Met geld meer geld verdienen

Topinkomens en vermogenden gaan er op het eerste gezicht flink op vooruit in het nieuwe belastingstelsel. Waar jan modaal zijn inkomen met maximaal zo'n procent of 7 ziet stijgen, bedraagt de stijging vanaf vier keer modaal (200.000 gulden per jaar) al snel zo'n 10 procent of meer.

Niet iedereen met vermogen pakt de volle winst van de stelselherziening. Opbrengsten uit vermogen (spaargeld, aandelen) worden in het nieuwe stelsel anders belast. Zij vallen in Box 3, waar de vermogensrendementsheffing achter schuilgaat. Die houdt in dat over het rendement van het vermogen (vastgesteld op 4 procent per jaar) 30 procent belasting wordt geheven. Netto dus 1,2 procent belasting over het vermogen.

De belangrijkste wijziging is dat het (eerste) eigen huis, dat nu voor 60 procent meetelt bij het vermogen, daar vanaf 1 januari niet meer onder valt. Voor het tweede, derde en verdere huis geldt dat wel. Daar vervalt dan ook nog eens de hypotheekrenteaftrek, hetgeen in sommige gevallen tot een fors nadeel kan leiden (bij hoge onderhoudskosten en een lage verhuurprijs bijvoorbeeld).

Hoe iemand na 1 januari rendement behaalt op zijn vermogen (en hoeveel) doet er voor de fiscus niet meer toe. De Belastingdienst gaat uit van 4 procent per jaar. Haalt iemand minder dan 4 procent rendement, dan zal zijn vermogen na belasting dus iets zijn afgenomen.

Nu gelden er enkele vrijstellingen die het totale bedrag aan vermogen fiks kunnen drukken. Allereerst heeft iedere belastingplichtige een vrijstelling van 38.785 gulden. Echtparen hebben dus ongeveer 75.000 gulden vrijstelling. Ook negatief vermogen (schulden), mits groter dan 5.509 gulden, mogen van het vermogen worden afgetrokken. Daarnaast zijn er vrijstellingen voor kinderen, voor milieuvriendelijke beleggingen, maatschappelijke beleggingen, investeringen in startende bedrijven en beleggingen in kunst. In totaal, zo rekende staatssecretaris Bos (Financiën) de Kamer laatst voor, kan maximaal zo'n 500.000 gulden van het vermogen dusdanig belegd worden, dat er geen cent belasting over betaald hoeft te worden. Wel zijn de rendementen op milieu-investeringen of maatschappelijke beleggingen over het algemeen flink lager dan op de `reguliere' aandelenbeurs.

Ook voor mensen met een AOW-uitkering geldt een extra aftrekmogelijkheid, mits het vermogen onder de 513.341 gulden blijft. Zij mogen dan, mits hun jaarinkomen niet meer dan 26.237 gulden bedraagt, 51.338 gulden van hun vermogen aftrekken voor belasting. Wie meer verdient, maar onder de grens van 36.504 gulden blijft, heeft recht op een vrijstelling van 25.669 gulden per persoon.

Uit berekeningen van budgetonderzoeksbureau Nibud blijkt dat niet iedereen met vermogen dezelfde inkomenseffecten tegemoet kan zien na de invoering van het nieuwe stelsel. Een alleenstaande arbeidsongeschikte bijvoorbeeld, die dankzij een erfenis een fiks bedrag heeft geërfd, kan er in het slechtste geval enkele tienden van procenten op achteruit gaan. Een puissant rijke ondernemer die naast zijn vermogen nog een fiks inkomen geniet, komt terecht in ,,de dubbele cijfers'' (plus 10 procent of meer). Dankzij de tariefsverlaging in de derde schijf betaalt hij ten eerste al minder inkomstenbelasting; daarnaast pakt de vermogensrendementsheffing voor hem gunstig uit vergeleken met de huidige situatie (als hij meer dan 4 procent weet te maken op zijn belegde vermogen).

    • Egbert Kalse