Ghanese `Junior Jezus' is nu vet en belegen

Hij was een revolutionair op slippers van autobanden. Nu is hij een democraat in een goudkleurige Jaguar. Vertrekkend president Rawlings heeft Ghana in twintig jaar sterk veranderd.

Presidentsverkiezingen in Ghana luiden morgen het vertrek in van een van de meest flamboyante en spraakmakende Afrikaanse leiders. `Junior Jezus' noemden de Ghanezen de 32-jarige luchtmachtpiloot toen hij in 1979 kortstondig de macht overnam. Op een golf van volkswoede over corruptie en wanbeleid liet hij drie voormalige staatshoofden executeren. Zijn soldaten ranselden marktvrouwen af die zich niet hielden aan de door zijn regering vastgestelde voedselprijzen. Bezittingen van verdachte zakenlui werden geconfisqueerd.

Na drie maanden droeg Jerry Rawlings de fakkel over aan een democratisch gekozen regering. Teleurgesteld met het gevoerde beleid van deze regering pleegde hij twee jaar later opnieuw een staatsgreep. Rawlings noemde zijn militaire interventies geen staatsgrepen maar volksrevoluties. Opvliegende jonge soldaten elders in Afrika volgden zijn voorbeeld en grepen de macht in Burkina Faso, Gambia en Sierra Leone. De onconventionele Rawlings zou Ghana revolutionair gaan veranderen.

Of toch niet? Toen Rawlings op 31 december 1981 terugkeerde in het presidentiële paleis The Castle in Accra hielden hij en zijn makkers woedende redevoeringen tegen het Amerikaanse imperialisme en het Internationale Monetaire Fonds en beloofden een socialistische staat te vestigen. Ze kleedden zich eenvoudig en liepen op slippers, gemaakt van versleten autobanden. De razend populaire Junior Jezus werd op handen gedragen als redder van de natie. Ghana, dat de `Zwarte Ster' wordt genoemd omdat het zich onder de al eveneens charismatische Kwame Nkrumah in 1957 als eerste Afrikaanse staat bevrijdde van het koloniale juk, fonkelde weer.

De militaire radicalen snelden naar Libië en Cuba voor steun. De vorming van volkscomités en buurtraden luidden een nieuwe vorm van democratie in. Het meerpartijensysteem werd afgezworen als een westers model, ongeschikt voor Afrika. Opponenten werden afgeschilderd als CIA-agenten en de bevolking werd gewaarschuwd voor een militaire invasie door Amerika en Nigeria, die de Rawlings-revolutie wilden smoren.

Maar Ghana is nooit een Afrikaans Cuba geworden. De Sovjet-Unie weigerde de Ghanese revolutie te adopteren. De radicale groep rond Rawlings viel uiteen en de revolutie begon haar eigen kinderen op te eten. De ene couppoging volgde op de andere en zonder buitenlandse financiële steun zonk de toch al belabberde Ghanese economie verder in een diep moeras. De onvoorspelbare Rawlings gooide in 1985 het roer om en omarmde het IMF en de Wereldbank.

De jeugdige en slanke Rawlings is nu vet en belegen. Hij loopt niet meer op schoenen van autobanden maar rijdt in een goudkleurige Jaguar. Zijn jeugdige medestanders van weleer ontpopten zich als succesvolle zakenlui met dure villa's in Accra. De heilige oorlog die hij uitriep tegen corruptie, verzandde en Ghana staat nu bekend als een van de meest corrupte landen van West-Afrika. De socialistische idealen gingen in de prullenbak en het IMF prijst Ghana nu als de beste leerling van de klas. Privatisering en de vrije markt gelden als sleutelwoorden in het regeringsbeleid. In de ogen van zijn kameraden van het eerste uur veranderde Junior Jezus in de Judas die de revolutie verraadde.

Ghana onderging wel een gedaanteverandering onder Rawlings. Hij slaagde er in de diepe sociale en economische misère te keren. De economie groeit al enkele jaren met vijf procent, de automobilist hoeft niet meer als een dronkelap tussen de gaten in de wegen te zigzaggen en vele hoge kantoorgebouwen verrezen in de hoofdstad. Na 1992 regeerde hij als democratisch gekozen president binnen een meerpartijenstelsel. Het land kent een redelijk vrije pers en geen politieke gevangenen. Tot zijn beste vrienden rekent Rawlings de Amerikaanse president Clinton, die in 1998 Ghana aandeed tijdens zijn Afrikatoernee.

Rawlings toont zich nog steeds een opvliegende politicus, zijn wilde haren heeft hij nooit afgeschoren. In 1996 sloeg de furieuze president tijdens een kabinetsvergadering zijn toenmalige vice-president Kow Arkoah op de grond en schopte hem in het kruis. Toen de verloving van zijn dochter Zanetor uitraakte, strafte hij de rijke ouders van zijn schoonzoon-in-spe door 35 huizen van hen te laten afbreken. Tijdens een rede in het Schotse parlement in september (Rawlings vader was een Schot) begon hij plots een tirade tegen de verzamelde parlementsleden omdat de Schotse kranten zijn vrouw Nana ervan hadden beschuldigd een cocaïnedealer te zijn.

De kleurrijke Rawlings geniet nog steeds grote aanhang onder Ghanezen. Wanneer de grondwet hem niet zou uitsluiten voor een derde ambtstermijn, zou hij morgen zeker bij de presidentsverkiezingen zijn herkozen. Op een verkiezingsbijeenkomst onlangs voor zijn gedoodverfde opvolger, vice-president Atta Mills, ging hij voor de menigte op zijn knieën en vroeg vergiffenis voor zijn vele niet waargemaakte beloftes.

John Atta Mills tikt met de wijsvinger op zijn hersenpan. ,,Je moet Rawlings leren begrijpen. Als je eenmaal weet wat er in zijn hoofd omgaat, valt er heel goed met hem samen te werken. Hij is een hartstochtelijk leider. Dankzij hem kunnen Ghanezen weer lachen en trots zijn.''

Rawlings laat vele skeletten in de kast achter. De bekendste zijn die van drie rechters van het Hooggerechtshof en een legerofficier. Zij werden in 1982 vermoord. Volgens Zaya Yeebo, één van de radicalen van het eerste uur, gaven Rawlings en/of zijn veiligheidsadviseur Kojo Tsikata opdracht voor de moord. Rawlings zag de bui aankomen dat er na zijn vertrek gerechtelijke onderzoeken zouden komen en liet in de grondwet een clausule opnemen dat politieke misdaden van vóór 1992 niet strafbaar zijn.

Atta Mills gelooft niet in de noodzaak van een Waarheidscommissie, zoals in Zuid-Afrika, om in het reine te komen met de bloedige aspecten van het tijdperk Rawlings. ,,Ik geef toe, het is moeilijk voor de nabestaanden van de slachtoffers. Zij liepen emotionele littekens op'', erkent hij. ,,Maar wat maakt het uit als een moordenaar in het openbaar komt verklaren dat hij iemands vader heeft gedood? Alleen troostrijke woorden kunnen helpen om de slachtoffers te overreden dat we het verleden achter ons moeten laten.''