`Meubels mogen wel Adolf heten'

Voor slechte smaak kun je niet worden bestraft. Vandaar dat eigenaar Franz-Georg Schwetje van een meubelzaak in Hildesheim in Nedersaksen niet wordt veroordeeld. Hij gaf zijn meubels opmerkelijke namen als Adolf, Hermann en Rommel.

Michael Fürst, de leider van de joodse gemeenschap in de Duitse deelstaat vond dat Schwetje te ver is gegaan en de strenge anti-nazi-wetgeving heeft overtreden. Hij vindt dat de winkelier door de naamgeving het Derde Rijk verheerlijkt.

De procureur-generaal in Hannover is het daarmee niet eens. ,,Zolang Duitsers hun kinderen Adolf mogen noemen, mogen ze hun meubels ook zo noemen'', aldus de procureur. De Groenen in Nedersaksen hebben toch opgeroepen tot een boycot van de meubelzaak. Ook de Kamer van Koophandel overweegt sancties.

Winkelier Schwetje is zich van geen kwaad bewust. Hij zegt gewoon de namen te gebruiken die de leveranciers hem doorgeven. ,,Ik ben geen nazi. Ik wil niets met dat soort mensen te maken hebben. Die rechts-radicalen moeten allemaal opgesloten worden'', aldus Schwetje. Hij zou het met de klacht van de joodse gemeenschap eens zijn geweest als hij een meubelstuk Sachsenhausen had genoemd, naar het beruchte concentratiekamp. ,,Maar de bank die Hermann heet, is genoemd naar mijn oom – Hermann Schwetje.''

Toch is de winkelier niet gelukkig met de situatie. ,,Mijn klanten hebben niet geklaagd, maar de joodse gemeenschap voelt zich beledigd. Dus ga ik ze een schenking doen. Ik weet nog niet hoeveel. Ten minste duizend mark.''

In Zernikow, een plaatsje ten noorden van Berlijn, in de deelstaat Brandenburg, hebben protesten tegen een nazi-symbool wel gewerkt. Daar plantte in 1938 een Hitler-fan bijna 60 lariksen in een dennenbos. De lariksen vormen een hakenkruis dat in de herfst, als de bladeren geel worden, afsteekt tegen de altijd groene dennen.

Het hakenkruis van zestig bij zestig meter is alleen zichtbaar vanuit de lucht, maar de deelstaatregering vond het symbool toch aanstootgevend. Omdat een deel van de bomen stond op grond van particulieren heeft het Brandenburgse ministerie van Milieu nu 25 lariksen op eigen grond laten kappen. Het hakenkruis is daardoor niet meer als zodanig herkenbaar.