Meer armslag Irak in besteding oliegeld

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties is er vannacht na een fel debat mee akkoord gegaan Irak wat meer armslag te geven in de besteding van de inkomsten uit de olie-export. Met name mag Bagdad meer uitgeven aan het onderhoud van de olie-industrie.

De Veiligheidsraad besloot hiertoe in het kader van de verlenging van het olie-voor-voedselprogramma, waaronder Irak tegenwoordig onbeperkt olie mag exporteren om met name humanitaire goederen te kopen. Irak is op deze manier weer de op twee na grootste olieleverancier in de wereld geworden, hoewel het nog altijd onderworpen is aan een volledig handelsembargo van de VN.

Nieuw is dat Irak nu locaal geproduceerde goederen voor civiele doeleinden met het oliegeld mag aanschaffen. Voorts mag Irak in de nu begonnen periode van zes maanden 600 miljoen euro, 528 miljoen dollar, besteden aan de betaling van oliewerkers en reparatie van materiaal, een en ander wel onder toezicht van de VN. Ten slotte worden bepaalde goederen op het gebied van stroomvoorziening en huisvesting vrijgesteld van verplichte goedkeuring door de sanctiecommissie van de VN.

De Verenigde Staten en Groot-Brittannië, Iraks tegenstanders in de Raad, hadden ook een onderzoek geëist naar ,,alle vormen van smokkel'' van olie door Irak en het ,,potentieel voor manipulatie van oliecontracten''. Deze smokkel levert het Iraakse regime miljarden op. Het voorstel haalde het niet door fel verzet van Rusland en China, Iraks vrienden die opnieuw hun oppositie tegen het hele embargo kenbaar maakten.

Het olie-voor-voedselprogramma heeft Irak sinds het begin, vier jaar geleden, in totaal 37 miljard dollar opgeleverd. Daarvan is 24 miljard uitgegeven aan humanitaire goederen; de rest is gegaan naar herstelbetalingen aan Koeweit en betalingen voor VN-diensten.

De Iraakse olie-export ligt overigens sinds eind vorige week stil wegens een verschil van mening tussen Irak en de VN over de prijs van de Iraakse olie. Irak wil zijn olie relatief laag prijzen om van zijn afnemers een (onder het embargo illegale) toeslag te kunnen vragen die rechtstreeks op een Iraakse bankrekening moet worden gestort. De Iraakse minister van Olie, Mohammed Rashid, zei gisteren dat Irak de impasse in de ,,komende dag of twee'' wil oplossen. Hij zei echter niet of Bagdad bereid is water in de wijn te doen.