Leerlingen scoren met exacte vakken

Nederlandse kinderen in het tweede jaar van het voortgezet onderwijs scoren internationaal steeds beter in exacte vakken. De resultaten zelf én de plaats op de internationale ranglijst zijn beter dan vijf jaar geleden.

Met wiskunde staan de Nederlandse kinderen op de zevende plaats van de ranglijst en met natuurwetenschappen op de zesde.

Dat blijkt uit het internationaal vergelijkende onderzoek naar de prestaties van leerlingen in exacte vakken, de Third International Mathematics and Science Study 1999 (TIMSS), die vanmiddag bekend zijn gemaakt. Het onderzoek wordt geleid door het Amerikaanse Boston College.

Vijf jaar geleden is het TIMSS-onderzoek voor het laatst gehouden. Toen behaalde Nederland een negende plaats bij het wiskunde-onderwijs en een zesde bij de natuurwetenschappelijke vakken, zoals biologie, natuur- en scheikunde. Overigens haalt ruim tweederde van de Nederlandse leerlingen gemiddeld hogere cijfers dan het internationale gemiddelde.

De Oost-Aziatische landen behalen nu, evenals in 1995, weer de beste resultaten. Singapore behoudt in beide exacte richtingen de eerste plaats, bij de scores voor wiskunde gevolgd door Korea, Hongkong, Taipei en Japan.

Bij de natuurwetenschappen scoren naast Nederland ook Vlaanderen, Australië en Engeland relatief hoog.

,,We doen het internationaal prima'', aldus een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs. ,,De resultaten van veel landen bij de natuurwetenschappelijke vakken liggen alleen vrij dicht bij elkaar. Onze zesde plaats zegt daarom minder dan op het eerste gezicht lijkt.''

Uit het onderzoek blijkt verder dat Nederlandse meisjes bij de natuurwetenschappelijke vakken nog steeds beduidend lager scoren dan jongens, al lopen ze hun achterstand gestaag in. Vooral met natuurkunde hebben meisjes meer moeite.

De opvattingen van leerlingen over de exacte vakken zijn in vijf jaar nauwelijks veranderd. De meeste scholieren geven aan dat zij wiskunde redelijk belangrijk vinden, maar ze vinden het vak niet erg aantrekkelijk.

In het TIMSS-onderzoek is het onderwijs in exacte vakken van 38 landen vergeleken. In Nederland heeft het Onderzoek Centrum Toegepaste Onderwijskunde van de universiteit Twente (OCTO) zich met het onderzoek beziggehouden. Het onderzoek bestond uit een representatieve steekproef onder 2.900 leerlingen van 126 scholen voor voortgezet onderwijs.