Kadaverdestructie op kosten consument

De consument stelt steeds hogere eisen aan de kwaliteit van zijn voedsel en aan de wijze waarop het is geproduceerd. Deze eisen zijn een mengeling van rationele en emotionele wensen. De leidraad is dat de dieren op een diervriendelijke en natuurlijke wijze worden gehouden, en dat het voedsel veilig is. Dat alles natuurlijk tegen minimale kosten. Ingegeven en versterkt door de BSE-affaire is het maatschappelijk niet meer aanvaardbaar om (restanten van) kadavers te verwerken in voer voor andere dieren die worden geconsumeerd. Daarom moeten voortaan alle kadavers op een verantwoorde wijze worden afgevoerd en verbrand. De kosten zijn hoog, naar schatting jaarlijks 70 à 80 miljoen gulden.

De marktmacht van de individuele ondernemingen in de veehouderij is te klein om de kosten door te schuiven naar de volgende schakel in de productieketen. Alleen door intensivering of schaalvergroting zijn de kosten op te vangen.

Dit is weer een voorbeeld van de klem waarin met name de melkveebedrijven in ons land zitten: enerzijds de kosten voor de inwilliging van allerlei maatschappelijke eisen die niet zijn door te schuiven, anderzijds de maatschappelijke wens tot het bedrijfseconomisch niet rendabele extensiveren van de bedrijfsvoering. Bovendien leeft meer dan 20 procent van de veehouders onder de armoedegrens.

De consument besteedt een steeds kleiner deel van zijn inkomen aan het voedselpakket. Het is daarom niet onredelijk als onder het motto `de vervuiler betaalt' de rekening voor het verwijderen van de kadavers niet komt te liggen bij de producent maar bij de afnemer van de producten, de consument. Een verplichte consumentenbijdrage voor het vernietigen van kadavers naar analogie van de verwijderingsbijdrage voor huishoudelijke apparatuur, zoals die sinds 1 april geldt, kan een `win-win'-situatie opleveren voor de overheid, de veehouders en de consument.

De overheid en veehouders kunnen immers op een budgettair neutrale wijze voldoen aan de maatschappelijke wensen, terwijl de consument zijn wensen ziet ingewilligd tegen slechts geringe kosten.

Geart Benedictus is oud-directeur van de Gezondheidsdienst voor Dieren.