Top begint met feestje over Handvest

De Franse president Chirac zorgt voor een opbeurende noot aan het begin van de Europese top in Nice: de officiële aanvaarding van het Handvest van de grondrechten.

Ondanks sombere verwachtingen over de top van Europese regeringsleiders in Nice, begint de bijeenkomst morgenmiddag feestelijk. De Franse president Jacques Chirac heeft de regeringsleiders uitgenodigd om samen met de voorzitters van het Europees Parlement en de Europese Commissie het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie feestelijk af te kondigen. Het hele gezelschap zal zich daarna voor een familiefoto om het handvest opstellen ,,om deze grote politieke stap vooruit te vieren'', aldus Chirac in een persoonlijke brief.

Deelnemers aan de Europese top zien Chirac zelf als een van de grootste risico's in Nice, omdat hij bij elk onderwerp begint over landbouw. Ze vrezen dat dit zeer storend kan werken tijdens onderhandelingen over de hervorming van de Unie, de hoofdmoot in Nice, waarbij buiten Franse boeren demonstreren voor compensatie van de Europese maatregelen tegen de gekkekoeienziekte. Bovendien herinneren zij zich de top in Biarritz van oktober, die als gevolg van Chiracs provocaties uitliep op een harde botsing tussen grote en kleine lidstaten van de Europese Unie.

Maar het feestje rondom het handvest kan het Franse voorzitterschap van de EU niet meer worden ontnomen. De gebeurtenis is niet meer dan een ritueel, omdat de regeringsleiders, de Nederlandse premier Kok incluis, in Biarritz al met de tekst van dit handvest hebben ingestemd. Dat betekent niet dat iedereen enthousiast is. De Europese vakbonden vinden dat het handvest voor de burgers van de EU onvoldoende sociale rechten garandeert. De Britse premier Tony Blair heeft juridische gevolgen van de afkondiging van het handvest tot zijn spijt niet voor honderd procent weten uit te sluiten. Ook (een meerderheid in) de Nederlandse Tweede Kamer is beducht voor een mogelijke juridische status van het handvest. En de kleine minderheid die het handvest in het Verdrag van Nice wilde opnemen moet aanvaarden dat het slechts een politieke verklaring wordt. Zij moet hoop putten uit de gedachte dat het handvest ooit uitgroeit tot een Europese grondwet.

Over het Handvest van de grondrechten is maandenlang onderhandeld door parlementariërs en deskundigen uit de vijftien EU-lidstaten. De tekst is een compromis waarbij absoluut is vermeden om de Europese burgers enig recht te geven dat zij nu al niet in de lidstaten hebben. In geen land kunnen de burgers dus op grond van het handvest burgerlijke, politieke, economische of sociale rechten verlangen die zij tot op dit ogenblik niet hebben.

Toch veronderstellen diplomaten dat advocaten bij de rechter een beroep zullen doen op het handvest, al heeft dit geen officiële juridische status. De Britse premier Blair, die van alle regeringsleiders de grootste moeite heeft gehad met aanvaarding van het document, heeft gezegd dat dit risico maar op de koop toe moet worden genomen. Geen enkel stuk papier is volgens hem veilig voor advocaten die een mogelijkheid zien om dit te gebruiken.

Juristen hebben het handvest bekritiseerd omdat het de mogelijkheid opent voor een uiteenlopende interpretatie van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens door enerzijds het Europese Hof van Justitie in Luxemburg en anderzijds het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Tot nu toe sprak alleen Straatsburg zich over de mensenrechten uit. Maar omdat in het nieuwe handvest naar het Verdrag voor de rechten van de mens wordt verwezen, is niet uitgesloten dat Luxemburg er op een dag eigen uitspraken over doet.

Dat heeft de Europese regeringsleiders in oktober er niet van weerhouden akkoord te gaan met de tekst en de proclamatie morgen in Nice. Ze hebben ook het bezwaar naast zich neergelegd dat de Duitse versie van het handvest verschilt van de teksten in de andere Europese talen. Duitse christen-democratische Europarlementariërs wilden niet met het handvest instemmen als in de preambule geen melding werd gemaakt van de ,,geestelijk-religieuze'' erfenis van Europa. De andere leden van de conventie die het handvest hebben opgesteld hadden onoverkomenlijke bezwaren tegen het woord religieus. Als compromis is er nu in het Duits sprake van een ,,geestelijk-religieuze'' erfenis en in de andere talen van een ,,geestelijk en morele'' erfenis.