Korthals vraagt snel mandaat van parlement

Het Nederlandse parlement moet minister Korthals (Justitie) zo snel mogelijk weer mandaat geven om met voorstellen uit Brussel akkoord te gaan. De bewindsman heeft daartoe gisteren in een brief een klemmend beroep gedaan.

De Eerste Kamer besloot vorige week ,,een ernstig signaal richting Europese Commissie'' af te geven door een voorbehoud te maken ten aanzien van alle agendapunten waarover de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken donderdag en vrijdag vergaderden. Aanleiding was het feit dat Brussel de onderliggende stukken zó laat had gestuurd dat de senatoren die pas één werkdag voor het overleg met de bewindslieden kregen.

Volgens een drie jaar geleden aangenomen motie van het PvdA-lid Jurgens moeten die stukken minimaal vijftien dagen van tevoren aankomen. De Eerste Kamer achtte het daarom niet verantwoord in te stemmen met ,,een pakket van een kilo aan voorstellen'', waardoor de Nederlandse regering in Brussel een voorbehoud moest maken. Omdat over die voorstellen met unanimiteit moet worden besloten, betekende dit feitelijk dat Korthals zijn veto over alle punten moest uitspreken. De Tweede Kamer maakte op een enkel punt inhoudelijk bezwaar. Senator Jurgens wees er vorige week op ,,dat geen regering in Europa het in zijn hoofd haalt zó met het parlement om te gaan.''

Vooral ten aanzien van Eurodac, een systeem van uitwisseling van vingerafdrukken tussen de autoriteiten van de vijftien lidstaten, ligt het voorbehoud buitengewoon gevoelig. In zijn brief wijst Korthals er op dat Eurodac ,,oorspronkelijk is gelanceerd als een Nederlands initiatief''.

,,Nu Eurodac als gevolg van het door Nederland als enige gemaakte voorbehoud vooralsnog niet tot stand dreigt te komen, wordt ons land feitelijk een belangrijk instrument ontnomen om de Overeenkomst van Dublin effectiever en op een voor Nederland bevredigender wijze toe te passen dan tot op heden mogelijk is geweest. Dat vooruitzicht komt de regering als zeer ongewenst voor,'' aldus Korthals. De overeenkomst waar Korthals op doelt houdt in dat een lidstaat asielzoekers naar een ander Europees land kan terugsturen als die daar het eerst de Unie zijn binnengekomen. Dat kan juist goed op grond van vingerafdrukken worden nagegaan.