Het rommelt in het paradijs

Luxemburg dreigt zijn aantrekkingskracht als veilige haven voor zwart geld te verliezen. Bronbelasting en verwatering van het bankgeheim liggen in het verschiet. Een recente Europese afspraak wil het zo. Verontruste klanten bellen inmiddels hun accountmanager. De bankiers ter plekke liggen er niet wakker van, zeggen ze. Nog niet.

In Europa's belastingparadijs voor de kleine rijken is het een dag als alle andere. Bankemployees en cliëntèle in rustige tred op de Boulevard Royal. Restaurants op de Place d'Armes met oesters in de etalage. Kerstverlichting en de Nikolaasmarkt als voorboden van de komende feestdagen. In Luxemburgstad regeert, als altijd, het kalme zelfvertrouwen van de gegoede burgerij.

Wat Zwitserland is voor de echte rijken en het oude geld, is Luxemburg voor de minder rijke rijken en het nieuwe geld: een discreet bancair centrum waar de lange arm van de fiscus uit eigen land geen greep heeft op de tegoeden. Een belastingtarief van nul en een strikt bankgeheim hebben sinds het midden van de jaren '80 honderden miljarden naar Luxemburgse spaarrekeningen en beleggingsfondsen gezogen. Tot groeiend ongenoegen van Europese belastingautoriteiten, inclusief de schatkistbewaarder in Den Haag.

Na tien jaar onderhandelen ging Luxemburg vorige week akkoord met de invoering van een bronbelasting op rente-inkomsten. Op termijn voorziet het recente EU-akkoord zelfs in een vergaande aanpassing van het bankgeheim (zie kader). Voorwaarde voor de belasting- en informatieuitwisseling is wel dat Europese Unie overeenstemming bereikt met andere belastingparadijzen, zoals Zwitserland, over soortgelijke maatregelen. Op die manier moet kapitaalvlucht naar niet-EU-landen worden tegengegaan en hoopt Luxemburg te voorkomen dat het door andere belastingparadijsjes uit de markt wordt gedrukt.

Sleutelen aan bankwetten ligt niet gemakkelijk in een land met 209 banken op nog geen 425.000 inwoners. De financiële sector in Luxemburg stelt ruim 26.000 mensen te werk, waarvan een groot deel dagelijks uit de buurlanden inreist. De geldhandel is in Luxemburg goed voor maar liefst 20 procent van het nationale inkomen. Wie er speelt met de toekomst van de banken, speelt met het welbevinden van het hele Groothertogdom.

Het Europese akkoord moet dan ook even slikken zijn geweest voor de spreekbuis van de Luxemburgse bankiers, Lucien Thiele. Hij omschrijft het bankgeheim doorgaans als een van de `troefkaarten' van financieel centrum Luxemburg. Ook deinst hij er niet voor terug het geheim te typeren als een `onvervreemdbaar' recht.

,,Hier is niemand in paniek', lacht de directeur van de Luxemburgse bankiersvereniging, ABBL, desalniettemin. ,,U zult in deze stad geen bankier vinden die bang is voor toekomstige ontwikkelingen.'

Met bronbelasting en bankgeheim zal het zo'n vaart niet lopen, meent Thiele. Eerst moeten de andere belastingparadijzen meewerken. Pas dan zal Luxemburg afzien van zijn vetorecht. ,,Dat is een keiharde voorwaarde', zegt Thiele. ,,Anderen probeerden dat een beetje weg te wuiven, maar dat zal ze niet lukken. We hebben ons voorbehoud uitdrukkelijk in de tekst van het besluit laten opnemen.' Inmiddels heeft Zwitserland bij monde van regeringswoordvoerders laten weten dat er ,,naar een oplossing gezocht zal worden.' Lees: bronbelasting voor buitenlanders niet uitgesloten.

Over het bankgeheim verwacht Thiele nog een interessant gevecht over de exacte betekenis van `informatie-uitwisseling'. De bedoeling is zonneklaar. De Nederlandse fiscus wil van Luxemburg weten wie een rekening heeft, wat daarop staat en wat daarmee is verdiend. Om die gegevens even naast de belastingaangifte te leggen. Voor de zekerheid. Thiele daarentegen voorspelt een complexe Europese discussie over wat wel en wat niet gemeld moet worden en onder welke voorwaarden. En ook hier geldt het voorbehoud dat landen als Zwitserland akkoord moeten gaan met een verwatering van hun bankgeheim. Zwitserland heef al gezegd daar niet toe bereid te zijn. Thiele: ,,Ik denk dat de bronbelasting, als die er al komt, het eindstation zal zijn.'

Thiele gaat ervan uit dat Luxemburg niets kan overkomen omdat de nieuwe afspraken Luxemburg net zo aantrekkelijk of onaantrekkelijk zullen maken als andere belastingparadijzen. ,,Het effect is daarom theoretisch', zegt hij.

In Luxemburg is het inderdaad even zoeken naar een bezorgde bankier. Een aantal Nederlandse banken heeft de woordvoering in handen gelegd van de grootste van de club: ABN Amro Luxembourg SA. Daar verwijzen ze door naar ABN Amro in Amsterdam. Daar willen ze de vragen eerst op schrift. Om vervolgens ruggespraak te houden met hun man in Luxemburg. Wie Luxemburg zegt, zegt zwartgeld en daar praat nu eenmaal niemand graag over. Althans, niet in de krant.

Frits Deiters, de man van ABN Amro in Luxemburg geeft uiteindelijk een schriftelijke reactie namens zijn eigen bank. ,,Ik verwacht geen grote uitstroom van vermogen vanuit Luxemburg naar Zwitserland.' ABN Amro richt zich vooral op `de echt vermogende particulieren' (boven 1 miljoen euro) die met fiscaal erkende `structuren' werken. Denk aan beleggingsmaatschappijen en levensverzekeringen. ,,Veel verontruste telefoontjes hebben wij nog niet gehad.' Ook verwacht Deiters niet dat Nederlanders met Luxemburgse rekeningen zenuwachtig zullen worden van de eventuele bronbelasting. ,,Ik denk dat het nogal mee zal vallen, temeer daar banken hun traditionele renteproducten door andere producten gaan vervangen. Een groot deel van de particuliere vermogens is al niet meer in renteproducten belegd, maar in aandelen en beleggingsfondsen.'

Ronnie Verheije is directeur private banking bij Labouchere Luxembourg, sinds vorige maand onderdeel van het Belgisch/Franse Dexia. Hij kreeg onmiddellijk nadat het Europese akkoord bekend werd verontruste klanten aan de lijn. Ze wilden weten: ,,Zijn we bij jullie nog wel veilig', zegt Verheije. ,,Ook al leidt het akkoord niet tot een onmiddellijke uittocht van geld', zegt hij, ,,Je mag wel aannemen dat er op den duur minder binnenkomt.'

De effecten op korte termijn zijn moeilijk in te schatten, meent hij. Sommige bestaande rekeninghouders zullen de bronbelasting op de koop toenemen, zeker als andere landen daar ook mee instemmen. Onder het motto: vluchten helpt niet meer. Anderen zullen het niet accepteren en naar nieuwe wegen zoeken. Verheije: ,,Die zullen niet tot het laatst wachten.'

Toch zijn ze er in Luxemburg niet gerust op. Al jaren niet. Tien jaar geleden riep Thiele's ABBL haar leden op na te denken over de toekomst. Luxemburg functioneert als een offshore-centrum: de nationale wetgeving is er een concurrentievoordeel. Die voordelen konden wel eens verdwijnen: Europa krijgt één munt, er wordt in de Europese Unie voortdurend gesproken over belastingharmonisatie. ,,We moesten ons voorbereiden op een worst case scenario', zegt Thiele. ,,Wat doen we als we al onze soevereine voordelen kwijtraken? Het was gewoon niet langer verantwoord om alles op één paard te zetten, zeker gezien het belang van de sector voor de hele samenleving.' Ruchtbaarheid gaven de Luxemburgse bankiers overigens niet aan de nieuwe strategie, bang dat de buitenwacht strategievorming zou verwarren met capitulatie.

Het zou niet de eerste keer zijn dat Luxemburgse bankiers het roer omgooien. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig was Luxemburg, zo vertellen ze het hier graag, een klein bastion van vrijhandel te midden van protectionistische grootmachten. ,,Een beetje als het vrije Gallië van Asterix en Obelix in een wereld van Romeinse overheersing', zegt Thiele. Luxemburg had een exporterende staatlindustrie en was daarom internationaal georiënteerd. Bovendien gold er geen minimumvermogen voor banken. Duitse bankiers onderkenden de mogelijkheden als eersten en legden er de basis voor de eurodollarmarkt. Luxemburg groeide uit tot specialist in omvangrijke syndicaatleningen. Een gevaarlijke tak van sport: de schuldencrisis van begin jaren tachtig vaagde die activiteit vrijwel weg.

Luxemburg moest dus iets nieuws. De bankiers keken naar Zwitserland. Private banking, dat wilden ze ook. Zwitserland had de echte rijken van Europa al tot klant. Luxemburg richtte zich daarom op mensen die hun geld hadden verdiend tijdens de naoorlogse bloeiperiode. ,,Het waren de kleinere zakenmensen die geen genoegen meer namen met een bescheiden spaarrente', omschrijft Thiele de doelgroep. ,,Ook zij hadden Zwitserland gezien en wilden de échte rijkdom imiteren' Handicap was wel dat het vermogen van de nieuwe rijken te klein was voor wilde avonturen.

Dé oplossing was het beleggingsfonds, een vehikel dat een hoog rendement en een gespreid risico beloofde. Een beetje het Zwitserlandgevoel dus en toch een goede nachtrust. Midden jaren tachtig golden beleggingsfondsen nog als exotisch. De Luxemburgers kopieerden het concept van de Fransen en de Amerikanen en zorgden ervoor dat het Luxemburgse fonds ook in andere Europese landen geaccepteerd zou worden. Het `Europese paspoort' voor beleggingsfondsen lokte eerst de groten uit de financiële wereld, later gevolgd door de kleintjes. Toen Duitsland bijvoorbeeld begin jaren negentig een bronbelasting invoerde werd de vraag naar `Luxemburgse oplossingen' zo groot dat het aantal Duitse banken in Luxemburg in korte tijd groeide tot bijna veertig.

De beleggingsfondsen stroomden in rap tempo vol. Inmiddels herbergt Luxemburg de op één na grootste markt voor beleggingsfondsen ter wereld, met een totaal beheerd vermogen van 850,77 miljard euro, verspreid over duizenden fondsen. Alleen de markt in de VS is groter. De Europese bronheffing is voor die fondsen overigens geen probleem, stelt Thiele. De meeste Luxemburgse fondsen beleggen in aandelen en genereren dus geen rente. Een beleggingsfonds valt alleen onder de Europese afspraken als het voor meer dan veertig procent belegt in obligaties.

Met de instroom van talloze kleine klanten bloeiden de zaken in Luxemburg, maar groeide ook het verzet. Buitenlandse opsporingsambtenaren zouden er alles aan doen om de klant te ,,destabiliseren' door ieder contact met Luxemburg af te schilderen als een strafbaar feit, klaagt de ABBL in haar jaarverslag. Het imago van Luxemburg is dan ook een PR-nachtmerrie. De ABBL spreekt over een ,,uitgesproken negatief beeld' en ,,aversie bij de Europese partners' die zich schuldig maken aan ,,verwerpelijke aanvallen'. Thiele: ,,Het debat werd steeds politieker, steeds emotioneler, steeds simplistischer.' Luxemburg belandde in de beklaagdenbank. De druk om te veranderen werd steeds groter, de financiële monocultuur steeds riskanter.

En ook nu moeten nieuwe producten uitkomst bieden. Speciale pensioenregelingen voor werknemers van multinationals, bijvoorbeeld. Eerste klant: Unilever. Op den duur hoopt Luxemburg het centrum te worden voor aanvullende pensioenvoorzieningen in een vergrijzend Europa. Deze zomer werd vooruitstrevende wetgeving voor electronic commerce aangenomen. Eerste, pikante, vangst: de e-commerce afdeling van Credit Suisse First Boston. Ook venture capital en geavanceerde hypotheekproducten moeten de toekomst van Luxemburg veilig stellen.

De diversificatie is inmiddels aanwijsbaar. Een recente inventarisatie leerde dat Luxemburgse banken 36 verschillende producten voeren, variërend van complexe derivaten tot eenvoudige spaarrekeningen. Vroeger verdienden de banken vooral aan de rentemarge, het verschil in rente tussen ingelegd en uitgeleend geld. Nu is dat nog maar minder dan helft. Tegenwoordig verdienen de banken in Luxemburg het meest aan advieswerk. ,,Luxemburg moet een regulier financieel centrum worden. We moeten van offshore naar onshore', zegt Thiele.

En de kleine rijken? Ronny Verheije van Bank Labouchere heeft het antwoord voor de korte termijn: ,,Het is eigenlijk heel simpel: zorg dat je geen rente vangt.' Dan kunnen ze die ook niet belasten. Op de lange termijn zit er weinig anders op dan de Europese politiek op de voet volgen. Of de aangifte anders invullen.