Een tikje arrogant, maar charismatisch

Hij leek wel op verkiezingscampagne, afgelopen zondagmiddag in het Tropeninstituut in Amsterdam. In de kleine theaterzaal toonde Henck Arron, de eerste premier van onafhankelijk Suriname, dat hij nog precies wist hoe hij het publiek moest bespelen. Zelfverzekerd, humoristisch, een tikje arrogant, maar vol charisma stal hij de show tijdens een bijeenkomst ter gelegenheid van het 25-jarig onafhankelijkheidsfeest. Aan Arrons zijde zaten twee tegenpolen uit zijn leven: links de man met wie in hij 1975 onderhandelde over onafhankelijkheid, ex-minister van ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk. En rechts zijn politieke tegenspeler in Suriname, Jaggernath Lachmon, tot op de dag van vandaag leider van de hindoestaanse volkspartij VHP. Het plotselinge nieuws over zijn dood geeft die middag een extra historisch cachet. Was het toeval dat Arron in het midden zat?

Lachmon zag aanvankelijk niets in onafhankelijkheid van Suriname. Maar Arron, die in 1973 de leiding van de creoolse NPS had overgenomen en dat jaar de verkiezingen eclatant won, drukte door. Hoewel in het NPSprogramma niets over onafhankelijkheid stond, kondigde Arron in 1974 aan dat Suriname het jaar daarop soeverein moest zijn. De VHP, die eerst nog voor een referendum had gepleit, draaide uiteindelijk bij en Arron kon de onderhandelingen met Nederland en ,,mijn goede vriend Jan Pronk'' beginnen.

In het Tropeninstituut vertelde hij zondag nog over ,,het sprookje'' dat Nederland Suriname de onafhankelijkheid zou hebben ingeduwd: ,,Natuurlijk: jullie wilden geen kolonie meer hebben. Maar wij wilden geen kolonie meer zijn.'' Op de avond van 25 november 1975, bij het uitroepen van de onafhankelijkheid, beleefde Henck Arron zijn finest hour. ,,Geef mij een vis en ik zal u dankbaar zijn. Maar geef mij de visnetten en ik zal zelfstandig zijn'', zo riep hij die avond uit.

Zijn regeerperiode draaide uit op een anticlimax. Hij brak zijn belofte over nieuwe verkiezingen en kwam onder vuur te liggen vanwege beschuldigingen over corruptie. Ondertussen namen duizenden Surinamers de wijk naar Nederland. Conflicten in het leger leidden in 1980 tot een staatsgreep van sergeanten onder leiding van Desi Bouterse. In Suriname zelf was de onvrede over de regering-Arron inmiddels zo hoog opgelopen, dat de meeste mensen de ingreep verwelkomden. Ook Nederland gaf de militairen het voordeel van de twijfel, een opstelling die Arron diep krenkte. Hij verdween enkele maanden in de cel, maar speelde toch weer een sleutelrol bij het terugbrengen van de democratie. Midden jaren tachtig startte hij, met Lachmon en de Javaanse leider Soemita, besprekingen met Bouterse, die met zijn regime in een isolement was geraakt. Op 10 augustus 1987 sloten de drie vertegenwoordigers van de `oude politieke partijen' een historisch akkoord met het leger in het plaatsje Leonsberg. Het resulteerde in vrije verkiezingen waarin de oude politiek zich bundelde in het Front voor Democratie en Ontwikkeling.

Na een grote overwinning werd Arron vice-president en kwam hij opnieuw tegenover Nederland te zitten in de gesprekken over het hervatten van de ontwikkelingshulp. Den Haag had de geldkraan na de `Decembermoorden' van 1982 stopgezet. De besprekingen verliepen uiterst moeizaam. Zijn regering kon de Surinaamse economie niet echt op de rails krijgen en kreeg het verwijt te weinig doortastend te zijn. Bovendien had men met druk uit het leger te maken.

In 1990 plegen militairen, met Bouterse als regisseur op de achtergrond, een 'telefooncoup'. Anders dan voor Lachmon betekende het voor Arron een afscheid van de actieve politiek. Hij werd NPSerevoorzitter, en gaf de leiding over aan generatiegenoot Ronald Venetiaan. Een fout, volgens kritische geesten binnen de NPS, die de `oude politiek' verwijten dat ze te veel in de lijn van de jaren zeventig blijft denken en vernieuwing van de partij tegenhoudt. Arron, die de Surinaamse politiek tot in zijn vezels kende, leefde sindsdien het liefst in stilte, al genoot hij achter de schermen wel invloed.

Met Nederland had de nationalist Henck Arron, zoals veel Surinaamse politici van zijn generatie, een haat-liefde verhouding. Een bezoekje, zoals deze week, deed hij met plezier. Maar hij stapte altijd weer met hartstocht in het vliegtuig naar Zanderij. Zondag zal zijn lichaam deze reis voor het laatst maken. Het is weemoedig dat de natuur bevolen heeft dat Henck Arron zijn laatste adem in Nederland moest uitblazen.

DOSSIER SURINAME www.nrc.nl