Basisvorming wordt aangepast na mislukking

Het gemeenschappelijke onderwijsprogramma voor alle leerlingen in de eerste jaren van de middelbare school, de basisvorming, wordt gevarieerder. Staatssecretaris Adelmund gaf gisteren in debat met de Tweede Kamer aan te willen ,,aansluiten bij de verschillen van kinderen''. Het verplichte vakkenpakket blijft bestaan, maar scholen krijgen meer ruimte voor een eigen invulling van het onderwijsprogramma.

De basisvorming werd in 1993 ingevoerd met als doel binnen het onderwijs meer aandacht te geven aan vaardigheden en `actief leren', alle kinderen een basispakket aan kennis bij te brengen en de definitieve schoolkeuze uit te stellen. Uit een evaluatie van de Onderwijsinspectie vorig jaar bleek dat er van die didactische vernieuwing op veel scholen weinig terecht was gekomen. Bovendien was het pakket van vijftien vakken voor verschillende leerlingen, met name op het vbo, te zwaar. Voor havo en vwo leerlingen was het juist weer te licht.

Een meerderheid van de Tweede Kamer erkende gisteren dat de basisvorming in haar oorspronkelijke opzet was mislukt. De maatregelen die Adelmund voorstelt, werden breed gesteund. Overigens is het momenteel al de praktijk dat scholen de basisvorming aanpassen aan het niveau van de leerlingen.

Voor de langere termijn wordt de Onderwijsraad, het belangrijkste adviesorgaan op het gebied van onderwijs, gevraagd een vernieuwd onderwijsprogramma uit te werken dat in 2004 kan worden ingevoerd. Ook de ideale onderwijstijd wordt door de Raad onder de loep genomen. Het aantal lesuren voor leerlingen wordt vooralsnog niet teruggebracht van 32 naar 30, zoals de Onderwijsinspectie adviseerde. Adelmund wil dat alleen om onderwijsinhoudelijke redenen doen, en niet als verkapte aanpak van het lerarentekort.

De PvdA blijft de grootste aanhanger van de basisvorming. Kamerlid Barth (PvdA) wil nog steeds een breed programma dat voor 95 procent van de leerlingen haalbaar is, al vindt ze ook dat de basisvorming geen eenheidsworst mag zijn.

De VVD, die destijds als enige fractie tegen het wetsvoorstel stemde, pleit nu voor drie niveaus basisvorming: een voor havo/vwo, een voor vmbo en een voor de beroepsgerichte leerweg. D66 wil als enige partij van de basisvorming af. Kamerlid Lambrechts (D66) zei gisteren dat het aantal vakken drastisch moet worden teruggebracht. Zij kreeg hiervoor geen steun.