Meevallers komen wat lager uit

Het nieuwe belastingstelsel zorgt ook bij 65-plussers voor veranderingen. Net als bij de rest van de bevolking krijgen zij te maken met lagere tarieven voor de inkomstenbelasting en met een andere vorm van vermogensbelasting. Na 1 januari komen zij in aanmerking voor een speciale ouderenkorting.

Zowel de AOW-uitkering als het aanvullend pensioen worden straks belast in box 1 (inkomen uit werk en woning). De tarieven in de eerste twee schijven in deze box vallen voor 65-plussers lager uit, omdat zij (net als tot nu toe) geen AOW-premie hoeven te betalen. Ook het eigen huis valt in box 1. Net als de rest van de woningbezitters krijgen ouderen hierbij eigenlijk alleen te maken met een naamsverandering: het huurwaardeforfait heet vanaf volgend jaar eigenwoningforfait. Dat de hypotheekrente dertig jaar aftrekbaar blijft, zal de meeste ouderen weinig uitmaken, omdat zij hun woning toch al (vrijwel) hebben afbetaald.

Ouderen die naast hun eigen huis over vermogen beschikken (in de vorm van spaargeld of aandelen bijvoorbeeld), hebben net als alle belastingplichtigen een heffingsvrij vermogen van 38.785 gulden per persoon. Verschil is dat 65-plussers daarnaast recht hebben op een extra verhoging van het heffingsvrije vermogen, de zogeheten ouderentoeslag. Voorwaarde is dat het vermogen niet meer bedraagt dan 513.341 gulden (na aftrek van de heffingskorting, een korting op het te betalen belastingbedrag). Ook mag het inkomen in box 1 niet meer zijn dan 36.504 gulden.

Heffingskortingen komen in de plaats van de tariefgroepen en belastingvrije sommen. De algemene heffingskorting geldt voor iedereen, maar is voor 65-plussers wel lager (1.552 gulden in plaats van 3.473 gulden). Reden is dat 65-plussers geen AOW-premie betalen en dus ook geen korting over het AOW-deel krijgen.

Naast de algemene heffingskorting zijn er ook speciale kortingen voor 65-plussers. Ouderen van wie de inkomens in de drie boxen in 2001 samen niet hoger dan 61.052 gulden zijn, hebben recht op de ouderenkorting van 520 gulden. Daarnaast komen 65-plussers in aanmerking voor de aanvullende ouderenkorting van 547 gulden indien zij recht hebben op de ouderenkorting en een AOW-uitkering voor alleenstaanden.

Om voor de heffingskortingen in aanmerking te komen, hoeven ouderen zelf geen actie te ondernemen. De pensioenfondsen en uitkeringsinstanties houden hier bij het uitbetalen van de AOW en het aanvullend pensioen al rekening mee.

Nieuw is ook de persoonsgebonden aftrek. Dat is de som van verschillende soorten uitgaven die afgetrokken kunnen worden in de verschillende boxen. Dit kunnen giften, studie- of ziektekosten zijn. Een 65-plusser mag vanaf volgend jaar een vast bedrag van 1.560 gulden tot de buitengewone uitgaven rekenen. Dit bedrag is aanzienlijk hoger dan tot nu toe. Bovendien komen meer 65-plussers in aanmerking voor de aftrek van buitengewone uitgaven, omdat de aftrekmogelijkheid voor dieetkosten is verruimd.