Eurocash

Een van de aardigste dingen aan een buitenlandse reis is het geld. Er is niets zo leuk als in een vreemd land aankomen, en dan eerst je geld moeten wisselen. Nog leuker is het als je een paar vreemde landen na elkaar aandoet, en je op een gegeven moment niet meer weet hoe je nog naar guldens zou moeten omrekenen, of dit alleen nog via minstens twee andere valuta kunt. Dat is het moment dat je je volledig los voelt van je eigen huis en haard en ook al sta je ergens in België, je voelt je een heuse globetrotter.

Het is een ware sport om uit een hele rij louche ogende wisselkantoortjes toch nog het gunstigste uit te zoeken. En iedere keer opnieuw voel je je toch ietwat bedrogen als je met je nieuwe biljetten naar buiten komt.

Waarschijnlijk is dat ook zo.

Hoe groter de inflatie in een land, hoe groter, en dus leuker, het geld. En hoe loucher de wisselkantoortjes, dat ook. Met zo'n stapel briefjes met zóveel nullen erop, waan je je heel even miljonair en lijkt alles goedkoop. Dat je inmiddels bijna een tientje hebt betaald voor een kopje koffie vergeet je dan graag even.

Met de komst van de euro gaat er een hoop romantiek verdwijnen. Het is af en toe al moeilijk voor te stellen, dat er een tijd was waarin er nog maar twee netten op tv waren, internet en mobiele telefoons gewoon niet bestonden, en het muntje van vijf nog een groen briefje was. Zo zal het straks ook zijn met de euro. Het lijkt even vreemd, maar je went er snel aan, en voor je het weet is het net of het altijd al zo is geweest.

Het wordt tijd dat ik m'n grenzen naar buiten Europa verleg.