Buhrmann verkoopt bank ziel

Buhrmann steekt zichzelf opnieuw in de schulden, ditmaal om Ahrend en Samas te kopen. Het complete concern komt in onderpand van de banken.

De overnamestrijd om de kleinere concurrenten Ahrend en Samas vergt het uiterste van de financiële positie van Buhrmann.

Vorig jaar kocht Buhrmann Corporate Express, Amerikaans marktleider in de verkoop van kantoorartikelen, en stuwde zijn omzet naar 20 miljard gulden. Prijskaartje: zo'n 5 miljard gulden, inclusief schulden van Corporate Express. Ahrend en Samas (kantoorartikelen plus productie van kantoormeubilair) kosten bijna 1,5 miljard gulden, exclusief de schulden die zij zelf hebben.

Uit het officiële biedingsbericht dat Buhrmann gisterochtend heeft gepubliceerd blijkt dat het concern hutje bij mutje moet leggen om de biedingen te betalen.

Als de overname slaagt zit Buhrmann met ruim 6 miljard gulden schuld, tegenover 5,4 miljard gulden eigen vermogen. Dat zijn de financiële buffers die onder meer gebruikt kunnen worden om verliezen op te vangen. Op zich is dat niet zorgelijk. Al is het wel zo dat Buhrmann de overnamepremie (zogeheten goodwill) die vorig jaar is betaald bij de aankoop van Corporate Express niet heeft afgetrokken van het eigen vermogen.

De overnamepremie is conform modern Angelsaksisch boekhoudkundig gebruik als een bezitting opgevoerd op de bedrijfsbalans, net als gebouwen of machines. Dat blaast de financiële buffers op. Zonder deze volgend jaar overigens verplichte vorm van overname-boekhouden had Buhrmann de aankoop van Corporate Express nooit kunnen financieren.

Buhrmann betaalt de overname van Ahrend en Samas voor tweederde in aandelen. Voor de resterende eenderde en voor herfinanciering van de activiteiten van Ahrend en Samas moet Buhrmann zich opnieuw in de schulden steken. Het concern leent 1,2 miljard gulden bij banken. Aangenomen mag worden dat financieel adviseur Deutsche Bank daarbij de leiding neemt.

Deze leningen zijn prijzig. Buhrmann betaalt tussen 2,375 procent en 3,5 procentpunt meer dan de rente die banken elkaar onderling in rekening brengen. Dat is in de orde van grootte die ook een schuldenopslokker als kabelmaatschappij UPC moet betalen.

De kredietvoorwaarden leggen Buhrmann velerlei beperkingen op, zo meldt het biedingsbericht, van het plegen van nieuwe overnames tot dividenduitkeringen. Een waslijst van regeltjes passeert de revue, maar er zijn ook weer uitzonderingen, zonder dat over beide duidelijkheid komt.

Bovendien moet Buhrmann zo ongeveer alle bezittingen van Ahrend en Samas aan haar banken als zekerheid geven, dat de kredieten worden terugbetaald. Om Corporate Express te kunnen kopen moest Buhrmann eerder haar meeste Europese en Amerikaanse bezittingen als onderpand voor bankleningen gegeven.

Zulke clausules zijn koren op de molen van de bestuursvoorzitters van Ahrend en Samas om hun medewerkers te mobiliseren tegen een overname. Buhrmann de nieuwe eigenaar? Wee de werknemers! Over Buhrmanns schouder kijken (buitenlandse) bankiers mee als surrogaat-eigenaar.

Door de extra bankschuld en de daarmee samenhangende rentebetalingen daalt een van de cruciale financiële kengetallen van Buhrmann: de ruimte die het bedrijfsresultaat biedt om de rente te betalen. Voorbeeld: een bedrijf dat tien keer de rente kan betalen uit zijn bedrijfsresultaat houdt genoeg financiële ruimte over om extra geld te lenen voor overnames. Ander voorbeeld: een onderneming die zijn hele bedrijfsresultaat gebruikt om rente te betalen werkt in feite voor de bank en niet voor zijn aandeelhouders.

Buhrmanns bedrijfsresultaat was eind vorig jaar voldoende om 5,4 keer de rente te betaling, eind juni was het 3 keer en eind dit jaar, na een overname van Ahrend en Samas zal het 3,4 keer zijn, verwacht het concern. Dat zijn nipte marges. Voedingsbedrijven als Unilever en CSM halen na superovernames 6. Telefoonbedrijf KPN zat vorig jaar op 3, maar zit daar inmiddels onder.

Buhrmann heeft er alle belang om het bedrijfsresultaat niet nodeloos te belasten met de extra kosten van de overname van Ahrend en Samas, zoals reorganisaties. Buhrmann reserveert hiervoor 88 miljoen euro, maar dat bedrag komt niet als een kostenpost ten laste van de winst.

De reorganisatiekosten voor sluiting van hoofdkantoren bijvoorbeeld, worden net als de advieskosten van de banken van 66 miljoen gulden, opgeteld bij de overnamepremie, die als een nieuwe bezitting wordt toegevoegd aan de andere eigendommen, zoals gebouwen en machines. Dat bedrag wordt netjes over een lange reeks van jaren afgeschreven, maar de jaarlijkse kosten worden op die manier relatief gering.

Het voordeel van deze (toegestane) oplossing is dat de groei van de winst per aandeel niet wordt geschaad en dat is cruciaal voor de beleggers van Ahrend en Samas die moeten beslissen of zij willen ingaan op Buhrmanns bod en daarmee aandeelhouder van Buhrmann willen worden.