`Investerende CAO' tegen loongolf

Nieuwe afspraken over scholing en flexibele beloning kunnen zorgen voor een gematigde loonontwikkeling.

`Investerende CAO's' is dé nieuwe modekreet in de gedachtenwisseling tussen werkgevers en werknemers. Minister Vermeend (Sociale Zaken) introduceerde de term gisteren bij het traditionele najaarsoverleg tussen kabinet en sociale partners.

Het gaat in de aldus aangeduide CAO's om meer dan geld alleen. Ze dienen werknemers meer mogelijkheden te bieden: voor scholing, indeling van hun eigen tijd, een kortere of juist langere werkweek. En ze moeten ruimte bieden voor meer flexibele vormen van beloning. Bovendien zouden die collectieve arbeidsovereenkomsten langer moeten gelden dan de gebruikelijke één of twee jaar.

Nu bestaan CAO's al uit meer dan alleen afspraken over loon. Maar uitbreiding van de secundaire arbeidsvoorwaarden kan een grote structurele loonsverhoging tegenhouden. ,,De investerende CAO's moeten een zichtbaar keerpunt worden in de loonontwikkeling'', zei Vermeend.

Loonmatiging is hard nodig, vinden kabinet, werkgevers én werknemers. Ze discussiëren eigenlijk alleen over de vraag bij welk percentage een loon-prijs-spiraal inzet die leidt tot substantiële verslechtering van de concurrentiepositie.

Voorzitter J. Schraven van werkgeversorganisatie VNO-NCW ziet nu al reden tot grote bezorgdheid. Hij haalde gisteren EU-cijfers aan waaruit blijkt dat de Nederlandse concurrentiepositie ten opzichte van Duitsland – afgemeten aan de loonkosten per eenheid product – door stijging van de loonkosten tussen 1996 en 2002 met 13,3 procent is verslechterd.

Een afspraak over investerende CAO's tussen werkgeversorganisaties VNO-NCW en LTO en de vakbonden, in een centrale aanbeveling aan alle CAO-onderhandelaars, moet ertoe leiden dat het rustig blijft in de Nederlandse polder. De afgelopen weken was de spanning opgelopen. Met name de VVD nam stelling tegen de looneis van de vakcentrales FNV en CNV (4 procent, in de bouw 6 procent). Minister Jorritsma (Economische Zaken) en fractievoorzitter Dijkstal noemden deze eis `levensgevaarlijk'. Ook premier Kok toonde zich bezorgd.

De vakbonden waren geagiteerd. FNV-voorzitter L. de Waal gisteren: ,,Waar ligt die geweldige kloof tussen een verantwoorde uitkomst – 3,5 procent volgens Dijkstal – en een `levensgevaarlijke' eis van 4 procent?'' Het Centraal Planbureau acht 3,5 procent overigens nog net aanvaardbaar, daarboven wordt het risico van oververhitting van de economie reëel.

Over percentages is gisteren verder niet gesproken. Maar dat het kabinet hecht aan een gematigde loonontwikkeling blijkt uit zijn toezeggingen. Als de sociale partners voor de kerst een akkoord over een centrale aanbeveling bereiken, zal het kabinet dat belonen met meer geld voor scholing en extra fiscale begunstiging van flexibele beloningsvormen. Minister Vermeend noemde daarbij bijvoorbeeld uitbreiding van de spaarloonregeling voor werknemers. Hoeveel geld het kabinet daarvoor over heeft is onduidelijk.

FNV-voorzitter De Waal was volgens zijn tegenspelers vorige week wel erg optimistisch geweest over de haalbaarheid van een snel akkoord. ,,De regie is niet onberispelijk geweest'', zei Schraven. ,,Hij had dat beter niet kunnen toeteren'', riep voorzitter H. de Boer van MKB-Nederland. Deze ondernemersorganisatie wil een maximumpercentage loonsverhoging in een centrale aanbeveling opgenomen zien, wat ongebruikelijk is. En ze wil een afspraak over de mogelijkheid om langer te werken. Volgens de FNV mag dat met individuele werknemers worden geregeld, maar gaan centrale afspraken hierover te ver. ,,Dat past helemaal niet in de tijdgeest'', aldus De Waal. Het CNV is positiever over langer werken. Arbeidstijdverlenging moet geen taboe meer zijn, zei CNV-voorzitter D. Terpstra. Het kan volgens hem een antwoord bieden op de krapte van de arbeidsmarkt.

Of er een centrale aanbeveling komt moet op 13 december blijken. Dan praten de sociale partners verder. Maar de milde toon van gisteren duidt erop dat de afstand overbrugbaar is. De vakbonden eisen 4 procent, het kabinet lijkt 3,5 procent aanvaardbaar te vinden, en de werkgevers hebben het vooralsnog over 2 procent. ,,De voorgangers van Schraven begonnen altijd bij nul. Dat hebben de bonden al binnen'', constateerde Vermeend.