Liberalen tornen aan positie vakbeweging

Hoe legitiem is de positie van de vakbeweging in de Sociaal-Economische Raad, als slechts een kwart van de werknemers bij een bond is aangesloten? Dat vroeg Kamerlid Wilders (VVD) zich gisteren in een debat over de begroting van het ministerie van Sociale Zaken openlijk af.

Wilders zei de discussie over de ,,onevenredig grote formele rol van de vakbeweging'' te willen openen. De VVD'er wees erop dat 27 procent van de werknemers bij een vakbond is aangesloten. Als de overheid niet wordt meegeteld, gaat het nog maar om 20 procent. Werkgeversorganisaties vertegenwoordigen 80 tot 100 procent van de bedrijven, aldus Wilders.

Hij kreeg bijval van Bakker (D66), die had gezien dat tijdens het najaarsoverleg tussen werkgevers, werknemers en het kabinet ,,acht, negen of tien'' bewindslieden waren aangeschoven. ,,Zoveel zien wij er zelden'', zei hij. ,,Er worden daar afspraken gemaakt waar toch niemand zich aan houdt.''

De FNV reageert laconiek. ,,Wij organiseren meer VVD-stemmers dan de VVD zelf.'' Volgens een woordvoerder vindt het overgrote deel van de werknemers het goed dat de vakbeweging zo'n sterke rol heeft. Dat in veel landen de representativiteit groter is, komt volgens hem doordat daar CAO's alleen gelden voor bij bonden aangesloten werknemers.

Werkgeversorganisatie VNO-NCW laat weten geen behoefte te hebben aan een discussie over de representativiteit. ,,De vakbeweging is voor ons een goede counterpart.'' Minister Vermeend (Sociale Zaken) sloot zich vanochtend bij die opvatting aan.