Britse staalindustrie staat koude winter te wachten

De commissarissen bij Corus zijn de aanhoudende verliezen beu en sturen hun beide topbestuurders naar huis. Een keiharde sanering volgt zonder twijfel.

Goed nieuws en slecht nieuws voor de medewerkers van de voormalige Hoogovens. De twee co-voorzitters Van Duyne en Bryant, gisteren onverwacht gedwongen op te stappen, worden in de raad van bestuur opgevolgd door de Nederlanders Frans-Willem Briët en Henk Vrins. En daarmee ontstaat voor het eerst evenwicht in het dagelijks bestuur tussen Nederlanders en Britten, twee om twee.

Dat evenwicht is opmerkelijk: het tweemaal grotere British Steel heeft Corus vorig jaar overgenomen en als duidelijke concessie kreeg Fokko van Duyne voor de eerste twee jaar het voorzitterschap bij Corus.

Minder goed nieuws voor de Hoogovens-medewerkers is de suggestie van analisten dat A. Pedder de nieuwe bestuursvoorzitter wordt. Deze Brit verving deze zomer de uit onvrede opgestapte Nederlander Van der Velden als verantwoordelijke man voor de zogeheten `platte producten', waaronder de voormalige Hoogovens. En juist zijn komst werd door de ondernemingsraad met de grootste scepsis tegemoetgezien: Hoogovens zou er maar een beetje bij worden gedaan.

Maar de Nederlanders hebben heel wat minder te vrezen dan de 33.000 Britse collega's. Het vertrek van Van Duyne en Bryant kan alleen maar de inleiding zijn tot nog veel hardere ingrepen in het Verenigd Koninkrijk. Over de eerste negen maanden van het boekjaar werd een verlies geboekt van ruim 1 miljard gulden en het herstel ging president-commissaris Brian Moffat niet snel genoeg. De lopende sanering, waardoor al 4.500 medewerkers moesten vertrekken, sneed kortom niet diep genoeg.

Vermoedelijk werd te gemakkelijk de schuld neergelegd bij het dure pond. Natuurlijk zorgt de munt ervoor dat de export duurder is geworden, maar die achterstand is een risico dat door de bedenkers van de staalcombinatie bewust is genomen. Op dat moment was het pond al duur, slechts vijf procent onder het huidige niveau en 12 procent onder het topniveau in mei. Ook de uittocht van de industrie op het Britse eiland, onder invloed van het dure pond, was toen al gaande, waardoor de Britse productiecapaciteit van Corus inmiddels tweemaal zo groot is geworden als noodzakelijk. Geen wonder dat er in de Britse pers openlijk wordt gespeculeerd dat twee van de vier productiefaciliteiten dicht moeten. Een extra probleem vormt nu de staalprijs die, cynisch genoeg, gaat dalen op het moment dat het pond goedkoper wordt.

Juist nu harde maatregelen in Groot-Brittannië onvermijdelijk zijn geworden – Moffat wees gisteren expliciet al op de noodzaak van verdere sanering – wordt ook de situatie bij de winstgevende Hoogovens precair. Want de Britse vakbonden zullen nooit accepteren dat alleen in eigen land hard wordt ingegrepen. Tekenend in dit verband zijn de suggesties dat de aluminiumdivisie snel moet worden verkocht. Pikant, want de productie van aluminium is voor honderd procent een erfenis van Hoogovens, maar wel winstgevend.

Ook de voormalige Corus-bestuurder Aad van der Velden ondervond enkele maanden geleden al de onwil van de Britten om rigoureus te snijden in eigen vlees.

Van der Velden wilde als directeur van de staaldivisie fors saneren bij de vestiging van British Steel in Llanwern in Wales. De vakbonden slaagden er in de fabriek open te houden. Van der Velden trok zijn conclusies en ging met vervroegd pensioen. Hij was daarmee de eerste topbestuurder van Corus die de handdoek in de ring gooide.

Econoom Van Duyne wordt bedankt voor dertig trouwe dienstjaren bij Hoogovens. In de City gaan analisten er van uit dat hij twee jaar salaris meekrijgt (de Britse manier om topmanagers de laan uit te sturen) aangevuld met een bonus. Niettemin moet het een ontgoocheling zijn voor Van Duyne dat het avontuur om met British Steel in zee te gaan zo slecht afloopt. Het eerste jaar bij Corus werd gekenmerkt door saneringen, mega-verliezen en een inzakkende beurskoers. De voormalige financiële man Van Duyne, die je in tegenstelling tot zijn voorgangers bij Hoogovens als Maarten van Veen en Olivier Van Royen zelden op de werkvloer in de fabriek tegenkwam, leek juist geknipt om oplossingen te bedenken. Maar de problemen groeiden hem boven het hoofd.