Europa zal ondemocratisch blijven

Zit het een beetje mee, dan kan de Europese Unie bij de top in Nice van een autoritaire a-democratische organisatie verder worden getransformeerd naar een anti-democratische organisatie. Dit alles zal in het geheim gebeuren, want dat is de gewone wijze van besluitvormen. Formeel staat de uitbreiding van de Unie ter discussie en wat voor die uitbreiding noodzakelijk is aan institutionele aanpassingen, zoals de stemverhoudingen tussen de lidstaten.

Bij de recente `olie-crisis' en bij de BSE-paniek is duidelijk gebleken dat vooral de grote landen zelf de maatregelen willen nemen die zij nodig achten. In het belangrijkste besluitvormende orgaan van de Europese Unie, de raad van ministers zullen de grote landen zich dan ook nooit laten overstemmen als naar hun inzicht vitale belangen op het spel staan. Daarom wordt door de groten wel geroepen dat meer met meerderheid van stemmen moet worden beslist, maar ze denken er stilletjes bij dat het niet `op ons speelveld' moet gebeuren. Daarom is het zo verbazend dat bewindslieden van de kleintjes enthousiast toeteren over meerderheidsbesluiten. De kleinere landen gaan zeker de boot in als de groten dat willen bij meerderheidsbesluitvorming.

Meerderheidsbesluiten zijn niet per definitie goed. Het argument dat anders geen besluiten tot stand komen is niet valide, want zeer goed zou kunnen worden afgesproken dat alleen instemmers meedoen met bepaalde projecten, de befaamde `versterkte samenwerking'. Bij meerderheidsbesluiten worden landen tegen hun wil gebonden en is de democratie ver te zoeken, want het Europees Parlement kan moeilijk als een vertegenwoordiger van het Europese volk worden gezien.

De werkelijkheid van Europa is dat sprake is van vooral samenwerking tussen regeringen. De burger bungelt erbij, alle fraaie formuleringen waar ook ten spijt. Alle beroering in de kranten over het stemgewicht van landen in de raden van ministers, over het aantal commissarissen en de verdeling over de landen is dan ook vooral politiek schuim. Voor Frankrijk en Duitsland maakt het niets uit of Duitsland in de raden van ministers er een paar stemmen bij krijgt en datzelfde geldt voor Nederland ten opzichte van België en de andere middenmoters. Zijn de Europese groten het niet eens, dan gebeurt er niets. Europa is al lang geleden intergouvernementeel gegaan; het is maar beter deze politieke realiteit te erkennen en de schade die door te ver doorgeschoten gemeenschaps-opzetjes – zoals de euro – wordt veroorzaakt, zoveel mogelijk te beperken.

Europa is het Europa van de zogenaamde wijze mannen, die in het geheim en uiterst ondemocratisch wilden bepalen wat goed was voor de gewone man. Het wordt hoog tijd dat de democratie in Europa wordt hersteld en het verder afglijden naar de `netwerk-democratie' en de magie van de markt – met de daaraan gekoppelde `democratie' van de koopkrachtige vraag – worden gestopt.

J.Th. Degenkamp is hoogleraar rechtswetenschap aan de universiteit van Groningen.