Pijnloos de helling af

Veel skiërs klagen over verkleumde en afgeknelde voeten. Volgens skischoenfabrikanten zijn pijnlijders masochisten. Met de komst van de `floating tongue' en de `thermo fitting' hebben voeten niets meer te vrezen.

Metersdiepe sneeuw, een chalet met glorieus uitzicht en een zon die alleen met de skibril valt te trotseren, ziehier de ideale alpendroom. Toch loopt het weekje skiën niet voor iedereen even aangenaam af. Wie niet heeft beseft dat skischoenen de kern van het wintersportgeluk vormen, beleeft op de piste barre tijden.

Een creperende skiër vervloekt de maker van de plastic ondingen aan zijn voeten, maar dat laat de industrie koud. Die beschouwt de pijn als straf voor een te snelle aanschaf. Even binnenhollen en een passessie zoals bij een paar leren schoenen is er niet bij. Het kiezen van de juiste skischoen vreet tijd en vereist het beschamende gewaggel door de sportzaak. Zelfs de `outsider' met een onmogelijke wreef of vervormde voet voorziet de industrie tegenwoordig moeiteloos met een antwoord op maat. Door de recente komst van het fenomeen `thermo fitting', waarbij de binnenschoenen tijdens het passen worden verwarmd en zich naar de voet vormen, wordt iedere bult of knekel liefdevol omsloten.

Leren skischoenen vormen het vaste attribuut van stoffige rommelzolders en Koninginnedagmarkten. Voor de snowboard-generatie van nu zijn deze leren exemplaren met al hun barstjes en rimpels een fossiel fenomeen, maar wie alle Bondfilms heeft gezien, weet beter. De eerste leren skischoenen met metalen gespen waren van het Zwitserse merk Hencke en dateren van zo'n halve eeuw geleden. Ondanks de slimme sluitingen zaten er aan de leren skischoen een aantal bezwaren. Deze schoenen droogden traag, konden krimpen en boden bovendien onvoldoende steun. De industrie zon op een innovatie en het Duitse Rieker werd de eerste fabrikant die gegoten zolen maakte met behulp van de Detma injectiemachine. Later maakte het Franse Heschung de eerste skischoenen van geplastificeerd leer. De voeten bleven droger, maar de plastic exemplaren van weleer waren keihard waardoor een dagje skiën de schenen rood liet gloeien.

Volgens Bunny Helling, de Nederlandse importeur van het Franse Salomon, heeft het merk dat hij vertegenwoordigt twintig jaar geleden voor een revolutie gezorgd. Tot dan toe borduurden kleinschalig opererende Europese merken voort op de harde kunststof skischoen met vier gespen, `schnallen' in ski-jargon. Skischoenen van toen waren een afgeleide van wat wedstrijdskiërs droegen. Ze zaten strak, waren stug en oncomfortabel. Volgens Helling richtte de markt zich primair op `die enkele procent van wedstrijdskiërs' en werd er nauwelijks gedacht aan de groeiende groep van mensen die hoogstens één week per jaar een piste opzochten.

Aan het begin van de jaren tachtig introduceerde Salomon zijn gevierde `achterinstapper'. Deze trouvaille combineerde een groot comfort met een perfecte fixatie van de hiel. Over de wreef, tussen de buiten- en de binnenschoen, liep een kabeltje dat de hiel op zijn plaats hield. Met behulp van een draaiknop achterop de schoen kon precies worden bepaald hoe stevig de hiel werd vastgezet. Samen met de olympisch kampioen Ingemar Stenmark perfectioneerde Salomon het kabelprincipe en snel kreeg deze vinding navolging bij een groot aantal producenten.

Ondanks het snelle succes van de comfortable achterinstappper raakte tot veler verbazing het systeem al spoedig in ongenade. Net toen iedereen trots aan zijn hightech kabelschoen stond te draaien, kwam de markt met een alternatief. Een allesbehalve innoverend alternatief, want het was niet meer dan een nieuwe variant op het aloude principe van de schnallen-schoen. Winkeliers die menigeen zo vlot in de achterinstapper hadden gekletst, deden de schoenen opeens af als pantoffels die weliswaar de hiel konden fixeren, maar de rest van de voet nauwelijks ondersteunden.

Achterinstappers worden niet meer gemaakt en iedereen lijkt ervan doordrongen dat je met deze variant onvoldoende grip kunt krijgen op steile, papperige of hardere stukken piste. Ook de collectie van Salomon, de grootste speler op de markt met een productie van ruim anderhalf miljoen paar skischoenen per jaar, heeft het principe van de achterinstapper uitgewuifd.

Het was wederom Salomon die een paar seizoenen geleden de `custom fit' lanceerde. Tijdens het passen wordt de binnenschoen verwarmd waardoor het materiaal zacht wordt en zich om de voet voegt. Na een kwartier stolt de binnenschoen waardoor de voet met al zijn uitstulpingen is ingebed. Het systeem heeft snel navolging gevonden bij merken als Nordica, Technica en Lange. Ook merken als Atomic, Rossignol en Raichle voorzien in deze mogelijkheid. Ieder merk geeft aan dit systeem een eigen naam. Uitvinder Salomon spreekt van `custom fit', het Italiaanse Lange, hét merk van snelle afdalers, rept over een `soft tec concept multi injection technology'. Het principe blijft hetzelfde.

Er is een groep voor wie zelfs de komst van de `thermo fitting' alleen niet volstaat. Voor hen zijn er tegenwoordig ook speciale binnenzolen van merken als Comformable, Formthotic en Orthofit. Met behulp van een computer wordt de omtrek van de voet vertaald in een binnenzool op maat. Met een dergelijke zool zit de schoen niet alleen comfortabeler, maar ook zullen de prestaties toenemen omdat er directer contact is met de ski's.

In vergelijking met een aantal jaren geleden zijn de binnenschoenen comfortabeler en beter geïsoleerd door de toepassing van allerlei nieuwe kunststoffen. Op het oog kunnen schoenen er hetzelfde uitzien en toch een prijsverschil hebben van vijfhonderd gulden. De oorzaak hiervan zit hem vooral in de afwerking, de mogelijkheden en de kwaliteit van de binnenschoen. Ook de polyester buitenschaal is door de snelle opkomst van het carve-skiën de laatste tijd veranderd. Volgens Willem Versluis, marketing manager van Lange, vraagt deze nieuwe vorm van skiën om een aangepaste schoen. Zo is de stijfheid van een speciale carve-schoen niet zozeer op de voorkant, maar aan de zijkant geconcentreerd. Een `fun carver' maakt lange uitgerekte bochten waarbij hij zonder stokken vlak over de berg scheert. Fabrikanten maken daarom de laterale stijfheid wat groter om tijdens het bochtenwerk wat meer steun te bieden.

Velen verlangen van een skischoen hetzelfde comfort als van een soepel instappertje, maar een nieuwe skischoen moet de voet een beetje tarten. Volgens de mannen uit het vak kopen klanten hun schoenen vaak een slag te groot. Tenen moeten net tegen de binnenkant van de neus aantikken. Zodra de schnallen zijn gesloten en je iets naar voren buigt zullen de tenen de neus niet meer voelen en draag je de juiste maat.

Mensen die voor het eerst gaan skiën kunnen het beste de eerste keer schoenen huren. Mocht de schoen wringen, dan kan er altijd worden overgestapt naar een ander paar. In Amerika is men al zo ver dat er op de pistes `test centers' zijn. Je kunt er alle mogelijke extreme ski's uitproberen en als het een paar uur heeft gesneeuwd, kan er worden overgestapt op een speciale diepe-sneeuwski. Je kunt er ook de nieuwste schoenen uitproberen en met behulp van een strippenkaart talloze malen wisselen van materiaal en merk. Het geeft je de ideale opstap tot een definitieve aanschaf.

Stijlgevoelige skiërs willen wel eens de keus van hun schoenen afstemmen op de kleur van hun skipak. Wie dat doet, zal reeds bij de eerste afdaling zijn aanschaf hardgrondig verfoeien.

    • Yvo van Regteren Altena