Sinterklaas bestaat

Om de onnozelste dingen kan ik het hardste lachen. Dat gebeurde afgelopen zaterdag bij een serie ongelukjes voor sinterklazen in Kopspijkers. Het hele gezin schaterde mee, dat is nog leuker. Variaties van sinten die van hun paarden tuimelden. Eén probeert op het paard te stappen maar zijn jurk is te nauw, zodat hij op het paard blijft liggen en ergens bij zijn kruis de jurk omhoog probeert te trekken, om zijn andere been over het paard heen te slaan. Een sinterklaas die op een brommer tegen een auto aanknalt. Piet rent er achteraan. Sinterklazen die hun mijter verliezen, tegen de deurpost, door een plotselinge windvlaag. Je ziet dan het echte donkere haar van de man achter de sinterklaas tevoorschijn komen met het witte bandje voor de baard eroverheen.

Al die bestudeerde autoriteit in één klap weggevaagd, dat is grappig. De kerstman zou nooit zo'n komisch effect hebben want die is van zichzelf al een schertsfiguur. Een kerstman zal nooit in een programma een vermanend gesprek houden en als hij zijn baard verliest, is er niets gebeurd.

De Nederlandse sint is serieuzer en handhaaft ook onder niet-gelovigen zijn gezag. Hij speelt zijn rol van licht luimige moralist met overgave en niemand wil de vrijwilliger achter de figuur laten afgaan. Dan is het grappig als het wel gebeurt. Sinds de jaren zestig zijn alle autoriteiten van hun voetstuk gevallen maar het karakter van sinterklaas is onveranderd gebleven. Hij is een nationaal symbool, houdt hardnekkig stand tegen de globaliserende kerstman en kardinaal Simonis wordt nietig in zijn aanwezigheid; hij wordt niet jaarlijks plechtig in elke gemeente ingehaald. De kerstman treedt op in televisiereclames maar een verkopende sinterklaas is blasfemisch.

Ook de bisschop in de Chocolade Letterman was in het genot van zijn autoriteit. Minister Tineke Netelenbos – als politicus minder statig – werd onderhouden over de NS, het milieu en al die fietsen zonder licht. Zodra sidekick Paul de Leeuw de show dreigde te stelen of teveel vragen stelde, riep sinterklaas hem tot de orde. ,,Ik stel hier de vragen'', zei hij. En De Leeuw gehoorzaamde. Sints gezag was een grap, maar toch. De Leeuw maakte het contrast scherper door zich als ,,zuster Godelieke'' te verkleden, de vrouwelijke frater Venantius met zachte g après la lettre. Daar zat zij als persiflage op het Zuid-Nederlandse leven van de vorige eeuw naast een eigentijds ikoon.

Dit brengt mij op de terugkeer van Johnny Jordaan die in zijn hoogtijdagen al de nostalgie vertegenwoordigde.In zijn Jordaan stond de lepel niet meer in de brijpot. Opmerkelijk dat juist de VPRO dit prachtige drieluik bracht over de smartlapzanger. Voorheen bracht de VPRO dat soort mensen alleen tongue in cheek, ironisch met de tong bewegend in de wang. In VPRO's geruchtmakende Hoepla van de jaren zestig mocht jodelaarster Olga Lowina zichzelf belachelijk maken. I

n deze serie werd Johnny Jordaan gespeeld door de ster van het ironische Jiskefet, Kees Prins, maar dan in volle ernst. Hij zong beter dan Johnny Jordaan zelf, zonder overdreven uithalen. De VPRO-generatie zoekt houvast bij wat ze eerst verwierp. Johnny in de saamhorige, monoculturele Jordaan.

Toch was het verhaal niet nostalgisch, want het ging over Jordaans innerlijke conflict met zijn homoseksualiteit in een tijd dat geen Jordanees die accepteerde. Dat thema gaf vaart aan deze goed geschreven, gespeelde en geregisseerde serie. Jeroen Willems in de glansrol van de verfijnde Wim Sonneveld die een verhouding begon met de volkse Johnny. De getrouwde Johnny die zich in wanhoop en tweestrijd uit een rijdende auto stort en nooit meer terugkeert naar zijn oude wijk.

Ik heb het met spanning van begin tot eind uitgekeken zonder een moment te missen. Wie had het dertig jaar geleden kunnen voorspellen: anno 2000, Johnny Jordaan staat op uit de doden en sinterklaas bestaat nog steeds.