen muziek maken zou een ernstig gebrek zijn in de ontwikkeling van een kind. Maar voor echte muziekles zullen ze toch echt moeten vervoegen bij een muziekschool, maar dit is in ieder geval een begin.''

Achter in de klas duikt een jongen schuchter weg. ,,Ik snap het eigenlijk nog nog niet zo goed'', prevelt hij na de introductie van de Koning over de klompen. Maar als later die ochtend de leerlingen een zelf bedacht ritme moeten klappen, zal juist hij als een van de eerste met zijn vinger in de lucht zwaaien en bewijzen dat hij wel degelijk gevoel voor ritme en muziek heeft. Als hij zijn ritme begint te klappen, kijken de overige leerlingen ademloos toe.

Als hij klaar is, blijft het even stil. ,,Dat is heel goed. Je hebt geen foutje gemaakt'', doorbreekt De Koning de stilte. De jongen kijkt trots om zich heen. ,,Zie je wel dat ik het kan?''