Handelsbeleid EU vergt controle Europarlement

Eind deze week hopen de regeringsleiders van de landen van de Europese Unie het in Nice eens te worden over herziening van het EU-verdrag. Dit is een uitgelezen kans het democratisch gehalte van de Unie op te schroeven. Helaas ziet het er naar uit dat de regeringen van de lidstaten één van de grootste democratische tekorten, de gebrekkige parlementaire controle op het Europese handelsbeleid, alleen maar groter willen maken.

De Europese Commissie, het `dagelijks bestuur' van de EU, stelt dat de besluitvorming op handelsgebied moet worden `gemoderniseerd'. De huidige besluitvormingsregels stammen nog uit het Verdrag van Rome van 1957. Toen gingen internationale handelsbesprekingen enkel over de hoogte van invoertarieven en quota voor goederen. Nu maken de dienstensector en onderwerpen als investeringen en intellectueel eigendom deel uit van vrijwel elk nieuw handelsakkoord. Maar waar de lidstaten over handel in goederen besluiten kunnen nemen met een gekwalificeerde meerderheid van ongeveer tweederde, is voor de nieuwe handelsthema's unanimiteit vereist. Dat maakt de besluitvorming lastig. Als het ledental van de EU in de komende jaren toeneemt van 15 tot 25 of meer, wordt beslissen bij unanimiteit ondoenlijk.

Het is begrijpelijk dat de Commissie voorstelt ook bij de nieuwe handelsthema's over te gaan tot besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid. Veel lidstaten ondersteunen dit. Het is echter onacceptabel dat zij nauwelijks aandacht besteden aan de rol van volksvertegenwoordigers. In de besluitvormingsvarianten die het Franse voorzitterschap de lidstaten heeft voorgelegd, ontbreekt elke verwijzing naar parlementaire controle.

Dat is des te bezwaarlijker omdat de invloed van volksvertegenwoordigers op het internationale handelsbeleid nu al minimaal is. Nationale parlementen worden geacht de inbreng van hun ministers in Brussel te controleren. Door de afstand tot het onderhandelingscircuit en de beslotenheid van het ministersoverleg stelt deze controle weinig voor. Formeel geldt nu nog dat de meeste handelsovereenkomsten uiteindelijk moeten worden goedgekeurd door nationale parlementen. Ook deze ratificatieprocedure kent zijn beperkingen. Multilaterale handelsovereenkomsten zijn de uitkomst van jarenlange onderhandelingen met meer dan honderd landen. Een parlement van een enkel land durft daar vrijwel nooit nee tegen te zeggen. Het Europarlement staat aan de zijlijn omdat het in de meeste gevallen alleen adviesrecht heeft.

Deze negentiende-eeuwse toestand past niet bij het handelsbeleid van de eenentwintigste eeuw. Handelsakkoorden raken steeds meer het dagelijks bestaan van de burgers. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) velt bindende oordelen bij geschillen over zaken als milieubescherming, voedselveiligheid en dierenwelzijn en heeft zo een directe invloed op het beleid van de Unie en de lidstaten. Een publiek debat over de gevolgen van handelsakkoorden voor mens en milieu is daarom onmisbaar. Dat bleek vorig jaar in Seattle, waar een bonte coalitie van actiegroepen de WTO-top ontregelde. De publieke discussies dienen een vertaling te krijgen in betekenisvol parlementair debat. De uitvoerende macht zou verplicht moeten zijn daarmee rekening te houden.

Dit geldt des te sterker voor de nieuwe handelsthema's. Onder `diensten' vallen niet alleen banken en verzekeringen, maar ook onderwijs en gezondheidszorg – sectoren die volop in beweging zijn. Overal in Europa staat de afbakening tussen het verarmde publieke en het oprukkende private domein ter discussie. Grote voorzichtigheid is dan geboden als het gaat om bindende multilaterale afspraken. Recentelijk zijn regeringen regelmatig verrast door de gevolgen van gemaakte handelsafspraken. Zo heeft het breed gedragen besluit om de Europese consumenten te vrijwaren van met hormonen volgespoten rundvlees uit de VS, de EU een veroordeling van de WTO opgeleverd, waardoor zij nu jaarlijks een boete van 250 miljoen dollar moet betalen. Een onderwerp als intellectueel eigendom is voor mensen in ontwikkelingslanden van levensbelang. Een akkoord hierover, dat dit jaar van kracht is geworden, zal tot gevolg hebben dat zij voor gepatenteerde medicijnen een veelvoud van de huidige prijs moeten betalen.

Ook investeringen vormen een heikel onderwerp. Enkele jaren geleden sneuvelde een voorstel voor een multilateraal akkoord hierover op een Frans veto. Het zou buitenlandse investeerders in staat gesteld hebben allerlei binnenlandse maatregelen, bijvoorbeeld op het gebied van milieu of sociaal beleid, aan te vechten met het argument dat de waarde van hun investeringen erdoor vermindert.

Juist omdat het gevoelige onderwerpen betreft moet tegenover een besluitvaardiger Raad en een Commissie met nieuwe bevoegdheden, een sterk Europees Parlement staan. De inzet bij de huidige verdragsonderhandelingen zou daarom moeten zijn dat het EP elke handelsovereenkomst moet ratificeren. Dat brengt met zich mee dat de Commissie het EP regelmatig informeert over de voortgang.

Nog belangrijker is dat het EP een rol speelt bij het opstellen van het onderhandelingsmandaat van de Commissie. Dat is bij uitstek het moment waarop een fundamentele Europese discussie over de voorwaarden en prioriteiten bij nieuwe handelsakkoorden mogelijk is. Bij het opstellen van het mandaat zou het EP op volwaardige wijze, via de `medebeslissingsprocedure', betrokken moeten worden.

De inbreng van de Nederlandse regering is teleurstellend. Zij heeft aangegeven in grote lijnen de Commissievoorstellen te steunen. Voor een grotere rol van het Europees Parlement als democratisch tegenwicht heeft ze zich nog nauwelijks sterkgemaakt, ondanks de toezegging daartoe in 1998 bij de ratificatie van het Verdrag van Amsterdam. De regering moet alleen akkoord gaan met modernisering van het handelsbeleid als tevens in een serieuze rol voor het Europarlement is voorzien. Het voeren van onderhandelingen en het sluiten van verdragen zonder controle van volksvertegenwoordigers is immers alles behalve modern.

Alexander de Roo (GroenLinks), Dorette Corbey (PvdA) en Lousewies van der Laan (D66) zijn lid van het Europees Parlement.