Streng BSE-beleid moet consument geruststellen

De strengere maatregelen tegen BSE dienen nauwelijks nog ter bevordering van de voedselveiligheid. Zij moeten vooral de consument weer aan het rundvlees brengen.

,,Ongewone situaties vragen om ongewone antwoorden.'' Met deze droge inleiding opende de Europese commissaris Fischler (Landbouw) maandag het tweede crisisberaad binnen twee weken van de landbouwministers van de vijftien Europese lidstaten. Enige punt op de agenda: de aanhoudende onrust onder consumenten over de gekkekoeienziekte BSE.

Amper tien uur later kwamen de ministers kwiek naar buiten met twee nieuwe ferme maatregelen. Eén: er komt een tijdelijk verbod op diermeel in het voer voor alle dieren. Twee: geen enkele koe ouder dan dertig maanden mag vanaf 1 januari nog in de winkelschappen komen zonder te zijn getest op BSE. Elke ongeteste koe wordt met steun van de Europese Unie opgekocht en vernietigd.

Beide dure en ingrijpende maatregelen waren twee weken geleden nog ondenkbaar geweest. Toen deden de ministers er nog uren langer over om het eens te worden over de uitbreiding van het aantal tests op BSE, vanaf 1 juli op alle geslachte runderen ouder dan dertig maanden. Inmiddels hoopt bijvoorbeeld Nederland al op 1 februari klaar te zijn om alle 600.000 runderen ouder dan dertig maanden die jaarlijks worden geslacht, op BSE te testen.

Landen die twee weken geleden nog bezwaar hadden tegen de hoge kosten voor het uitgebreide testen, zoals Finland en Zweden, hebben zich nu blootgesteld aan nog veel grotere uitgaven. Want de Europese Unie betaalt dan wel 875 miljoen euro voor de schadeloosstelling van boeren, dat is toch nog slechts 70 procent van de opkoopprijs. Daarbovenop kunnen de landen nog miljardenclaims verwachten van de sector voor de vernietiging van overtollig geworden diermeel.

Wat is er veranderd in die twee weken dat wat toen niet kon, nu ruim wordt overtroffen? Ten eerste zijn er meer koeien met BSE ontdekt: voor het eerst een paar gevallen in Duitsland en Spanje, en gisteren nog vier in Frankrijk, waardoor de teller sinds begin dit jaar daar op 114 staat – tegen 35 ontdekte Franse koeien met BSE vorig jaar.

Daar staat tegenover dat deze ontdekkingen geen echte verassingen zijn. Nog geen maand geleden voorspelde het Scientific Steering Committee (SSC), het college van vijftig wetenschappers dat Europa adviseert over voedselveiligheid, precies deze uitkomsten: intensiever testen, zoals in Frankrijk sinds begin dit jaar gebeurt, zou drie tot vijf keer zoveel ontdekte BSE-gevallen opleveren.

Het ligt ook niet voor de hand dat de afgelopen twee weken het risico voor de volksgezondheid groter is geworden. Integendeel: allerlei landen hebben inmiddels voorzorgsmaatregelen getroffen die de wetenschappelijke adviezen overtreffen. Frankrijk en Duitsland verboden bijvoorbeeld inmiddels al diermeel van alle dieren voor alle dieren, terwijl de wetenschappers tot nu toe alleen scheiding van de productieketen van veevoer voor herkauwers en voor niet-vegetarische dieren als varkens en kippen voorschreef.

Ook werden tot dan toe onbetwiste delen van de koe, zoals de milt, zwezerik en de T-bonesteak, in Frankrijk toegevoegd aan de lijst van besmettingsgevoelige materialen. Het gevolg is dat het SSC het risico van deze materialen nu opnieuw gaat bestuderen – niet wegens wetenschappelijke twijfel, maar om de onrust bij consumenten weg te nemen.

Die onrust is de echte reden voor de strengere maatregelen: zij heeft geleid tot een soort wedstrijd in Europa in het nemen van strenge maatregelen om het consumentenvertrouwen te winnen. In landen als Frankrijk, Duitsland en Italië is de consumptie van rundvlees de afgelopen weken met 30 tot 40 procent gedaald. De angst om door het eten van met BSE besmet rundvlees de hersenziekte van Creutzfeldt-Jakob op te lopen blijkt sterker dan elke geruststelling, zodra nieuwe gevallen van met BSE besmette koeien worden ontdekt.

Als gevolg van het afgenomen consumentenvertrouwen zijn bovendien de prijzen van rundvlees in heel Europa gedaald. Daardoor dreigt een strop voor de vleesindustrie, die ook de Europese Unie en de lidstaten in zijn greep zou kunnen krijgen. Als de prijzen van runderen onder een bepaald niveau komen, is de Europese Unie immers nog altijd verplicht, volgens het klassieke interventieprincipe van het Europese landbouwbeleid, elke aangeboden hoeveelheid op te kopen voor een vaste interventieprijs. En dat kan een miljardenkwestie worden die ruim hoger uitkomt dan de 1,23 miljard euro die de vijftien als speelruimte aan Landbouw hebben toebedeeld.

Eurocommissaris Fischler maakte er dan ook geen geheim van dat de opkoopregeling voor runderen ouder dan dertig maanden bedoeld is als prijsondersteuning. Hoe minder runderen op de markt, hoe groter de kans op prijsstabilisering, is zijn redenering. Met deze maatregel is de dreigende strop overigens nog niet afgewend: volgens de Europese Commissie ontstaan alsnog problemen, wanneer gebrek aan consumentenvertrouwen leidt tot een daling van meer dan tien procent in de rundvleesconsumptie in Europa over het hele jaar. Het BSE-spook waarop de Europese Unie deze weken met steeds nieuwe maatregelen jaagt, is dan ook vóór alles dat van de publieke onrust.

Dossier BSE www.nrc.nl

    • René Moerland