Bibber-instituut

Iedereen is er mee bezig. Jong, oud, lelijk, mooi, mooier, of mooist. Gezond, ongezond, gezondst. Neem ook vitaminen. ,,Neem je nog geen vitaminen? Moet je wèl doen hoor!''

De kinderen lopen druk te 06'en in de sportschool, en mama doet onder andere aan: yoga, tennis, fitness, en loopt bij een manuele therapeut. Papa loopt er ook, en hij zwemt weer.

,,Medicalisering van het fitnessgebeuren'', verzekerde de voorzitter van de bond van fitnessclubhouders mij al vijf jaar geleden, ,,dat gaat het helemaal worden. ,,Health Centers, let maar op!''

Latest spin-off, of aardig `bij-fenomeen', daar kwam mijn vrouw laatst mee naar huis: slenderen. Nooit van gehoord? Slender: 1 slank, 2 dun; mager; zwak; karig.

,,Is dat met die elektrische apparaten'', vroeg ik angstig.

,,Ja'', zei ze, en ik moest denken aan een vriend van mij die ooit met elektrische stroomstoten had geprobeerd om op laffe wijze van zijn vet af te komen. `Uit Amerika over komen waaien' was deze truc, maar toen hij eraan ging liggen was het mooi fout gegaan.

Krijsend als een varken had hij toen het medicaliserende, aan de knoppen draaiende meisje van de sportschool huilend moeten smeken om de hele stekker uit het apparaat te trekken.

,,Nee, dat was dit niet'', zei mijn vrouw, ,,hier lig je gewoon, lekker te bibberen.''

,,Zonder elektroden op je lijf'', vroeg ik voor de zekerheid, weer terugdenkend aan mijn dikke vriend die bijna in een plas jus was veranderd.

,,Jahaa, dit is gewoon lekker trillen, lekker trillen op een bank.''

Gerustgesteld liet ik de zaak liggen, en vertrouwde ik op de wijsheid van de vrouw. Vrouwen zijn sowieso wijzer dan mannen, en dat gaat zeker op voor het medicaliserende stukje fitnessgebeuren, zo weten wij mannen.

Amsterdam is echter een vreemde stad, en zo kon het ook gebeuren dat ik onlangs tegen de directrice van het Slender you-instituut aanliep. We raakten aan de praat, en u raadt het al: ,,Jong en oud, en ja, er kwamen ook mannen!''

Listig beloofde ik haar dat ik zeker eens langs zou komen, en listig verdween ik op mijn fiets, er voor de volle 100 procent van overtuigd dat ik in mijn mannenleven nooit een stap zou gaan zetten in dit bibber-instituut.

De Heer heeft vreemde kostgangers, ik raakte nog een keer met de directrice in gesprek, en dit keer maakte ik een afspraak. Zwaar gegeneerd vlijde ik me op de eerste bank en liet me bebibberen. Het was `voor mooie billen', deze eerste bank, en ik dacht aan mijn vader, mijn vader die vijftien jaar lang captain van het Nederlandse Rugbyteam was geweest.

Bij de tweede bank gingen mijn voeten in een waterskischoen en lag ik tien minuten op mijn rug elektrisch aangedreven trappelende bewegingen te maken. Na `de bevalling' kwamen er nog meer banken waarvan `plat op buik met algemene trilling' mij nog het meest beviel.

De gênante en andere gedachtes ben ik vergeten, en moet ik u onthouden. En trouwens ik had het veels te druk met het luisteren naar mijn buurvrouwen die het hadden over een al dan niet te opereren bijnier ter grootte van een voetbal.