Herinnering

Grillig geheugen. Waarom laat je me in de steek als ik je nodig heb, waarom verras je me opeens met lang vergeten feiten?

Ik stapte in de trein naar Hilversum en terwijl ik mijn jas in het bagagerek legde, hoorde ik achter me een prettige, sonore mannenstem die ik al zeker een jaar of tien niet meer gehoord had. De man die erbij hoorde, had ik nooit persoonlijk gesproken en toch wist ik onmiddellijk wie hij was. Al na vier woorden.

Het was geen man die ooit een overweldigende indruk op me had gemaakt, noch een man aan wie ik in die tien jaar op enig moment had gedacht.

Het was Han Peekel.

Waar herinneren we ons Han Peekel van? Van tv-programma's bij de KRO, vaak over cabaret. Veel korte filmpjes, aan elkaar gepraat door die geruststellende stem. Het waren geen overdreven goede programma's, maar ook geen overdreven slechte. Hij moest nog veel meer programma's gemaakt hebben, maar die wilden me op dat moment niet te binnenschieten. Het geheugen was tevreden over zichzelf, het vond dat op deze dag met zo'n voltreffer volstaan kon worden.

Maar was het Han Peekel wel? Ik had me per slot van rekening nog niet eens omgedraaid.

Ik draaide me om.

Ik zag een topzwaarlijvige man met lang, grijs haar dat langs zijn vlezige gezicht viel. Hij had opvallend korte beentjes. Zijn maag lag als een reusachtige, tot barstens toe opgeblazen ballon op zijn schoot. Ik aarzelde. Peekel was altijd een man met een goed gevuld postuur geweest, maar dit was zwaarder geschut. Ik bleef aarzelen totdat de mobiele telefoon van de man overging en hij prettig en sonoor zei: ,,Met Han Peekel.''

Met een licht gevoel van geluk in mijn hoofd leunde ik achterover. Dat geheugen van mij, dat kon je nog wel om een boodschap sturen.

Het nadeel van de herkenning was dat ik mijn aandacht niet bij mijn lectuur kon houden. Als je na zoveel jaren weer Han Peekel kunt zien en horen, dan nemen je gedachten geen genoegen met George Bush, laat staan met Al Gore. Ik probeerde weer aan zijn andere programma's te denken, maar mijn geheugen had het kantoor nu verlaten en zat in een forensentrein in tegenovergestelde richting.

Wat ik nog wel goed wist: Han Peekel hoorde bij een overzichtelijke televisietijd. Je had nog niet veel te kiezen. Een paar publieke kanalen, de commerciëlen waren nog in opmars. Het was niet zo dat je aan het begin van een avond tegen elkaar zei: ,,Ha, vanavond Peekel'', maar als zijn gezicht en die stem zich manifesteerden, dan daalde er altijd een gevoel van geborgenheid over het kijkende gezin.

Ik mocht nu weer even naar hem luisteren. Hij vertelde zijn metgezel dat hij van een royaal ligbad hield, `groot genoeg voor vier personen'. Zouden daar ook vier Han Peekels in kunnen, vroeg ik me bezorgd af.

Later zag ik hem voorzichtig de stationstrap van Hilversum afdalen, zijn hand strak aan de leuning. Zo liep hij mijn beeld uit.