Tweede Kamer verzet zich tegen Europees handvest

Een meerderheid in de Tweede Kamer wil niet dat premier Kok er op de Europese top in Nice mee akkoord gaat dat het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie rechtskracht krijgt. VVD, CDA en de kleine christelijke fracties, gesteund door de SP, zullen dat deze week desnoods in een motie vastleggen. De fracties vrezen dat een politieke verklaring van de regeringsleiders die het handvest een juridische status moet geven, rechters in de Unie ertoe kan brengen rekening te gaan houden met het Handvest. De Nederlandse Raad van State – door de Tweede Kamer om advies gevraagd – heeft vastgesteld dat het handvest mogelijk strijdig is met het bestaande Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Nederlandse grondrechten.

Wanneer een dergelijke motie woensdag in de Tweede Kamer zou worden aanvaard, wordt de onderhandelingsspeelruimte van de premier in Nice beperkt. Dat zou een `primeur' zijn in de Nederlandse Europa-politiek, omdat het parlement zich tot nu toe verre heeft willen houden van een `bindend mandaat' voor de onderhandelingsdelegatie op de top. VVD, CDA, SP en de kleine christelijke partijen beschikken gezamenlijk over 80 van de 150 Kamerzetels.

Het georganiseerd verzet in de Tweede Kamer tegen het handvest kreeg afgelopen woensdag vorm in de Kamercommissie voor Europese zaken, nadat de VVD, die in de persoon van Kamerlid Patijn zelf betrokken was bij de opstelling van het ontwerp-handvest en er eerder voorstander van was, verrassend omging.

Met het zeer kritische advies van de Raad van State in de hand eiste een meerderheid van de Kamer van Kok verzekeringen dat hij zich op de top in Nice zal verzetten tegen pogingen om het omstreden document meer juridische status te geven. Als Kok in het commissieoverleg woensdag geen bevredigende beloften doet, zal mogelijk de motie worden ingediend. De VVD is informeel belast met de opstelling van de tekst.

haagse staat: pagina 2

Patijn

In het bericht Tweede Kamer verzet zich tegen Europees handvest (in de krant van maandag 4 december, pagina 1) en in De Haagse Staat (pagina 2) wordt ten onrechte de indruk gewekt dat het Kamerlid Patijn (VVD) namens zijn partij betrokken was bij de opstelling van dit document. Patijn was dit in zijn hoedanigheid van voorzitter.