Frankrijk: Duitsers intomen

Hoe wordt de macht verdeeld in een uitdijend Europa? Dat is de centrale vraag waarvoor de vijftien staats- en regeringsleiders van de Europese Unie staan tijdens hun topconferentie in Nice.

Krijgt Duitsland voor het eerst formeel meer te zeggen dan Frankrijk? Alleen het feit dat daar openlijk over wordt gedebatteerd, maakt Nice al tot een `historische' bijeenkomst.

Hoe blijft de organisatie die oorspronkelijk bestond uit zes landen bestuurbaar als zij de komende jaren groeit tot misschien wel het vijfvoudige daarvan? Vijftien kandidaat-leden wachten ongeduldig af of nu wel de knopen worden doorgehakt die drie jaar geleden tijdens een gelijksoortige top in Amsterdam niet ontward werden.

Wordt Europa eindelijk slagvaardiger? Gekkekoeienziekte, klimaattop, benzine-crisis – het zijn maar een paar recente voorbeelden van gezamenlijke problemen waar de afzonderlijke landen toch hun eigen weg gingen.

,,Beter geen akkoord dan een slecht akkoord'' is het leidmotief van Frankrijk in Nice. Er wordt door de leiders van de Franse Republiek en hun diplomaten zó vaak op gewezen — en zo vaak ook wordt erbij gezegd dat het heus geen chantage is — dat het haast niet anders kan of het is wel degelijk bedoeld als dreigement. Het dient als tegenwicht van de handicap die Frankrijk heeft als EU-voorzitter: de verantwoordelijkheid voor het welslagen van een uiterst moeilijke top. De niet erg natuurlijke neiging van Parijs om water bij de wijn te doen, wordt door die speciale rol zo goed als afgedwongen, en het ergste is, dat de andere landen ook beseffen dat in Nice Frankrijks bijna spreekwoordelijke prestige op het spel staat. Dat veroorzaakt een onbehaaglijk gevoel van kwetsbaarheid.

Anderzijds beseft ook iedereen dat, als een akkoord over de herverdeling van de stemmen ondanks de speciale Franse verantwoordelijkheid uitblijft, het er nooit meer van zal komen. Dat geeft Frankrijk een troef in handen. Juist Frankrijk is gekant tegen de Duitse wens om het grotere inwonertal van de Bondsrepubliek in het stemgewicht weerspiegeld te zien, omdat het daar een verstoring van het historische evenwicht tussen beide landen in ziet. Maar er zijn desondanks aanwijzingen, van diplomaten, dat ,,we er wel uit zullen komen en we vast een systeem zullen vinden dat recht doet aan het juiste evenwicht''. Wellicht is het verzet dus pro forma en verwees president Chirac daar impliciet naar, toen hij voorspelde: ,,Als er een oplossing bestaat, wordt die pas op het allerlaatste moment gevonden.'' Als weinig anderen snakt Chirac, achtervolgd door een corruptieschandaal uit de tijd van zijn Parijse burgemeesterschap, naar zo'n climax.

Wat betreft de beperking van de omvang van de Europese Commissie (maximaal twintig commissarissen, vindt Parijs), verwijst Frankrijk naar het Verdrag van Rome. Daarin staat dat iedere commissaris, ongeacht zijn nationaliteit, verondersteld wordt de belangen van alle lidstaten te behartigen. Het land is bereid één van zijn huidige twee commissarissen in te leveren en zelfs beide, als er een rechtvaardig rouleringssysteem komt.

Versterkte samenwerking bestaat al, stelt Parijs, onder verwijzing naar de euro, het verdag van Schengen, de Airbus, en de Eurodefensiemacht. Voor verruiming van de versterkte samenwerking moet ,,dus alleen'' een officieel kader ontworpen worden.

Het moeilijkste, volgens diplomaten van het ministerie van Buitenlandse Zaken, is de verdere beperking van het vetorecht. Het bescheiden devies is hier: hoe verder we komen, hoe beter het is.

    • Pieter Kottman