Olympische bescheidenheid

Zou hij dan toch echt de nieuwe voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité worden? Nota bene een Belg als opvolger van Samaranch? Dat moet voor Nederlanders die altijd zo treffend misplaatst hun stem kunnen verheffen wanneer het om macht gaat, een belediging zijn. En een Europeaan? Dat zal die Amerikanen en hun schreeuwerige, kleingeestige representanten in de media die zo graag ook op olympisch niveau de wereld beheersen, pijn doen.

Een Belg genaamd Jacques Rogge, aimabel, toegankelijk en niet megalomaan. Een 58-jarige nog praktiserend orthopedisch chirurg te Gent en voormalig hoogleraar medicijnen te Brussel, die in de heksenjacht op het ledenbestand van het IOC zowaar verschoond is gebleven van schade en schande. Zou hij niet de geschikte man zijn om volgend jaar juli in Moskou te worden verkozen tot de machtigste man in de steeds machtiger wordende sportwereld?

Het grote Europese blok gelooft in de bescheiden Rogge, het kleinere Amerikaanse blok in de Canadese charmeur Pound, het niet te onderschatten Aziatische blok in de omstreden Zuid-Koreaan Kim. Rogge zelf herinnert er graag aan dat hij nog tot 16 april de tijd heeft om zich kandidaat voor de vacante zetel te stellen. ,,Wacht u tot na de kerst, dan heb ik een paar dagen de tijd en de rust gehad om de aspiraties die mijn leven nog resten, te overdenken'', zegt hij in alle bescheidenheid. Want behalve eerzucht wordt hij gedreven door plichtsgevoel jegens zijn weliswaar nog beperkte orthopedische werkzaamheden en door zijn trouw aan vrouw en kinderen in het Vlaamse dorpje Deinze.

Zou hij het meest intieme in zijn leven in de schaduw willen stellen van één van de meest belangrijke machtsposities in de moderne samenleving? Vast wel. Uiteraard voelt hij zich vereerd met de hulde die hem ten deel viel als voorzitter van de coördinatiecommissie van de Olympische Spelen van Sydney. Want als `Sydney' geen succes was geweest, dan was Rogge de hoofdschuldige geweest. En uiteraard voelt hij zich als voorzitter van de coördinatiecommissie van `Athene 2004' verantwoordelijk voor de Griekse organisatie. Want wanneer men Athene alsnog – wegens incompetentie – de Spelen moet afnemen, dan is dat niet in Rogges voordeel.

Het kan haast geen toeval zijn – en gelukkig maar – dat juist deze sensitieve man in de armen is gevallen van Gianna Angelopoulos, één van de mooiste, meest intelligente en sterke vrouwen in het vaak door mannelijke driften beheerste Griekenland. Alsof hij zich een van de personages in Nikos Kazantzakis' meesterwerk Christ Recrucified heeft eigen gemaakt, zo lijkt de Belg zich te hebben ingeleefd in de mores van de Grieken. Met Gianna aan zijn zijde, zal Rogge zonder twijfel voor een heropleving van Athene als olympische stad zorgdragen.

Iets anders: Vergeten wordt vaak dat de meeste IOC-leden een sportief verleden hebben. Alsof het IOC slechts bestaat uit lieden die menen dat de sportwereld de beste ondergrond is om hebzucht en machtswellust te laten gedijen. Bijvoorbeeld Jacques Rogge, die in 1991 toetrad tot het IOC, kan trots zijn op een sportieve jeugd. Voor hij beroepsmatig gebroken botten en beschadigde gewrichten herstelde, was hij tienvoudig rugby-international van België, drievoudig olympisch deelnemer én wereldkampioen zeilen in de Finn-klasse. Voorwaar geen man die niet het uiterste in de sportbeoefening heeft beleefd. Als deze ervaringen niet voldoende zijn voor het leiderschap van het IOC, moeten ze maar een representant van het megalomane Noord-Amerikaanse ideeënrijk nemen.