Ondernemers krijgen stelsel met gebreken

Ondernemers zien op tegen de extra administratieve lasten die het gevolg zijn van de belastingherziening per 1 januari. Alleen `echte' ondernemers hebben voordeel bij het nieuwe fiscale stelsel.

Eigenlijk is het belastingplan voor ondernemers nog lang niet af. Tot ver in 2001 zullen nog wijzigingen worden doorgevoerd. Dat neemt niet weg dat ook de ongeveer 500.000 ondernemers in Nederland komende maand te maken krijgen met een drastisch gewijzigd fiscaal stelsel. Het Ondernemerspakket, ofwel de belastingherziening 2001 voor bedrijven, wordt per 1 januari gewoon ingevoerd – inclusief onvolkomenheden.

De belangrijkste wijzigingen voor ondernemers lopen grotendeels parallel met de wijzigingen voor particulieren. Resumerend: er komen drie belastingboxen. Box 1, voor inkomen uit werk en woning. Hierin geldt een progressief tarief, waarbij de belastingdruk toeneemt naarmate het inkomen stijgt (toptarief: 52 procent). In deze categorie vallen ook de zogenoemde IB-ondernemers, die voor eigen rekening en risico werken en daar geen BV of NV voor hebben. Box 2 is bedoeld voor mensen die 5 procent of meer (een `aanmerkelijk belang') bezitten van een besloten of naamloze vennootschap. Zij betalen over dividend een heffing van 25 procent; de winst van de vennootschap wordt belast met 35 procent. In Box 3 ten slotte valt inkomen uit vermogen; de heffing hierop komt neer op 1,2 procent van dat vermogen.

Tot de nieuwigheden voor ondernemers behoort de zogenoemde ondernemersaftrek. Dat is een samenstel van aftrekposten uit het huidige systeem, waaronder de zelfstandigenaftrek, de meewerkaftrek en de stakingsvrijstelling.

Een andere wijziging is dat alleen `echte' ondernemers van alle aftrekposten mogen profiteren. Voor wat een echte ondernemer is gelden criteria. Zo moet hij ten minste 1.225 uur per jaar aan zijn onderneming besteden en ten minste de helft van het aantal werkzame uren aan het ondernemerschap. Ook moet een ondernemer winst genieten uit de onderneming en moet hij ondernemersrisico lopen.

Deze voorwaarden scheiden ondernemers van bijvoorbeeld werknemers met nevenactiviteiten. De ambtenaar die in de avonduren een automatiseringsbedrijfje runt voldoet niet aan alle criteria en kan slechts een deel van de aftrekposten gebruiken.

In het huidige stelsel profiteren te veel `schijnondernemers' van de belastingvoordelen van het ondernemerschap, vindt de fiscus. Een voorbeeld daarvan zijn de commanditaire (`stille') vennoten. Zij bieden slechts financiële ondersteuning aan een bedrijf, en hun risico is niet groter dan het bedrag dat zij hebben geïnvesteerd. Voor hen is het aantal typische ondernemersaftrekposten vanaf 1 januari dan ook beperkt. Hierdoor komt bijvoorbeeld een eind aan de populaire scheepvaart- en (per 2002) film-CV's.

Voor `echte' ondernemers brengt het nieuwe stelsel overigens niet alleen verbeteringen. Zo is daar de veelbesproken meesleep- en meetrekregeling, officieel de `terbeschikkingstellingsregeling'. Ze is bedoeld om te voorkomen dat ondernemers bijvoorbeeld onroerend goed op naam van iemand anders zetten, puur en alleen om fiscaal voordeel te behalen. Daartoe heeft de fiscus een onderscheid aangebracht tussen overdracht aan familie en aan derden. Dat is discriminatie, vindt ondernemersorganisatie MKB-Nederland.

Ook voor de `doorschuifregeling' gelden strenge voorwaarden. Een bedrijf kan alleen belastingvrij worden overgedragen aan een opvolger als deze al drie jaar mede-ondernemer is. Naar alle waarschijnlijkheid zal deze regeling volgend jaar veranderen, zodat ook medewerkers in aanmerking komen voor deze `geruisloze bedrijfsoverdracht'.

Staatssecretaris Wouter Bos (Financiën) zei het vorige week zelf nog in de Tweede Kamer: ,,Ik heb de scherpe kantjes er zo goed mogelijk afgevijld, maar er blijven nog wel wat puntjes over.'' Hij weigert op korte termijn grote ingrepen te doen in het stelsel, omdat dat tot ,,systeemschade'' zou leiden. Van een overgangsregime tussen 1 januari en de dag dat alle onvolkomenheden zijn aangepast is geen sprake. Dat betekent dat ondernemers te maken krijgen met regels die in eerste instantie slecht voor een aantal van hun kunnen uitpakken, terwijl ze weten dat de regels later soepeler worden.

Een belangrijk negatief effect van het nieuwe belastingstelsel is volgens ondernemers de toename van de administratieve druk. De striktere criteria die de wet aan het ondernemerschap stelt nopen tot veel meer registratie. Weliswaar dient een overheidscommissie onder leiding van oud-staatssecretaris Linschoten iedere wet te beoordelen op administratieve lasten, maar het belastingplan passeerde zonder deze toets.

Daardoor kon het gebeuren dat voor bedrijfsauto's op grijs kenteken straks een nauwkeurige rittenadministratie moet worden overlegd om de gebruikskosten te kunnen aftrekken. Nu is dat niet nodig. En ook zakelijke diners krijgen een bijsmaak. Per werknemer mogen straks nog tachtig etentjes worden vergoed. Betaalt de werkgever meer dan tachtig diners, dan moet hij dat melden bij de fiscus en over dat meerdere belasting betalen. Ten slotte is daar het urencriterium, op basis waarvan de ondernemer zijn aftrekposten kan binnenhalen. Hij moet dan wel vanaf 1 januari 2001 aantonen dat hij het benodigde aantal van 1.225 uren heeft gewerkt. Runt hij een zogeheten man-vrouw-firma, dan moeten beide partners aantonen dat ze een substantieel deel van hun tijd in de onderneming hebben gestoken.

Dit is deel 2 in een serie over het nieuwe belastingstelsel. Het eerste artikel verscheen op 2 december.