Oververhitting

In NRC Handelsblad van 18 november wordt in een hoofdartikel ingegaan op de waarschuwing die de Europese Commissie aan het adres van Nederland richt in het kader van de periodieke beoordeling van de deelnemers aan de Europese en Monetaire Unie. De Commissie spreekt weliswaar haar grote waardering uit voor de indrukwekkende macro-economische prestaties van ons land, maar uit ook haar bezorgdheid voor het Nederlandse beleidsplan van de komende vier jaar door het gevaar van oververhitting van onze economie aan de orde te stellen.

In het hoofdartikel wordt de waarschuwing van de EC wel erg laconiek van de hand gewezen. Ook de in het hoofdartikel genoemde ingrediënten vormen een wezenlijk gevaar voor oververhitting van de economie: de hoge groei, de hogere Nederlandse inflatie in vergelijking tot een groot aantal Europese landen, krapte op de arbeidsmarkt, de hogere olieprijs en dollarkoers met daarbovenop de energieheffing, de verhoging van het hoge BTW-tarief van 17,5 naar 19 procent zijn te veel in dezelfde richting werkende factoren om geen uitwerking te hebben.

,,De sneller stijgende prijzen in Nederland vormen een compensatie voor de devaluatie van de gulden vermomd als euro op de valutamarkten'', wordt terecht geconstateerd. Het betekent dat wij met onze ondergewaardeerde gulden de inflatie aan het importeren zijn. Wij moeten achteraf constateren dat de Nederlandse monetaire autoriteiten, alvorens zich bij de EMU aan te sluiten, ten onrechte niet de moed hebben gehad om zich van Duitsland los te maken en tot revaluatie van de gulden over te gaan. Het zou de afgelopen jaren een matigende invloed hebben gehad op onze (import)prijzen en op onze door de export aangejaagde activiteiten; het zou onze economie minder inflatie en meer stabiliteit hebben gegeven. In de huidige situatie zou Nederland een lichte (monetaire) trap op de rem nodig hebben om niet te ver door te schieten, terwijl bijvoorbeeld Duitsland met zijn zware Oost-Duitse hypotheek nog niet zover is. Dit is een van de problemen van Duisenberg die voor de de hele EMU dezelfde monetaire politiek heeft te hanteren, terwijl eigenlijk behoefte is aan nuancering.