Euthanasie 1

In NRC Handelsblad van 21 november betoogt Anton van Hooff dat het nu de postchristelijke tijd is om terug te keren naar de antieke wilsdood (mors voluntaria). Hij doet het daarbij voorkomen alsof de wilsdood in de oudheid algemeen geaccepteerd was, maar daar is wel iets tegen in te brengen. De meeste gevallen van zelfdoding in de oudheid die ons bekend zijn verdienen eerder de karakteristiek `tragisch levenseinde' dan `wilsdood'.

Niet alle christenen in de oudheid verwierpen tot elke prijs zelfdoding. Er zijn voorbeelden bekend van gelovigen die liever de dood verkozen dan hun geloof te verloochenen. Dat zagen ze als martelaarschap en daarin meenden ze Jezus te volgen, die zijn leven voor hen had gegeven. Dood door martelaarschap en door de hand aan zichzelf te slaan lagen minder ver uit elkaar dan vaak gedacht wordt. In beide gevallen kon men zich beroepen op de dwang der omstandigheden (anangkè).

In zekere zin konden christenen en niet-christenen begrip voor elkaars opvattingen over zelfdoding opbrengen binnen het perspectief van de tragiek der anangkè. Dat is vandaag ook mogelijk. Christenen veroordelen niet meer de zelfmoordenaar, ze menen dat dit oordeel hun niet aangaat. Ze veroordelen ook niet meer de zelfmoord van wanhopige mensen, eerder huiveren ze er voor terug. En die huiver is algemeen menselijk. Het punt van discussie in de Tweede Kamer was dan ook niet de zelfdoding, maar de hulp bij zelfdoding. Daarom is het spijtig dat Van Hooff aan het slot van zijn artikel een vrijwel absolute tegenstelling forceert tussen christenen en niet-christenen. Stellig, er bestaat verschil van mening, maar dat verschil hoeft niet zó ver op de spits te worden gedreven dat je in deze gevoelige zaak óf christelijk bent óf postchristelijk. Als men elkaar niet in wetgeving kan vinden, dan toch nog wel in de tragiek van een anangkè-situatie. Daar hebben christenen niet minder oog voor dan niet-christenen. Helaas was bij D66, de drijfkracht achter de nieuwe wet, van gevoeligheid voor tragiek weinig te bespeuren. Liever ging men zich te buiten aan voor andersdenkenden kwetsend triomfalisme. De beeldspraak van het D66-Kamerlid Boris Dittrich dat een zelfgekozen dood betekent dat iemand de `teugels van het leven' zelf ter hand neemt is een doorzichtige vorm van zelfbedrog: men geeft de `teugels van het leven' definitief uit handen, want men is er niet meer. Waarom moet deze tragische werkelijkheid verdoezeld worden met bedrieglijke eufemismen?