Armste landen door heffingen getroffen

De economische groei in de wereld beweegt zich op recordniveau, maar veel van de armste landen profiteren daar onvoldoende van door handelsbarrières (importheffingen) die de Verenigde Staten en andere welvarende landen opwerpen tegen hun export.

Dat zegt de Wereldbank in haar rapport Global Economic Prospects and the developing countries dat gisteren is gepubliceerd.

Grote belemmeringen die de industrielanden handhaven tegen de import van agrarische producten en voedingsmiddelen, plus de landbouwsubsidies die zij intern hanteren, dragen sterk bij aan de slechte ontwikkeling in de export door arme landen van deze grondstoffen, aldus medewerkers van de bank in een toelichting.

Terwijl de vooruitzichten voor verdergaande economische groei in de wereld goed zijn, zorgen de scherp gestegen olieprijzen voor grote onzekerheid. Dat geldt ook voor de vraag of de Amerikaanse economie blijft expanderen ofwel een harde landing gaat maken. De bank maakt zich verder zorgen over de kwetsbaarheid van financiële systemen in de Oost-Aziatische landen die zich herstellen van de crisis die ze in 1997 en 1998 doormaakten.

Voor alle ontwikkelingslanden samen verwacht de Wereldbank een gemiddelde groei van 5,3 procent dit jaar, 5 procent in 2001 en 4,8 procent in 2002. Maar het rapport waarschuwt dat veel van de armste landen, vooral in Afrikaanse regio's die getroffen zijn door conflicten, ver achterlopen.

Nick Stern, leider van het team van economen bij de bank, zei gisteren dat veel ontwikkelingslanden de laatste tien jaar hun economisch beleid hebben versterkt, hun inflatie hebben teruggedrongen, hun markt hebben geopend en het onderwijs hebben verbeterd. ,,We moeten samen werken aan systemen waarbij arme mensen meer kunnen profiteren van economische groei'', aldus Stern.

Volgens het Wereldbankrapport ,,ontwikkelen economische activiteiten in de wereld zich dit jaar in het hoogste tempo sinds meer dan tien jaar'' en wordt een stijging van de wereldhandel in volume tot een record van 12,5 procent verwacht, het hoogste sinds de oliecrisis van de jaren zeventig.