Eenderde van Drentse jeugd tolereert diefstal

Bijna eenderde van de jongeren tussen de twaalf en achttien jaar in Drenthe tolereert diefstal, vandalisme, pesten of verkoop van softdrugs. Dit blijkt uit een onderzoek door de GGD Drenthe onder bijna 10.000 scholieren naar het waarden- en normenpatroon van scholieren.

De onderzoekers denken dat de resultaten representatief zijn voor jongeren in het hele noorden. Opmerkelijk is het verschil in gedrag tussen scholieren die na schooltijd worden opgevangen door ouders of buren, en leerlingen die in een leeg huis komen of op straat blijven rondhangen. De laatste groep maakt zich vaker schuldig aan crimineel gedrag, blijkt vaker te roken, blowen en spijbelen en drinkt meer alcohol. Zij blijken ook onverschilliger te staan tegenover winkeldiefstal, communiceren minder goed met hun ouders en vinden het thuis minder prettig dan leerlingen die wel een naschoolse opvang hebben.

Uit het onderzoek blijkt dat tussen de twintig en dertig procent van de ondervraagde scholieren het ,,niet erg'' vindt wanneer iemand iets steelt, een ander op straat lastig valt, vernielingen pleegt of drugs gebruikt. Een van de onderzoekers, epidemioloog Martin de Vries van de GGD Zuid-Oost-Drenthe in Emmen, spreekt van ,,hoge percentages'' die de onverschilligheid ten opzichte van waarden en normen weergeven. ,,Je hoopt dat 100 procent vindt dat diefstal of vernielingen niet kunnen. Dit moet een stevig punt van aandacht worden bij scholen, ouders en gemeenten.''

De onderzoekers pleiten voor een brede discussie over waarden en normen. De Vries wijst op het verband tussen mening en feiten: scholieren die onverschilliger zijn, maken zich vaker schuldig aan normoverschrijdend gedrag. De Vries: ,,Het is belangrijk dat kinderen ergens hun verhaal kwijt kunnen. Dat kan bij familie zijn, bij buren of een opvangproject.'' Overigens stelt hij dat een ,,hard causaal verband'' tussen gebrek aan opvang en crimineel gedrag ontbreekt. ,,Je kunt niet zeggen dat kinderen die niet worden opgevangen dus crimineler zijn. Puur wetenschappelijk kun je niet hard maken dat het ontbreken van opvang leidt tot normoverschrijdend gedrag, maar het is wel een indicatie.'' De onderzoekers pleiten voor een ruimere kinder- en tieneropvang.

Verontrustend wordt het drankgebruik genoemd: negen procent van de jongens vanaf twaalf jaar in het voortgezet onderwijs drinkt vijftien tot 21 glazen alcohol per week. Van de jongens boven de achttien drinkt 44 procent minstens vijftien glazen per week. Voor meisjes ligt dit percentage op negen. De onderzoekers vermoeden een verband tussen het geld dat deze jongeren met bijbaantjes verdienen en de hoge alcoholconsumptie. ,,De inkomenspositie van jongeren is beter dan vier jaar geleden. Ze hebben meer geld doordat ze bijverdienen of meer zakgeld krijgen'', licht De Vries toe. ,,Daardoor hebben ze meer te besteden.'' Hij noemt het voorstel van minister Borst om de prijs van een glas alcohol met een dubbeltje te verhogen, om alcoholgebruik tegen te gaan in dit verband ,,een lachertje''. ,,Je kunt je afvragen of tien cent verhoging iets uithaalt.'' Volgens de Drentse epidemioloog moet scholieren meer verantwoordelijkheidsgevoel worden bijgebracht. Ook zou de school zelf duidelijker gedrags- en huisregels moeten opstellen en die aan de leerlingen bekendmaken. ,,Veel scholieren zeggen de regels niet te kennen.'' Ook zou de school strenger op naleving van regels moeten controleren.

Uit het onderzoek blijkt dat vandalisme en ander crimineel gedrag het meest voorkomt onder scholieren op het middelbaar beroepsonderwijs. Bijna de helft van de jongens op het mbo (49 procent) heeft wel eens iets uitgehaald, tegenover zeventien procent van de meisjes. De waarschuwingen tegen roken lijken weinig effect te hebben. Op de basisschool rookt twee procent van de jongens in de groepen zeven en acht al. Op het mbo roken de scholieren het meest: 45 procent van de jongens en 37 procent van de meisjes. Op de havo rookt 21 procent van de jongens en 20 procent van de meisjes. Op het vwo zijn die percentages respectievelijk zestien en dertien. Meer eenduidige projecten tegen roken zijn nodig, vindt de GGD.

Een positief punt is volgens De Vries dat het onderzoek weergeeft dat meer dan 80 procent van de jongeren zegt zich gezond te voelen. Iets meer dan vijftien procent heeft psychosociale problemen, kan niet opschieten met zijn ouders, heeft weinig vrienden of tobt met zichzelf.