John Turturro

In de reeks sterrenprofielen deze week John Turturro, die vanaf deze week te zien is als een ontsnapte gevangene in O Brother Where Art Thou? en als een gekreukte schaakgrootmeester in The Luzhin Defence.

,,Ik oordeel niet over personages, ik speel ze.'' Het favoriete motto van John Turturro geeft al aan dat hij doorgaans niet als prins op het witte paard gecast wordt. Met zijn warrige krullenbol, zijn lijpe ogen en zijn clownesk-droeve gezicht, specialiseerde Turturro zich in mannen in de marge. Na zijn eenregelige debuut in Raging Bull (1980) gaf hij onder meer gestalte aan een ritselaar aan het biljart in The Color of Money, aan een racistische pizzaman in Do The Right Thing, aan een monomane spelshowkandidaat in Quiz Show en aan een parade van groezelige kruimelmisdadigers waarvan Pete Hogwallop in O Brother, Where Art Thou? voorlopig de laatste is. Zelfs in de hoofdrol is Turturro niet de innemende man-van-hiernaast. In zijn beste film Barton Fink, de apocalyptische Westkust-thriller van de gebroeders Coen uit 1991, speelt hij een onaangenaam overspannen toneelschrijver met wie je pas na verloop van tijd medelijden krijgt.

Het hoeft niet te verbazen dat John Turturro (Brooklyn, New York, 28 februari 1957) voornamelijk te zien is in kleine, onafhankelijke films. Drie maakte hij er met Spike Lee, en maar liefst vier met de Coen Brothers, die hij kende omdat hij met de vrouw van Joel Coen, Frances McDormand, op de Yale Drama School had gezeten. Daarnaast werkte hij met Tom DiCillo (Box of Moonlight), Tim Robbins (Cradle Will Rock) en Sallly Potter (The Man Who Cried). `King of the Indies' wordt hij wel genoemd, maar daar heeft Turturro zijn reserves bij: ,,Ik wil liever bekend staan als een fat, rich A-list Hollywood star,'' zei hij onlangs tegen The Independent.

Het is de vraag of de titelrol in Marleen Gorris' schaakfilm The Luzhin Defence een stap op de weg naar wereldroem is; Turturro speelt weliswaar de romantic lead, maar zijn personage is zoals bijna altijd een buitenstaander die niet met het normale leven kan omgaan. Het geeft niet, Turturro heeft nog andere ijzers in het vuur: in 1992 debuteerde hij als regisseur met Mac, een autobiografische film over zijn vader (bouwvakker en zoon van Siciliaanse immigranten) die hem in Cannes de Caméra d'Or opleverde; en onlangs voltooide hij zijn tweede regie, Illuminata, over een huwelijkscrisis. Hollywood kan wachten. Eerlijk gezegd zou het jammer zijn als we de groezelige melancholie van Turturro alleen nog zouden tegenkomen in blockbusters als Home Alone V of The Return of the 101 Dalmatians.

    • Pieter Steinz