Parijs drijvende kracht achter Europese defensie

De oprichting van een Europese snelle interventie-macht, ook op de agenda van de eurotop in Nice, heeft kritiek losgemaakt. De Franse militaire en diplomatieke top verdedigt zich.

,,Een duivels Frans complot tegen de NAVO'', zo is volgens een verontwaardigde Franse minister van Defensie Alain Richard het idee voor een Europese interventiemacht wel omschreven. ,,En dat is onzin. De steun van de Amerikanen is totaal. Ze wíllen juist dat wij Europeanen eens onze verantwoordelijkheid nemen.''

Richards misnoegen over de kritiek tijdens een lunch in het ministerie kan nauwelijks gespeeld zijn. Frankrijk wordt wel gezien als de drijvende kracht achter l'Europe de la Défense. Kritiek op de strijdmacht, die in 2003 zo'n 60.000 manschappen moet omvatten, lijkt de Franse minister van Defensie haast persoonlijk op te vatten. Diplomatiek en militair Parijs echoot zijn mening.

Kritiek is er geweest. Op allerlei fronten. Op strategisch gebied zou een van de NAVO onafhankelijke EU-macht de Amerikaanse invloed in Europa eroderen. Militair gezien zou zo'n strijdmacht zonder de Amerikaanse satellieten, inlichtingencapaciteiten en zware transportmiddelen niets klaar kunnen spelen. En de ambitie om overal ter wereld met een VN-mandaat op zak te kunnen ingrijpen, zou ook financieel op drijfzand stoelen.

Dat de Amerikaanse invloed door een onafhankelijke strijdmacht in Europa vermindert – een bezwaar van vooral Britse Conservatieven – spreekt niemand in de Franse hoofdstad tegen. Maar die invloed wás al tanende.

De Fransen zijn sowieso niet zo rouwig om het Amerikaanse overwicht te frustreren. Hun ervaring met de Amerikanen tijdens NAVO-operatie Allied Force, de bombardementen op Joegoslavië in 1999, mag in dat opzicht worden gezien als een druppel die de emmer deed overlopen. ,,U moet het eigenlijk zo zien'', zegt een Franse admiraal diplomatiek over het incident. ,,Er waren daar eigenlijk twéé oorlogen tegelijk aan de gang. Een Amerikaanse en een niet-Amerikaanse.'' Met een Europese defensiemacht bestaat dat gevaar in ieder geval niet, meent Richard, want ,,binnen de EU bestaat geen klasse-verschil. Er is geen leider per se.''

De hoge diplomaat stelt dat de aard en de taken van de Europese strijdmacht een existentiële confrontatie met de Atlantische verdragsorganisatie uitsluit. ,,De EU-macht komt er alleen voor vredesoperaties. Collectieve defensie blijft een zaak van de NAVO. Zijn er Amerikanen bij een missie, dan is het een NAVO-missie. Zijn er méér dan 60.000 manschappen voor een operatie nodig, ook dan is het automatisch een zaak voor de NAVO.'' Maar deze geruststellende geluiden nemen niet weg dat een precieze taakverdeling en de voorwaarden voor het lenen van NAVO-capaciteiten een harde in Nice te kraken noot is.

Komt het NAVO-belang echter in het geding, zo klinkt het in de Franse hoofdstad, dan blijft het altijd nog zó, dat elf landen lid zijn van zowel de NAVO als de EU. ,,En het is volstrekt ondenkbaar'', zegt de diplomaat, ,,dat één en hetzelfde land op veiligheidsgebied een gespleten politiek voert.''

De Defensieministers van de Europese Unie hebben in november een lijst opgesteld van militaire capaciteiten waaraan het de Europese strijdkrachten ontbreekt – lees: die steeds van de Amerikanen moesten worden geleend. De lijst is lang: communicatie-apparatuur, satellieten, apparatuur voor het vergaren van inlichtingen, kruisraketten andere precisie-geleide wapens, transportmiddelen en vliegtuigen om de vijandelijke luchtverdediging uit de schakelen. Richard: ,,De Amerikanen hebben altijd geroepen dat Europa de defensie-capaciteiten moet verbeteren. Ze hebben volkomen gelijk. In de Europese defensie zitten grote hiaten.''

Aan verschillende van deze strategische programma's wordt intussen hard gewerkt – belangrijk gesteund door de oprichting van de Europese defensie-industrie EADS. Groot-Brittannië, Italië, Frankrijk en Duitsland zullen het Europese transportvliegtuig A400M aanschaffen. Nederland verlicht de Duitse kosten hiervoor met 100 miljoen gulden in ruil voor het recht de toestellen te `lenen'. Frankrijk bouwt ook aan de spionagesatelliet Helios II, Duitsland ontwikkelt de SAR Lupe radarsatelliet en Italië werkt aan de Cosmos Skymed. Dat al deze systemen pas laat tot zeer laat gereed komen, daaraan hebben ze in Parijs weinig boodschap. Beter laat dan nooit.

En trouwens, die Amerikaanse satellieten zijn ook niet alles, vindt de Franse chef defensiestaf generaal Jean-Pierre Kelche bij een bezoek aan de drie verdiepingen diepe commandobunker onder het ministerie van Defensie. HUMINT, human intelligence, spionnen ter plaatse, is volgens de generaal in sommige gevallen veel belangrijker. Kelche: ,,Van Zuid-Europa en Noord-Afrika, een belangrijk mogelijk inzetgebied van de interventiemacht, zijn wij, ook zonder satellieten, goed op de hoogte.''

Hoe al deze nieuwe systemen moeten worden bekostigd, blijft onduidelijk. West-Europa is de enige regio ter wereld waar de defensie-budgetten na het eind van de Koude Oorlog nog steeds dalen. Volgens Richard hoeven de budgetten niet eens omhoog. ,,We hebben niet meer geld nodig om onze voorgenomen verplichtingen na te komen'', aldus de bewindsman. Het snoeien van Europese overhead en een verschuiving van fondsen voor relatief inerte main defense forces naar die voor de snel inzetbare eenheden zouden voorlopig genoeg financiële armslag moeten geven.

,,De Verenigde Staten zijn bovendien pas na negen jaar continue economische groei meer geld aan defensie gaan uitgeven. Europa heeft de economische wind wel in de rug. Maar nog geen negen jaar.'' Hoe dan ook, vindt Richard, ,,meer geld is geen garantie voor de geloofwaardigheid van ons voornemen''.

    • Menno Steketee