Korthals: extra geld moet naar gezinsvoogden

Veel voogdijinstellingen hebben het extra geld dat ze afgelopen jaren kregen voor meer gezinsvoogden – sinds 1997 18 miljoen gulden per jaar – besteed aan huisvesting en overhead. Pas als zeker is dat het geld wel goed wordt besteed, kan het budget verder worden verhoogd.

Dit zei minister Korthals (Justitie) gisteren in de Tweede Kamer toen hij daar samen met staatssecretaris Vliegenthart (Welzijn) de plannen met de jeugdzorg besprak. De belangenorganisatie van voogdij-instellingen zegt nog eens honderd miljoen gulden meer nodig te hebben. Dit geld zou nodig zijn om het aantal gezinsvoogden uit te breiden, zodat zij aan een klant meer tijd zouden kunnen besteden. Uit een recent onderzoek is gebleken dat een voogd wekelijks te weinig tijd heeft voor een uitgebreid direct contact met de hem toebedeelde gezinnen.

Korthals wees er de Kamer op dat de gezinsvoogd vooral de nodige hulp moet organiseren en deze niet zelf moet bieden.

De Kamer stemde gisteren in met de centrale rol die het Bureau Jeugdzorg krijgt in de nieuwe opzet van de jeugdhulpverlening. Het Bureau Jeugdzorg bepaalt welke en hoeveel hulp een jongere nodig heeft en verwijst deze door. Zonder zo'n verwijzing wordt de hulp niet vergoed.

Veel hulpverleners, vooral op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg, hadden bij de Kamer aangedrongen op beperking van de rol van het Bureau Jeugdzorg. Zij waren bang dat deze ook zelf hulp zou gaan verlenen en daarmee een deel van de markt voor zich zou opeisen.

Korthals en Vliegenthart stappen ook af van het rechtstreeks financieren van de instellingen. Deze zijn daardoor niet langer meer zeker van hun inkomsten: die krijgen ze voortaan via hun klanten. Het Bureau Jeugdzorg of de jongere zelf `kopen' de hulp bij de daarvoor meest geschikte instelling. Er komen ook vaste bedragen voor de verschillende soorten hulp.