Duitsland: meer stemgewicht

Hoe wordt de macht verdeeld in een uitdijend Europa? Dat is de centrale vraag waarvoor de vijftien staats- en regeringsleiders van de Europese Unie staan tijdens hun topconferentie in Nice.

Krijgt Duitsland voor het eerst formeel meer te zeggen dan Frankrijk? Alleen het feit dat daar openlijk over wordt gedebatteerd, maakt Nice al tot een `historische' bijeenkomst.

Hoe blijft de organisatie die oorspronkelijk bestond uit zes landen bestuurbaar als zij de komende jaren groeit tot misschien wel het vijfvoudige daarvan? Vijftien kandidaat-leden wachten ongeduldig af of nu wel de knopen worden doorgehakt die drie jaar geleden tijdens een gelijksoortige top in Amsterdam niet ontward werden.

Wordt Europa eindelijk slagvaardiger? Gekkekoeienziekte, klimaattop, benzine-crisis – het zijn maar een paar recente voorbeelden van gezamenlijke problemen waar de afzonderlijke landen toch hun eigen weg gingen.

,,De Duitse bondskanselier is vastbesloten — overeenkomstig de verantwoordelijkheid van Duitsland als grootste land in de Europese Unie — als rustige kracht de rug van de Franse voorzitter te sterken.'' Het klonk hilarisch nadat kanselier Gerhard Schröder (SPD) en de Franse president Jacques Chirac afgelopen weekeinde geen vooruitgang hadden geboekt over hervorming van de Europese instituties.

Minder commissarissen, minder veto en meer stemmen voor Duitsland in de Raad van Ministers – dat zijn de wensen van Berlijn om de Unie klaar te stomen voor de oostwaartse uitbreiding. Vooral dat laatste punt, meer stemgewicht, ligt gevoelig. Frankrijk is er mordicus tegen.

Lang waren de Duits-Franse betrekkingen niet zo slecht, is in Berlijn te vernemen. Duitsland meent een sterke onderhandelingspositie te hebben. Met bijna 82 miljoen inwoners sinds de hereniging heeft het immers 20 miljoen meer burgers dan de andere grote landen. ,,Het kan niet zo zijn, dat in de toekomst — in een grotere Unie — Duitsland met meer dan 80 miljoen inwoners 10 stemmen in de raad heeft, terwijl 19 kleine landen die samen nog niet eens 80 miljoen burgers hebben, in de raad over 57 stemmen beschikken'', aldus articuleerde Schröder vorige week in de Bondsdag het gegroeide Duitse zelfbewustzijn. Chirac, op dat moment in Madrid, reageerde onmiddellijk. Hadden Konrad Adenauer, de eerste naoorlogse kanselier, en de Franse president Charles de Gaulle elkaar niet bezworen dat beide landen na de vele oorlogen die waren gestreden voortaan eeuwig elkaars gelijke zouden zijn?

Duitsers storen zich aan de in hun ogen hautaine Franse opstelling. Maar voor Berlijn is het zaak zich daardoor niet te laten afleiden van wat voor Duitsland cruciaal is, namelijk dat van Nice het signaal uitgaat dat de Oost-Europese landen welkom zijn. Dat kan alleen als Europa slagvaardiger wordt. Daarom vindt Berlijn het verder beperken van het vetorecht belangrijker dan de stemverdeling. Niet toevallig was de kanselier gisteren, aan de vooravond van de top, op bezoek in de Poolse hoofdstad, waar de sociaal-democraat Willy Brandt dertig jaar geleden zijn beroemde knieval maakte bij het monument voor de doden van het getto van Warschau — een half miljoen.

Nog steeds heeft Duitsland het gevoel dat het bij de Poolse buur iets goed heeft te maken. Daarom zal Duitsland zich opwerpen als advocaat van de kandidaat-lidstaten. Berlijn acht de Osterweiterung politiek en moreel noodzakelijk; juist daarom zal het bereid zijn tot verregaande compromissen.

    • Michèle de Waard