Intellectuelen, verenigt u

Er ooit over gedacht intellectueel te worden? Leg dan de boeken van J.B. Schuil, K. Norel en Cissy van Marxveldt terzijde en stort u op Plato, Erasmus, Rousseau, de onlangs verschenen biografie van Karl Marx en neem vervolgens contact op met de Amsterdamse hoogleraar sociologie, Abram de Swaan. Hij roept in VN de lezers toe `We hebben Europese intellectuelen nodig!' Hij bepleit in het artikel `een Europees intellectueel podium'. Volgens De Swaan zijn taalbarrières en ,,de nationale inkadering van de intellectuelen binnen de afzonderlijke lidstaten'' er debet aan dat in Europa ,,geen intellectuele netwerken en geen Europese tijdschriften verschijnen''.

En dus komt op Europees niveau de broodnodige discussie niet van de grond. ,,Daar is misschien iets aan te doen. Maar het is belangrijker het probleem te stellen dan meteen al met oplossingen aan te komen'', aldus De Swaan. Zo'n zin doet denken aan het fameuze filosofenpaar Sartre en De Beauvoir. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bliezen zij geen bruggen op want ,,dat kan iedereen. Wij keken vooruit, naar de vrede, wie er ook zou winnen. Intellectuelen hebben de verplichting over deze dingen na te denken'', aldus De Beauvoir in haar biografie. Sartre deed wanhopige pogingen een verzetsgroep te formeren maar zijn indiscretie stootte velen af. ,,Het was niet in Sartre opgekomen dat er misschien al verzetsgroepen bestonden'', aldus een tijdgenoot. Zoals er misschien ook al Europese intellectuelen bestaan.

Kok? De Nederlandse minister-president heeft zich in de aanloop tot de Eurotop in Nice vooral doen kennen als een cijferaar die met veel aplomb volhoudt dat Nederland met 16 miljoen inwoners recht heeft op 5 stemmen in de Raad van Ministers, ook wanneer de Unie wordt uitgebreid. ,,Klein zijn, over het hoofd worden gezien, dat is het ergste wat Nederland kan overkomen'', schrijft Elsevier. Wel meedoen aan vredesmissies maar niet in vitale beslissingen gekend worden: het drijft ,,Nederlandse bewindslieden tot woede''. Het zou aardig zijn wanneer die woede zich eens op iets anders richtte: op mensen die een filmvertoning blokkeren, op de onderwereld die met veel egards een makker mag begraven, of op het feit dat Nederland een miljoen inactieven telt ,,en toch aan de lopende band mensen blijft importeren'', aldus oud-Elsevier hoofdredacteur H.J. Schoo in een interview met HP/De Tijd. Hij noemt het beschamend dat premier Kok ,,zich in bijna acht jaar nooit diepgaand over de immigratiekwestie heeft uitgelaten''. Volgens Schoo kan het integratieprobleem alleen worden opgelost wanneer de immigratie wordt getemperd. ,,Je zult op de lange termijn moeten kijken of immigranten iets toevoegen aan onze economie. (...) Maar als het daarover gaat heeft men het altijd over cultuur en nooit over economie. Men vergeet dat je allereerst de economie nodig hebt en niet het buurthuis.''

Enig inzicht in de economie kan trouwens ook geen kwaad. Ooit haalden hele generaties hun kennis terzake uit de geschriften van Karl Marx. In de jaren zeventig wendden evenzovelen zich van hem af. Anno 2000 is sprake van een heuse revival. De Groene Amsterdammer besteedt in een lezenswaardig artikel aandacht aan de onlangs verschenen Marx-biografie van de journalist Francis Wheen. De econoom Cassidy blijkt in 1997 het startschot voor de revival te heben gegeven. Hij concentreerde zich op Marx' analyse van de kapitalistische economie en daaruit blijkt dat zijn inzichten nauwelijks aan kracht hebben ingeboet: kapitaal heeft (nog) steeds nieuwe markten nodig om producten af te zetten en het kapitalisme zou steeds afhankelijker worden van technologische innovatie. ,,Beide beweringen lijken volledig van toepassing op de nieuwe global economy met zijn steeds vrijere wereldhandel en enorme nadruk op technologische innovatie'', aldus De Groene. Het moge duidelijk zijn: Europese intellectuelen in spe kunnen niet om dit boek heen.