Dammen kosten meer dan ze opleveren

Stuwdammen zijn heel lang gezien als een zegen voor de mensheid. Maar de lokale bevolking en het milieu hebben meestal ernstig onder de bouw van grote dammen te lijden.

Ruim 45.000 grote stuwdammen telt de aarde. Zeker de helft van alle rivieren heeft wel een of meer dammen. Miljoenen mensen zijn er voor hun drinkwater van afhankelijk. Via waterkrachtcentrales zijn ze verantwoordelijk voor bijna een vijfde van de wereldproductie van electriciteit – schone energie, zonder uitstoot van het broeikasgas kooldioxide – en met het water in de stuwmeren wordt meer dan 270 miljoen hectare landbouwgrond geïrrigeerd. Kortom, stuwdammen zijn een zegen voor de mensheid.

Als gevolg van de bouw van dammen is veel waardevolle natuur en soms ook belangrijk cultureel erfgoed verwoest. Rivieren zijn erdoor in mootjes gehakt, met dramatische gevolgen voor de visstand. Ook moesten veertig tot tachtig miljoen mensen verhuizen omdat hun grond en huis onder water verdwenen. De biodiversiteit in de omgeving van stuwdammen wordt ernstig aangetast. Kortom, stuwdammen zijn een vloek voor de mensheid.

Bij weinig infrastucturele projecten zijn de consequenties voor de economische en sociale structuur van de omgeving en voor het milieu zozeer vervlochten als bij de bouw van grote dammen.

Jaarlijks gaat in de dammenbouw nog steeds zo'n 43 miljard dollar om. De Wereldbank is een van de grootste financiers – geschat wordt dat de bank er de afgelopen decennia zo'n 75 miljard dollar aan heeft besteed. Maar de laatste jaren is daar de klad in gekomen. Op het hoogtepunt, in de jaren zeventig en tachtig, ging jaarlijks meer dan twee miljard dollar naar dam-projecten. Tegenwoordig ligt dat bedrag veel lager, mede uit vrees voor het groeiende protest tegen ongebreidelde bouw van dammen.

In 1997 gaf de Wereldbank daarom steun aan een onafhankelijke internationale commissie die bestaande damprojecten moest evalueren en richtlijnen zou formuleren voor nieuwe projecten. Het rapport van de World Commission on Dams (WCD), waarin zowel vertegenwoordigers van overheden, dambouwers als van milieu-organisaties zitting hadden, is twee weken geleden gepubliceerd. De kritiek op het bestaande beleid is fors.

De belangrijkste conclusies van de commissie zijn:

De voordelen die van een dam worden verwacht vallen meestal tegen. In veel gevallen overstijgen de kosten de baten.

In het verleden is te weinig rekening gehouden met de vaak ernstige sociale en economische gevolgen voor de plaatselijke bevolking.

Het profijt van dammen is ongelijk verdeeld over de bevolking, degenen die er het meest door worden getroffen hebben er zelden baat bij.

Een analyse van de milieugevolgen maakt meestal geen deel uit van de besluitvorming, waardoor vaak grote schade wordt aangericht, zowel aan het water in de rivier als aan de natuur rondom de dam.

Milieu-organisaties wijzen erop dat ook bouwers en financiers in de commissie zaten. Ze hebben op grond van het rapport een moratorium geëist op de bouw van grote dammen. Ze willen dat eerst de voorstellen van de WCD algemeen zijn ingevoerd. Ze stellen dat op grond van de richtlijnen van de WCD veel bestaande dammen nooit gebouwd zouden zijn. Verder eisen ze dat degenen die in het verleden schade hebben geleden alsnog worden gecompenseerd.