Met het beton op de voet

De laatste zinnen van TV-plus van vier weken geleden – over de opkomst van VSATs – hadden wel wat langer gekund, alleen zat het stuk vol.

VSAT staat voor Very Small Aperture Terminal, een satellietgrondstation met een kleine schotel, en het bericht was dat VSATs op korte termijn binnen ieders bereik zullen komen. Klein is in de praktijk toch nog vaak meters doorsnee – zoals bijvoorbeeld in Afrika. De overgrote meerderheid van de Afrikaanse Internet Service Providers werkt met een VSAT op het dak van het kantoor, die via een geostationaire satelliet direct aanhaakt op de internet backbone in Amerika of ergens in Europa.

De doorsnee van de schotel is bij satellietverbindingen altijd recht evenredig met de gebruikte golflengte, en in Afrika is dat veelal de C-band (4-6 gigahertz) omdat de Ku-Band (11-14 Gigahertz) – die bij ons voor satelliettelevisie wordt gebruikt – in grote delen van Afrika niet beschikbaar is.

Ku-band spotbeams op een satelliet kosten extra geld en de satellietexploitanten willen dat in Afrika niet investeren. Hoe lager de frequentie, hoe langer de golf, hoe groter de schotel. Dus zit iedereen daar met die idioot dure schotels van twee tot vier meter op zijn dak, met zware blokken beton op de voet zodat hij niet wegwaait bij een beetje storm. Voor een goed draaiende ISP of een kabelexploitant is het nog wel te doen, maar niet voor een gezin dat probleemloos en razendsnel wil internetten.

Een VSAT kostte een paar jaar geleden nog honderdduizenden guldens en dan maakt een iets grotere schotel weinig uit voor de totaalbegroting. Maar nu is de VSAT-industrie op volle kracht bezig om apparatuur te maken voor een paar duizend gulden, en dan moet de schotel zo klein mogelijk zijn.

Het kan zelfs voor een paar honderd gulden als je satelliet service provider de VSAT subsidieert (zoals op grote schaal met mobiele telefoons gebeurt) en de subsidie via de abonnementskosten terughaalt; in Amerika gebeurt dat al met VSATs.

Niet alleen de VSAT-industrie, ook satellietexploitanten als Eutelsat en Astra, willen graag dat de grote massa aan de VSAT gaat, zeker nu kabelexploitanten steeds meer interactiviteit bieden. Astra is als eerste bezig in de Ka-band, van 18-31 gigahertz, zodat de mensen thuis genoeg hebben aan schoteltjes die je per ongeluk in de afwasmachine zou kunnen zetten, zo klein.

De Ka-band heeft verder het grote voordeel dat daar nog redelijk veel radiospectrum beschikbaar is, hetgeen doorwerkt in lagere abonnementskosten; de Ku-band en de C-band zitten al jaren stampvol. Nog een cruciaal technisch punt: de hoeveelheid radiospectrum die de VSAT-gebruiker benut moet zo flexibel mogelijk zijn, anders wordt het nooit een betaalbaar massaprodukt. Bij een traditionele VSAT hoorde (en het komt nog steeds voor) een continue verbinding van bijvoorbeeld 64 of 256 kilobit/sec, waaraan je soms te weinig hebt en die 's nachts compleet braak ligt.

De rekening bij de satellietexploitant tikt intussen wel door. Een moderne VSAT deelt een stuk satellietcapaciteit met een paar duizend andere VSATs. Elke gebruiker krijgt de bandbreedte die hij of zij op dat moment nodig heeft – en betaalt aan het eind van de maand voor de binnengehaalde en verzonden kilobytes. DAMA heet dat, demand assigned multiple access. Volgende keer: zelf een VSAT kopen (voordat iedereen er een heeft).