Europese grondwet

De discussie in deze krant over de Europese grondwet heeft geresulteerd in een steeds langere waslijst met grondrechten, en een verwarring van een grondwet met een catalogus grondrechten (een `Bill of Rights'). Grondrechten zijn weliswaar van essentieel belang, maar zeggen niets over de inrichting van die (staats)macht. En daar moet een grondwet toch primair iets over zeggen.

Op constitutioneel vlak bevindt de EU zich momenteel ergens waar de VS zich bevonden met hun Articles of Confederation van 1781. Die hielden onder meer in: een éénkamerparlement, een uitvoerende macht met beperkte bevoegdheden bestaande uit een 13-koppig Comité (elke staat 1 vertegenwoordiger), unanimiteit bij besluitvorming, en soevereiniteit van de afzonderlijke staten.

Maar `in order to create a more perfect union' (preambule bij de US-grondwet) werden zij in 1789 vervangen door de Constitution en de Amendments (de `Bill of Rights').

Aan een federatie en dus onder meer aan één krachtige presidentiële uitvoerende macht is de EU nog niet toe, maar Europa heeft in Luxemburg en Straatsburg al geruime tijd gerechtshoven die grondrechten van de burgers waarborgen en die zich enigermate laten vergelijken met het Amerikaanse Hooggerechtshof. Wat de EU momenteel mist, is de instelling van een tweekamerparlement, waar de VS in 1789 ook toe overgingen.

Dát zou in een Europese grondwet moeten komen: een Huis van Afgevaardigden waarin de EU-staten naar bevolkingsomvang zijn vertegenwoordigd (bij 1 zetel per miljoen inwoners wordt die kamer ook niet te groot) en een Senaat waarin alle landen gelijkelijk zijn vertegenwoordigd.

Wat de bevoegdheden van die Senaat ook zouden zijn, daarbinnen kunnen de kleinere landen (met hun 2/3-meerderheid) hun stem effectiever laten horen dan in het huidige Europees Parlement. Voorts zijn we ook van dat gezeur af of Nederland nu de kleinste onder de groten of de grootste onder de kleintjes is.